Gemeenschap zet Bosniërs èn zichzelf nu het mes op de keel

Als het aan de internationale gemeenschap ligt, gaan de oorlog in Bosnië en de pogingen om die te beëindigen nu eindelijk de slotfase in. Vrijdag komen in Genève de ministers van buitenlandse zaken van de landen bijeen van de zogeheten 'contactgroep' voor Bosnië - waarin naast de Verenigde Naties, de Verenigde Staten, Rusland, Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk zijn vertegenwoordigd - om hun fiat te hechten aan het nieuwe vredesplan voor Bosnië. Dat plan omvat zowel een nieuwe landkaart van Bosnië als een constitutionele regeling. Als de leiders van de zeven belangrijkste industrielanden (de G-7) het plan op hun top in Napels (7 en 8 juli) eveneens goedkeuren, wordt het de strijdende partijen in Bosnië voorgelegd.

Het plan is geen discussiestuk maar een ultimatum. Het wordt slikken of stikken, en de contactgroep heeft al plannen klaarliggen voor de sancties waarmee weigeraars rekening moeten houden: als de moslims het plan afwijzen, zou de internationale gemeenschap kunnen beginnen met de geleidelijke opheffing van de sancties tegen Joegoslavië; als de Serviërs nee zeggen, kan een opheffing van het wapenembargo tegen de moslims de consequentie zijn.

Het is bovendien nu of nooit. De beoogde strafmaatregelen maken dat duidelijk. Als immers de Serviërs het plan afwijzen en het wapenembargo tegen de moslims inderdaad wordt opgeheven, kiest de internationale gemeenschap voor het eerst onomwonden partij in het conflict en wel ten gunste van de moslims. Dat zou wel eens het begin kunnen zijn van een totale oorlog en het eind van vredesoverleg onder buitenlandse auspiciën. Het zou ook het eind zijn van de missie van de VN-vredesmacht UNPROFOR. De internationale gemeenschap zet aldus niet alleen de Serviërs en de moslims het mes op de keel, maar ook zichzelf: ze speelt va banque - en ze weet het.

Het ultieme karakter van deze poging verklaart dan ook de extreme bezorgdheid over voortduren van de strijd in Bosnië. Op de grond immers maken de moslims duidelijk meer heil te zien in doorvechten dan in vredesoverleg.

Op 10 juni ging een bestand in, dat door de moslims wordt genegeerd. Sterker: de uitlatingen van de moslims worden met de dag strijdlustiger. Vlak nadat het bestand was ingegaan zei hun opperbevelhebber, generaal Rasim Delic, al dat de vraag “hoeveel procent van het grondgebied we krijgen eerder afhangt van onze troepen dan van onderhandelaars”. Dit weekeinde bestempelde hij de militaire successen als “het begin van de bevrijdingsoorlog”. Een andere generaal zette uiteen dat de moslims van plan zijn de Serviërs uit Donji Vakuf en Jajce en van de hellingen van de berg Vlasic te verdrijven.

De moslims voelen zich sterk. Het akkoord over de federatie met de Kroaten heeft tot vrede aan een van de twee fronten geleid en de moslims hebben de handen vrij voor de strijd tegen de Serviërs. Het akkoord verzekert hen bovendien van de ongestoorde aanvoer van wapens en van grondstoffen voor hun wapenfabrieken via Zagreb en de Kroatische havens in Dalmatië.

De moslims doen wat de Serviërs hun in de loop van de afgelopen twee jaar hebben geleerd: ze trachten op de grond voldongen feiten te scheppen, daarbij vredesoverleg en handtekeningen onder bestandsakkoorden geheel negerend. Ze trachten met hun huidige offensief de controle over de weg van Tuzla naar Zenica en vandaar naar de Adriatische kust in handen te krijgen. Als dat is gelukt, zullen ze een nieuw offensief bij Brcko in het uiterste noorden ontketenen, om de corridor tussen Servië en de door Serviërs beheerste gebieden in noord- en noordwest-Bosnië door te snijden.

Ook het grote offensief tegen de moslim-rebellen in de enclave Bihac lijkt een poging om snel een voldongen feit te scheppen. De kans is groot dat de moslims op wat langere termijn beginnen aan een offensief in oostelijk Bosnië, om de vrije toegang tot hun enclaves Zepa, Gorazde en Srebrenica af te dwingen.

De Serviërs daarentegen staan zwak - niet zo zwak dat de recente militaire successen van de moslims een militaire nederlaag inluiden, maar wel zo zwak dat ze langs de 1.400 kilometer lange frontlijn veel strategisch belangrijke stellingen moeten prijsgeven als de moslims doordrukken. Bovendien neemt de politieke steun vanuit Servië in snel tempo af. Een koor van Servische woordvoerders heeft de Bosnische Serviërs duidelijk gemaakt dat ze zich moeten matigen, dat de sancties bijten en dat Joegoslavië - zoals de federale president Lilic het heeft uitgedrukt “zich niet langer laat gijzelen” - door de Bosnische Serviërs.

Vrede in Bosnië is pas mogelijk als alle strijdende partijen die vrede ook willen. De moslims willen die vrede niet, niet althans op dit moment en op basis van de huidige territoriale verhoudingen. Zij passen de taktiek toe die de Serviërs vooral in het eerste jaar van de oorlog hebben toegepast en hebben even geen boodschap aan wat de internationale gemeenschap elders over de toekomst van Bosnië beslist.

Of dat betekent dat ze volgende maand het vredesplan afwijzen, is nog een open vraag. Duidelijk is alleen dat de oorlog de komende weken een nieuwe fase ingaat. De hoop van de internationale gemeenschap dat het de laatste is, op weinig méér is gebaseerd dan op haar eigen ongeduld.