Justitie jaagt op Bouterse nieuwe-stijl

Desi Bouterse vindt zichzelf de beste kandidaat voor het presidentschap van de republiek Suriname - en daar maakt hij de laatste tijd geen geheim van. “Het volk moet maar kiezen. En maakt men de verkeerde keus, dan zal men verder in het dal zinken”, zei hij onlangs in een praatje voor de Nederlandse televisie, na jaren van verbanning weer welkom in zijn villa aan de Suriname-rivier, even buiten Paramaribo.

Maar kan hij nog president worden? Het gerechtelijk vooronderzoek dat het Haagse openbaar ministerie tegen hem heeft geopend wegens betrokkenheid bij drugshandel kan een streep betekenen door de lang gekoesterde politieke ambities van de meervoudige couppleger. Als de politie-actie leidt tot de ontrafeling en inbeslagneming van Bouterses op vele miljoenen geschatte buitenlands vermogen, mèt bewijzen dat dit is verkregen uit de drugshandel, dan is het definitief gedaan met zijn politieke loopbaan.

Dat zou, zo wordt ook in Suriname aangenomen, Nederland goed uitkomen. Weinig vooruitzichten zijn voor het Haagse Suriname-beleid zo onaantrekkelijk als een terugkeer met legale middelen van sterke man Bouterse. Met een als crimineel gebrandmerkte ex-legerleider zouden dan zaken moeten worden gedaan over de ontwikkelingshulp die Suriname nog tegoed heeft. Bij het onderzoek betrokken justitie-functionarissen komen er dan ook onverbloemd voor uit dat bijkomend voordeel van hun werk is dat verdachten “politiek en maatschappelijk onmogelijk worden gemaakt”. Als de Nederlandse justitie-actie geen resultaat oplevert zal Bouterse dat, met zijn gevoel voor gekrenkte nationale trots, ongetwijfeld aanvoeren als het bewijs van zijn onschuld. Ironisch genoeg wordt hij daarbij geholpen door de omstandigheid dat veel meer prominente Surinamers de laatste jaren door hetzelfde Nederlandse onderzoeksteam zijn beschuldigd van betrokkenheid bij criminele praktijken - onder wie felle Bouterse-critici als de politicus A. Jessurun.

Hoe onwaarschijnlijk het in Nederland ook lijkt, in Suriname heeft Bouterse altijd een zeker aanzien behouden, al is het maar omdat hij goed heeft geboerd in een tijd waarin de modale Surinamer de eindjes allang niet meer aan elkaar kan knopen. In een enquête onder enkele honderden Surinamers enkele jaren geleden haalde hij met Venetiaan een gedeelde eerste plaats als populairste man van het land. Sinds zijn gedwongen vertrek als bevelhebber eind 1992 profileert hij zich als geslaagd zakenman en gelouterd politicus. Een opmerkelijke stijlbreuk voor de ex-couppleger, die eind vorig jaar het volk - tevergeefs - opriep de regering met 'massale' straatacties ten val te brengen. Nu heeft hij gekozen voor de toon van een gerijpt staatsman die hoofdschuddend het geploeter van de regering gadeslaat, in afwachting van een nieuwe noodkreet aan zijn adres van het beproefde volk.

Totnutoe beschouwden veel waarnemers als voornaamste struikelblok voor een nieuwe leidende rol van Bouterse zijn aandeel in het 'nationale trauma' van de decembermoorden van 1982. Maar in Suriname zelf klinkt de roep om het afstraffen van de moordenaars nog maar zwakjes. Ook president Venetiaan, koortsachtig op zoek naar nationale eenheid, spreekt liever over verzoening dan over vervolging. Voor veel Surinaamse jongeren (ruim de helft van de ongeveer 400.000 Surinamers is jonger dan twintig jaar, mede door aanhoudende emigratie) zijn de moorden al bijna oude geschiedenis.

Als voorzitter van zijn oppositiepartij NDP hoopt Bouterse dit effect te versterken met een populistische koers. Hij speelt behendig in op de groeiende weerzin jegens de gevestigde politiek, die er maar niet in slaagt de aftakeling van het land een halt toe te roepen. Volgens Bouterse moet Suriname weer bestuurd worden door een topberaad van politici, vakbeweging en werkgevers zoals dat ook bestond in de militaire jaren tachtig. De Surinamers zelf zullen “dag en nacht moeten werken”, om het land er bovenop te helpen. Dan kan het land het Singapore van Zuid-Amerika worden, verkondigt hij.

De kans dat Bouterse met dit 'nationale programma' succes boekt bij de volgende verkiezingen, in 1996, wordt vergroot door de niet aflatende spanningen binnen de huidige regeringscoalitie van NDP (creools), VHP (hindoestaans) en KTPI (javaans) en SPA (vakbeweging). Informeel wordt er in Suriname al lang gespeculeerd dat de 'schaduwmacht' en het grote geld - de NDP van Bouterse en de VHP van de hindoestaanse handelaren - elkaar vinden in een monsterverbond.

Nederland heeft zwaar geschut als dit justitie-onderzoek waarschijnlijk nòdig om er zeker van te zijn dat Bouterse niet terugkeert. Van belang is daarbij aan Surinaamse zijde dat de regering-Venetiaan eindelijk het rechtshulpverdrag met Nederland ratificeert, dat onder andere voorziet in de mogelijkheid van uitlevering van verdachten. Zolang dat niet gebeurt kan Bouterse zich in eigen land relatief onaantastbaar wanen. Dan rest Den Haag weinig anders dan erop vertrouwen dat de Surinaamse kiezer straks doorziet dat Bouterse zèlf voor een belangrijk deel verantwoordelijk is voor de verloedering van het land, en dat nu de verspreider van het virus zich aandient als wonderdokter.