Handen

's Middags half vier. Ik stap het stationnetje van Bédarieux binnen: een moderne, betegelde hal waar niemand is. De loketten bevinden zich links. Achter een computer zit een man die zijn hoofd in zijn handen steunt. Zodra hij mij ziet, neemt hij een wakkere houding aan en groet met een door de microfoon vervormde stem: 'Bonsoir Madame'.

Ik vraag hoe vroeg ik zaterdag moet vertrekken om 's avonds in Amsterdam te kunnen arriveren en waar ik over moet stappen.

Aarzelend drukt de man met zijn vinger een toets in en leest de zich ontrollende tekst van het scherm. Zijn handen zien er niet uit als handen die je bij iemand van zijn professie verwacht. De groeven in de huid zijn zwart, de grauwgerande nagels bekrast en gescheurd, de handruggen door de zon verbrand en vol schrammen als kwam hij regelrecht uit de wijngaard.

De wijsvinger drukt op een andere toets. Ingespannen tuurt hij naar de volgende uitgerolde tekst en zucht. Ik durf mij niet meer te verroeren. Nadat de man een paar minuten lang verscheidene toetsen geprobeerd heeft, vraagt hij in welk land Amsterdam ligt en begint het programma van voren af aan. Ik durf mij nog minder te bewegen.

Dan pakt hij een veelgebruikt boek. Terwijl hij er met één hand in bladert, houdt hij de vingers van zijn andere hand als boekeleggers tussen die pagina's waarnaar hij telkens moet terugslaan. Hij vouwt de bladzijde met de spoorwegkaart van Frankrijk open en draait het boek naar mij toe. Met de kaart op de kop heeft hij moeite zijn eigen station te vinden. In plaats van bij de Middellandse Zee, begint zijn vinger bij de Atlantische Oceaan over het papier te dwalen.

'Bédarieux.' De man tikt de plaatsnaam aan. Ook op de computer heeft hij nu het goede spoor te pakken. Hij neemt een papiertje om mijn reisgegevens op te schrijven en ik durf mij weer te bewegen.

Naast het loket ligt een lijst met handtekeningen: een verzoek om de kleine stations in de streek niet op te heffen. Ik zet mijn naam erbij en wil weten of de actie zal helpen. Vragend spreidt hij zijn handen en gunt mij aldus ook een blik op hun zwartgegroefde, eeltige binnenzijden.