Een reinigend onweer in Korfoe

Helmut Kohl (“Ik ben niet blind”) maakt een terugtrekkende beweging, en dat is goed voor de Bondsrepubliek en voor Europa. Terwijl de ministers van buitenlandse zaken Kinkel en Juppe in het openbaar nog vasthielden aan de mislukte kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, Dehaene en Heiner Geissler het Britse veto zelfs als een “onvriendelijke daad” veroordeelde, heeft de bondskanselier de bladzijde omgeslagen. Hij wil nu “met iedereen praten” en “een nieuw voorstel uitwerken”.

Als dat klopt, heeft Kohl nog eens bewezen dat hij fouten niet - net als wijlen II de tweede Wilhelm - koestert, maar ze tijdig onderkent en herstelt. De fout heette 'Dehaene', de Belgische premier die Kohl en Mitterrand per bulldozer aan de leiding van de Europese Commissie dachten te kunnen brengen. Het was echter niet zozeer het 'wie' als wel het 'hoe' dat belangrijke EU-partners in het verkeerde keelgat schoot. Het leek erop dat Kohl en Mitterrand tevoren aan het graf van De Gaulle zaliger hadden gebeden, de man die ooit aldus zijn minachting over de resterende Europeanen tot uitdrukking bracht: “Europa, dat zijn Frankrijk en Duitsland. De anderen zijn maar groenten.”

Dat zijn ze nu juist niet, en daarom was de wraak van de werkelijkheid verschrikkelijk. Een van de 'groenten', John Major, liet zich op de top van Korfoe niet onderploegen: “Voor de honderste keer - ik zal Dehaene mijn stem niet geven.” Elf tegen een stond het uiteindelijk. Maar Europa is geen voetbalwedstrijd waar alleen de zege telt. Een zo belangrijke beslissing als die over de voorzitter van de Commissie - de man is zo ongeveer de ongezalfde koning van de EU - wordt ofwel eenstemmig ofwel niet genomen.

John Major heeft zeker geen vrienden gemaakt met zijn stoere 'nee'. Men kan ervan uitgaan dat hij met zijn een-tegen-allen-optreden in eigen land verloren terrein wilde heroveren. Maar ook Kohl heeft zich in Korfoe niet als schoolvoorbeeld van de verstandige staatsman opgesteld. Op de vraag waarom hij per se Dehaene en niet diens Nederlandse rivaal Ruud Lubbers wilde, antwoordde hij bruusk: “Dat hoef ik niet uit te leggen.”

In de kern van de zaak gaat het niet om persoonlijke ijdelheid (Kohl) of binnenlands-politieke behoeften (Major). De bom die de verzamelde groten van de EU om de oren vloog bevatte twee kernladingen van principiele aard. In de eerste plaats: wie regeert Europa? En: over welk Europa gaat het?

Dat Europa zich niet onder curatele van een Frans-Duitse tweebond wil stellen hebben Kohl en Mitterrand als op de top van Maastricht (december 1991) gemerkt. Want het verdrag, dat in wezen door hen beiden is uitgedokterd, liep toen bijna stuk op het verzet van de kleintjes (Denemarken) en niet-zo-kleintjes (Groot-Brittannie) - om nog maar te zwijgen over de slechts met moeite neergeslagen opstand van het Franse kiezersvolk. Daarbij komt de bijzondere handicap van de verenigde Duitsers. De facto zijn zij de sterksten in de club van twaalf. Maar ze kunnen hun macht slechts gebruiken was ze niet Wilhelm II maar Adenauer als voorbeeld nemen: altijd in konvooi, nooit alleen. Want macht provoceert steeds tegen-macht.

Welk Europa moet het zijn? Het is om zo te zeggen de “constitutionele kwestie” waarover in Europa niet kan worden beslist analoog aan wijlen de “integratie” onder Bismarck (met “ijzer en bloed”) of aan die van de Verenigde Staten (door de overwinning van het noorden op het zuiden in 1865). Waar de wapens moeten rusten kan alleen consensus regeren. En Korfoe mislukte, omdat de personen Ruud Lubbers en Jean-Luc Dehaene twee tegenstrijdige “constitutionele principes” leken te vertegenwoordigen. Grof gezegd: aan de ene kant vrije handel, vrije markt en Atlantische openheid - aan de andere kant afgrenzing, etatisme en centralisatie (ook als de christen-democraat Dehaene geenszins in een vakje past met de socialist Delors).

De paradox van het mislukte Duits-Franse optreden is dat Kohl eerder naar de 'Britse' kant neigt dan naar de 'Franse'. Heeft Lubbers' kritiek op het tempo van de Duitse vereniging (december 1989) hem zozeer geergerd dat hij van het verleden het wezenlijke - de toekomst van Europa - is vergeten? Dat zou beneden Kohls waardigheid zijn. Toch zou het prestigeverlies juist bij de Duitsers snel vervliegen als aan het hoofd van de EU-Commissie een man komt te staan die iets behoedzamer omspringt met de 'constitutionele kwestie' dan een Jacques Delors. Vrije handel, deregulering en decentralisatie zijn nu eenmaal Duitse belangen die door de omhelzing met Frankrijk niet altijd het best worden gewaarborgd.

Het fiasco van Korfoe mag daarom niet worden gezien als een existentiele crisis. Integendeel: het was een reinigend onweer, dat illusies heeft weggespoeld. De anderen zijn geen 'groenten' onder de Frans-Duitse ploeg, maar partners. Europa zal ofwel in consensus groeien of het zal in het geheel niet groeien. De last ligt nu op de schouders van de bondsrpeubliek, die vrijdag voor een half jaar het voorzitterschap van de EU overneemt. Het is Kohls kans en zijn verantwoordelijkheid. Met zijn legendarische tactische vermogen en zijn slechts af en toe falende neus voor gevoeligheden kan hij in het overleg tot een kandidaat komen die de hele gemeenschap draagt en verdraagt.

Hoofdredactioneel commentaar uit de Suddeutsche Zeiting van vandaag.