Chemie ligt 'goed op schema' met beperken milieuschade

LEIDSCHENDAM, 29 JUNI. De Nederlandse chemische industrie vermindert haar uitstoot van milieuschadelijke stoffen sneller dan de overheid in het nationaal milieubeleidsplan (NMP) voorschrijft. De enige uitzondering daarop vormt de emissie van kooldioxyde (CO), vermoedelijk een belangrijke veroorzaker van het broeikaseffect.

Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde 'milieuprofiel' van de chemie, een jaarverslag dat is gebaseerd op een enquête onder de chemiebedrijven in 1992. De sterke daling van de winsten en investeringen in de chemie in 1993 “kan wel enige gevolgen hebben” voor het tempo waarmee de milieuschade wordt aangepakt, maar er is toch “een zeer goede kans dat we de doelstellingen halen”, zegt ir. Wim Quik, technisch directeur van de Vereniging van de Nederlandse chemische industrie (VNCI). “Er zijn wel signalen dat het tempo, als gevolg van de teruglopende investeringen in onze bedrijven, wat trager wordt”, zegt Quik.

De chemie heeft met minister Alders een convenant (pakket afspraken) gesloten voor reductie van alle emissies en lozingen van schadelijke stoffen, met doelstellingen voor 1995, 2000 en 2010. Wat betreft de verzurende emissies uit de schoorstenen, vooral zwaveldioxyde (SO) werd tussen 1988 en 1990 al een vermindering van 37 procent geboekt, een trend die zich daarna voortzette. De chemie kwam met 12,4 kiloton in 1992 al ver onder de doelstelling van 20,6 kiloton voor 1994 uit. Dat geldt ook voor de stikstofoxyden (NOx): uitstoot in 1992 19,1 kiloton, tegen een doelstelling voor 1994 van 24,6 kiloton. Bij de uitstoot van koolwaterstoffen ligt de chemie “op schema”, zegt Quik, bij de lozing van fosfaten “zitten we al aanzienlijk lager dan de doelstelling” en ook de lozing van resten zware metalen als nikkel, cadmium, arseen, lood en chroom is sneller verminderd dan afgesproken. De CO-emissies van de chemie namen met 1000 kiloton toe (van 10 naar 11 procent van het totaal in Nederland) tegen bijna een verdubbeling bij de overige industrie.

Sinds 1977 zijn de milieulasten voor de chemie verdrievoudigd tot 1.200 miljoen gulden in 1993 en tot 1997 komt daar nog eens 400 miljoen gulden bij. Deze kosten worden in de prijzen doorberekend, wat de concurrentiepositie sterk beïnvloedt. Voor de uitvoering van het convenant met minister Alders zal de komende zes jaar bovendien nog eens 8 tot 10 miljard gulden worden geïnvesteerd. In 1992 investeerde de Nederlandse chemie in totaal voor 3,3 miljard gulden en vorig jaar voor 2,5 miljard. Een steeds groter deel daarvan (oplopend tot 30 procent in 2000) gaat naar milieu-gerelateerde vernieuwingen en verbeteringen. Daarmee zit de chemie “goed op schema” met het jongste milieuplan van de regering, het NMP-2.

“Maar dan moet een nieuw kabinet wel de verplichtingen van de overheid in het milieu-convenant nakomen”, waarschuwt Quik. “Dat betekent geen ministers die elkaar tegenspreken, geen nieuw overheidsbeleid op dit punt, en geen milieuheffingen voor de bedrijfstak tot het jaar 2010.” Anders komt het convenant volgens de VNCI op losse schroeven te staan. “Onze boodschap aan een nieuw kabinet is: houd vast aan de huidige doelstellingen op milieugebied, introduceer géén nieuwe belastingen en leg nu de nadruk op de uitvoering, want ons bordje is echt vol”, aldus de technisch directeur.

In dit verband was de VNCI “niet gelukkig” met de kleinverbruikersheffing op energie waarover de onderhandelaars over de mislukte 'paarse' coalitie afspraken hadden gemaakt. “Onze ervaring leert dat als zo'n heffing er eenmaal is, ze heel makkelijk wordt uitgebreid tot een ecotax voor de industrie. We hebben wel eens de indruk dat de overheid de economische potentie van het bedrijfsleven ziet als een worst waar je steeds weer een plak afsnijdt.” Ook leidt het verlies van koopkracht voor kleinverbruikers/consumenten volgens de VNCI tot afwenteling in de vorm van looneisen. Volgens een raming van het Centraal Planbureau zou de kleinverbruikersheffing daardoor leiden tot een verlies van 50.000 banen, zegt Quik. Het CPB onderstreept echter dat dit effect zich alleen onder zeer extreme omstandigheden zou voordoen en levert de heffing zoals de 'paarse' partijen die willen een lichte groei van de werkgelegenheid op.

Energiebesparing en vermindering van de CO-emissie kan volgens Wim Quik veel beter bereikt worden via de meerjarenafspraak die de chemie met het ministerie van economische zaken heeft gemaakt, om de energie-efficiency tegen het jaar 2000 met 20 procent te verbeteren, vindt hij. “Daar hebben we nog wèl meer warmte/krachtcentrales voor nodig. Om de bouw daarvan rendabel te houden is voortzetting van zowel de subsidie van Economische Zaken als handhaving van de vergoeding voor teruglevering van overtollige stroom aan het openbare elektriciteitsnet nodig.”

Ook moet de overheid het bedrijfsleven vrijlaten in het bepalen van een zo effectief mogelijke besteding van de milieu-investeringen, vindt hij. “Dat betekent dat je in een aantal gevallen, bij verouderde installaties geen hoge kosten meer maakt, maar een aantal jaren wacht en dan een grote vervangingsinvestering doet, of dat de ene bedrijfstak soepel verplichtingen van een andere overneemt. Bijvoorbeeld: de metaalsector haalt zijn SO-doelstelling niet, dan nemen de chemie en de raffinage dat over. Dat willen wij in overleg tussen bedrijfsleven, overheid en vakbeweging regelen. Dat streven gaat in de richting van verhandelbare emissierechten, zoals de Verenigde Staten die kennen, en dat vergt aanpassing van de wetgeving.”

Ten slotte pleit de VNCI voor een internationale vergelijking van de milieulasten, om concurrentievervalsing te voorkomen. Quik: “Wij hebben er geen probleem mee om voorop te lopen, maar we moeten niet te ver voor de muziek uit lopen. Nu zitten we in de kop van het peleton.”