'Gewone' Palestijn komt tot leven op tv-scherm Israel

TEL AVIV, 29 JUNI. Sinds premier Yitzhak Rabin en PLO-leider Yasser Arafat elkaar de hand reikten, ondergaan de onder staatscontrole staande Israelische televisie en radio een metamorfose. Op het scherm komen de Palestijnen als mensen tot leven, en de radio besteedt opvallend veel aandacht aan de problematiek van de Israelische Arabieren.

In radio-forums staat men uitvoerig stil bij de achterstelling van de Israelische Arabieren ten opzichte van de joodse meerderheid. Het zijn doorgaans Israelische Arabieren zèlf die aan het woord komen en in vlekkeloos Hebreeuws zeggen dat de staat Israel hun dorpen en steden discrimineert op het gebied van onderwijs, wegenaanleg, ziekenverzorging en dergelijke.

In Jeruzalem groeit het besef dat er tussen het vredesproces met de Palestijnen en de integratie van de Israelische Arabieren in de staat Israel een verband bestaat. Vandaar dat de regering-Rabin ernaar streeft de Arabische gemeenten in Israel op den duur financieel op gelijke voet te brengen met de joodse gemeenten. Dat deze problematiek nu wordt aangesneden, is een teken van de nieuwe tijd, van de psychologische verandering die de Israelische samenleving ondergaat. De Palestijnen en Israelische Arabieren, van wie de meerderheid zich als Palestijn identificeert, worden via de ether dichter bij de joodse meerderheid gebracht.

Deze week was het de beurt aan de bekende Palestijnse onderhandelaar dr Nabil Sha'ath om in een rechtstreeks radiopraatprogramma vanuit Gaza door Israelische vragenstellers met scherpe en provocerende vragen te worden bestookt. De Palestijn toonde zich een meester in zelfbeheersing, terwijl de vragenstellers tegen hem keften. De ondertoon van de meeste vragen was gewoon angst voor de Palestijnen en hun vermeende aspiraties de staat Israel bij de eerste de beste gelegenheid van de kaart te vegen. “Waarom mogen joden niet in Hebron wonen en Arabieren wel in Tel Aviv? Zou U ook zo vrij voor een Arabisch radiostation kunnen spreken? Waarom zijn de Palestijnen pas op het idee gekomen om een Palestijnse staat te stichten toen ze door Israel werden bezet en lieten ze het onder de Jordaniërs op dat punt afweten?”

Sha'ath beantwoordde de vragen met een opvallend inzicht in de Israelische mentaliteit. De radionieuwsdienst herhaalde later zijn uitspraak dat PLO-leider Yasser Arafat premier Rabin had beloofd zich in te spannen voor het vinden van in Libanon verdwenen Israelische militairen. “Ik begrijp dat het Israelische volk daar heel gevoelig voor is”, zei de Palestijnse onderhandelaar.

De waarde van zo'n gesprek tussen deze Palestijn en Israeliërs, van wie velen uit nederzettingen in bezet gebied afkomstig zijn, kan niet worden overschat. Het radioprogramma waarin dr Sha'ath aan het woord kwam, heeft een grote luisterdichtheid. Niet alleen Rabin en zijn ministers en officieren spreken met de Palestijnen, dat recht is ook voor doodgewone burgers weggelegd.

Nog maar drie jaar geleden werden Israeliërs die met PLO-ers spraken achter slot en grendel geplaatst. Het sneuvelen van dergelijke taboes weerspiegelt een algemene tendens van aanvaarding van de Palestijnse realiteit. De nationalistische oppositie heeft daar geen antwoord op. Ook de stemmen van de tegenstanders in Israel van het vredesproces klinken over de radio. Maar naarmate de Palestijnen menselijker overkomen, verliest het bespelen van de angstgevoelens van de Israeliërs langzaam maar zeker zijn effect.

De Israelische televisie doet ook baanbrekend werk door de gewone Palestijn naar de huiskamer te brengen. De krant Ha'arets wijdde daar zondag een artikel aan. Daarin trekt de bekendste en begaafdste Israelische nieuwslezer, Chaim Yavin, (een nieuwslezer is in het lange, dagelijkse journaal van ruim drie kwartier ook interviewer) een vergelijking tussen de blunder van de inlichtingendienst met betrekking tot de Grote Verzoendagoorlog en het gedurende tientallen jaren van het scherm houden van de Palestijnen als mensen met hun gewone dagelijkse problemen.

De tv-verslaggevers bejubelden volgens Ha'arets vroeger vanuit een legerjeep in de bezette gebieden het opblazen van huizen van Palestijnen maar namen nooit de moeite te gaan kijken hoe het een dag later met de getroffen Palestijnse gezinnen stond. Kennelijk gedreven door een schuldgevoel is Chaim Yavin nu één van de krachten in het Jeruzalemse tv-huis die gewone Palestijnen op het scherm brengen. In reportages krijgen Palestijnen de gelegenheid over hun leven onder de Israelische bezetting te vertellen, over hun aspiraties in een appartement van vier kamers te wonen.

Het verduisteren van de mens achter de Palestijn gaf Likud-premier Menachem Begin bij het begin van de Libanese oorlog vrij spel toen hij de Palestijnse vijand als “tweebenige beesten” afschilderde. Raful Eitan, zijn opperbevelhebber in die dagen, nu leider van een politieke partij, zag de Palestijnen als “kakkerlakken in een fles”. Met dergelijke termen hoeft niemand meer aan te komen. De Palestijnen zijn gehoord en gezien. En naarmate dit vaker en indringender gebeurt zal ook een bezoek van Arafat aan Jeruzalem, dat nu door premier Rabin is toegestaan, minder Israelische emoties opwekken dan in nationalistische kringen wordt gehoopt. De anti-Palestijnse Likud-ideologie wordt dagelijks door de elektronische media verder op de helling gezet. Een miljoen of een half miljoen Israeliërs op de been brengen om Arafat uit Jeruzalem te houden zit er niet in.

De burgemeester van Jeruzalem, Ehud Olmert, heeft deze week niettemin de vorming van een actiecomité aangekondigd om de komst van Arafat naar Jeruzalem te verhinderen. Er zijn zelfs plannen om grote groepen joden uit het buitenland voor dat doel met Jumbo-jets naar Israel te vliegen.