Het Nederlandse ideaal blijft trouwen en kinderen krijgen

De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen het eerste kind krijgen is in slechts tien jaar tijd gestegen van 24 naar 28 jaar. In dit uitstel van het moederschap zijn de Nederlandse vrouwen koploper van de Nederland omringende landen. De reden voor dit uitstel is in veel gevallen het werk. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Steeds meer vrouwen combineren het moederschap met een betaalde baan. Anders dan tien jaar geleden, vindt de meerderheid van de jonge vrouwen dat het hebben van een baan en kleine kinderen kan samengaan. Tussen 1988 en 1993 bleef de arbeidsparticipatie van vrouwen zonder kinderen ongeveer gelijk, maar de arbeidsparticipatie van vrouwen met kinderen tussen de dertig en 37 jaar steeg in deze jaren aanzienlijk, van 35 procent tot vijftig procent. Professionele kinderopvang wordt door werkende moeders weinig gebruikt, het merendeel van de moeders maakt gebruik van een betaalde oppas aan huis en van opvang door familie, kennissen en vrienden.

Opvallend is dat de trend onder jongeren om steeds eerder het ouderlijk huis te verlaten tot staan lijkt te zijn gebracht. In tegenstelling tot jongeren vanaf het einde van de jaren zestig tot het begin van de jaren tachtig staan de huidige jongeren niet te trappelen om uit huis te gaan. Van de 23-jarige mannen is bijvoorbeeld de helft nog steeds thuis. Pas tegen het dertigste levenjaar is iedereen vertrokken. Vrouwen gaan eerder uit huis. Het verlaten van het ouderlijk huis met als doel om te trouwen wordt nog maar door weinig jongeren gedaan. Van degenen die begin jaren vijftig zijn geboren, ging de helft uit huis omdat ze trouwden. Voor de jongeren die eind jaren zestig werden geboren, geldt dit nog maar voor één à twee op de tien. Voor de generatie die nu uit huis gaat, zijn alleenwonen, met anderen wonen of samenwonen de eerste stappen in de 'moderne levensloop' geworden, waarin het uit huis gaan niet langer samenvalt met trouwen en kinderen krijgen.

Een andere opkomende verandering, hoewel nog weinig frequent, is de omkering in de volgorde van huwelijk en ouderschap. Het aandeel buitenechtelijke eerste kinderen is stijgende en bedraagt nu zeventien procent. Een deel daarvan betreft kinderen van samenwonende ouders. Pas na de geboorte volgt dan na verloop van tijd een huwelijk.