Kafka op Tholen

THOLEN. Op het bord van juffrouw Christel staat: sch, schol, school, schrift

oor, boos, door, oor

eer, heer, peer, smeer

De kleuterklas dromt rondom juffrouw Rianne met etenstrommeltjes en sinaasappels, want ze zijn net aan de lunch. Stephan en Michiel uit groep zeven zitten met slaperige ogen in de klas: ze hebben de halve nacht naar het voetballen gekeken. De klas van meester Ton is bezig met de dagtaak rekenen en taal. Een klein meisje rent met rode eendenslofjes door de gang. Op de wand hangt een gedicht van Pascalle: In het bos is het niet stil/ Want daar woont een leeuw/ Hij brult daar nacht en dag/ Oh, als dat wat zachter mag. In de hoek van de handvaardigheid rammelen een paar jongens op een oude computer. Groep zes zit zoet aan de aardrijkskunde. En het merkwaardige is: dit bestaat allemaal niet.

Ik ben op bezoek in een spookschool. De Montessorischool De Kraal, met ruim honderd leerlingen en zes leerkrachten, draait al bijna twee jaar op volle toeren, maar volgens het ministerie van onderwijs ligt er alleen maar een kaal bouwterrein. De school had toestemming om te bouwen, het geld was er, het gebouw was nagenoeg af, en toen maakte het schoolbestuur één fout: het zag een nieuwe regeling over het hoofd en stuurde een kopietje van de bouwopdracht niet op tijd naar het ministerie. Daardoor liep het de bouwsubsidie van anderhalf miljoen gulden mis, plus de vergoeding voor verwarming, elektriciteit en onderhoud. “Het is niet irreeël dat we hier nog eens op failliet gaan”, zegt bestuursvoorzitter Pascal Delahaije.

Was het alleen nalatigheid van dit ene, kleine schoolbestuur? Niet bepaald: zevenhonderd schoolbesturen overkwam hetzelfde. Was het opzet van de departementale bureaucratie om zo nog wat bezuinigingen naar beneden af te wentelen? Het lijkt er wel op, want pas na een jaar, toen alle termijnen verlopen waren en het gebouw er allang stond, deelde het ministerie aan de Montessorischool in Tholen mee dat de toestemming om te bouwen werd ingetrokken. De al betaalde exploitatiekosten werden teruggevorderd. En nu zit Tholen met een probleem.

“Het was duidelijk een truc”, zegt schooldirecteur Frank Rodenburg. “Hier zijn regels met opzet zo gecompliceerd gemaakt dat een groot aantal scholen daarmee wel de mist in moest gaan. Er zijn achtduizend basisscholen in Nederland. Stel dat tien procent daarvan op dat moment lokalen of fietsenhokken of wat dan ook aan het bouwen was - wat veel is -, dan zijn ze bijna allemaal het schip ingegaan.” Boven, in de leraarsruimte, kijken we het mededelingenblad van het ministerie er nog eens op na. Inderdaad is de regeling zo cryptisch gesteld, dat het hier bijna niet uit te leggen valt. Bovendien meende het schoolbestuur dat dat allemaal voor hen niet meer gold, omdat het nieuwe gebouw er al stond, en alle instanties dat wisten. Maar wat vooral opvalt is het feit dat niemand op het departement de moeite nam om De Kraal te waarschuwen dat er iets misging. Sterker nog, met graagte incasseerde men de sanctie: het blokkeren van alle subsidies, omdat er één kopietje was vergeten.

Het Thoolse schoolbestuur is klein en enthousiast, precies het soort mensen dat alle politici voor ogen hebben als ze het hebben over 'initiatief', 'burgerzin' en 'eigen verantwoordelijkheid'. Iedere week krijgt het bestuur van het ministerie een geel katern met zestien pagina's nieuwe eisen, regelingen en verordeningen. Wat er per jaar voor die kleine school aan verplicht leesvoer binnenkomt beslaat zeker vijf meter plank. Voorzitter Delahaije: “De macht van het ministerie wordt door individuele specialisten in hun juridische specialistentaal, in regeling na regeling, neergelegd. Maar van al die schoolbesturen verwachten ze wel een totaal overzicht en een absoluut inzicht.” Delahaije begint zich een soort Don Quichotte te voelen. “Het besturen van een school wordt zo langzamerhand een totaal administratieve aangelegenheid. Met zo'n kwestie als deze zijn we eindeloos bezig geweest, en waarom? De energie die je moet steken in het departement, de administratiekantoren en de gemeente staat in geen verhouding meer tot de tijd die je nog kunt besteden aan de schoolkinderen zelf.”

Hij toont me de klas van meester Ton, vol bijeengeraapt meubilair, een extra klas die al bijna een jaar draait en die aan alle eisen voldoet, maar waarvoor nog steeds geen toestemming binnen is. Voor een gewone particulier is het bijna niet meer mogelijk een school te besturen, vindt hij. “De risico's worden te groot.” Scholen die zich tegenover dit bestuurlijk geweld willen handhaven moeten bijna wel fuseren. Zo schept de ene complexe organisatie - het ministerie - steeds meer nieuwe complexe organisaties, even massaal en anoniem als het departement zelf.

Op dit moment wordt op Tholen, althans volgens het beeld van het ministerie van onderwijs, op straat lesgegeven. Men weet in Den Haag namelijk wel dat het oude gebouw is gesloopt, en ook de personeelskosten worden keurig doorbetaald. Onder druk van kamervragen en pressie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft het ministerie van onderwijs vorige week een eenmalige overgangsmaatregel aangekondigd. Het schoolbestuur van De Kraal mag nu een compleet nieuwe bouwaanvraag indienen, in de hoop dat het ministerie een nieuwe toestemming tot bouwen wil geven voor deze allang bestaande school. Pascal Delahaije ziet alweer nieuwe problemen: “Die aanvraag wordt beoordeeld volgens de nieuwe normen. Stel dat we opeens nog maar toestemming krijgen voor drie lokalen inplaats van vijf, wat dan?”

Slechts een enkeling heeft oog voor de permanente verspilling van enthousiasme, creativiteit, liefde en idealisme die in deze jaren in het onderwijs plaatsvindt. Als ik de voorlichtster van het ministerie vraag of het niet eenvoudiger is om een paar polaroidfoto's op te sturen, of een ambtenaar even te laten kijken of de school er echt staat, lacht ze wat. Zo werken ze allang niet meer op het Slot van Ritzen. Bestuurskundigen noemen dit soort situaties 'the problem of many hands', de onmogelijkheid om in complexe organisaties nog iemand aan te kunnen spreken die verantwoordelijk is voor een bepaald beleid. In zulke organisaties kunnen allerlei logische en normale handelingen tezamen een zeer ongewenst resultaat teweeg brengen. En een kleine, individuele prestigekwestie van een ambtenaar kan zo zelfs tot een grote collectieve immoraliteit leiden.

De zaak Tholen is tekenend voor de omgekeerde geldzucht die op dit moment bestuurlijk Nederland verblindt. We zien hier een departementale organisatie aan het werk die alleen nog gericht is op het eigen voortbestaan, en die alles wat onder aan de berg woont negeert, zo niet haat. Hier domineren alleen nog maar de moraal van de bezuiniging, en een in het nauw gedreven bureaucratie die allang niet meer geïnteresseerd is het onderwijs aan meisjes met rode eendensloffen. En wat dan alleen nog maar telt is kwade trouw.