Amusant pandemonium bij Marokkanen

ORLANDO, 29 JUNI. Er zijn wat problemen. Nacer Abdellah, de Vlaamse verdediger van Marokko die in de Belgische competitie speelt bij Waregem, wil ons best te woord staan. Heel graag zelfs. Maar hij moet nog één minuutje wat regelen. Dat zei hij vier uur geleden ook al. Eerst moest hij als tolk fungeren voor Frans Hoek, keeperstrainer bij Ajax. Hoek, die kennelijk ook in business zit, probeert voor een sponsor reserve-doelman Zakaria El Achraf van nieuwe handschoenen te voorzien. El Achraf speelt mogelijk tegen Nederland.

Daarna werd Abdellah weggeroepen voor een tactische bespreking, waarbij ook de minister van sport een rede hield en de spelers een hart onder de riem stak: “Jullie hebben twee schitterende wedstrijden gespeeld. Je kunt niet drie keer pech hebben.”

Nu zit Abdellah, met zijn fijne zwarte krulletjes bengelend voor zijn ogen, druk gesticulerend in het restaurant aan tafel met een kleine man. De lounche van het hotel waar de Marokkanen hun intrek hebben genomen, lijkt wel een marktplaats. Vrouwen en kinderen van spelers lopen in en uit. Vakantiegangers banen zich door de drukte een weg naar het zwembad. Dit is wel even wat anders dan het hermetisch afgesloten hotel van Oranje, waar de pers nog maar twee keer een uur welkom was. En waar krokodillen de oevers bewaken voor indringers die proberen het altijd gesloten hek toch te omzeilen.

Abdellah, die sinds zijn derde in België woont, wenkt ons. Hij maakt een opgewonden indruk. Of we even willen aanschuiven. Terwijl hij naar ons wijst, zegt hij tegen een kleine man: “Praat eens met hen”. De aangesprokene blijkt een Italiaanse vertegenwoordiger van sportkledingfabrikant Lotto te zijn. Abdellah vervolgt zijn betoog tegen de man. “Ik heb geen zin nog eens tien dagen te wachten. Ik wil mijn geld zien”, zegt hij in het Engels. En vervolgens met de vuist op tafel slaand: “Als ik morgen voor negen uur geen geld heb, speel ik niet op Lotto maar op Adidas tegen Nederland.” De Italiaan wordt nog kleiner, het zweet parelt op zijn voorhoofd. Zo verwonderlijk is dat niet, want de Marokkaanse bondscoach heeft de hotel-directie gevraagd de airconditioning uit te schakelen om verkoudheden te voorkomen.

Nacer Abdellah richt zich opnieuw tot ons en legt uit wat er aan de hand is. Het Marokkaanse elftal heeft voor het WK een deal gesloten met Lotto voor slechts 22.000 dollar. Zelf was hij de enige die een verbintenis heeft met Adidas, dat hem voor elke wedstrijd die hij met de schoenen van een andere sponsor speelt, een boete oplegt van 1.500 dollar. Een zekere Luca Scolari van Lotto loste dat snel op. Hij zou als enige nog eens tweeduizend dollar per wedstrijd extra ontvangen. Maar nu blijkt deze vertegenwoordiger van niets te weten.

Abdellah: “Als ik na de wedstrijd tegen Nederland naar België moet, kan ik fluiten naar mijn geld. En ik had juist van die 1.500 dollar die ik eraan overhoud, hier nog een weekske willen blijven. Ik heb me opgeofferd voor het teambelang, want anders was de overeenkomst met de Marokkaanse bond niet doorgegaan.”

Hij heeft niets op papier staan, maar hij heeft wel enkele ploeggenoten als getuigen. Die worden een voor een naar het restaurant gesleept. De gesprekken lopen hoog op. De Vlaamse Marokkaan is een talenwonder. Hij spreekt Nederlands, Arabisch, Frans, Engels en nu zelfs Italiaans. In zijn eigen taal krijgt de vertegenwoordiger te horen dat hij er mafiose praktijken op nahoudt. Even later verschijnt een forse man met brede schouders in het restaurant, waar de spelers al lang en breed voor het diner aan tafel zijn gegaan en het pandemonium geamuseerd gadeslaan. Het is kolonel-majoor Zemmouri die door koning Hassan II persoonlijk als bondsvoorzitter is geïnstalleerd. “Zorg dat deze man niet verdwijnt, ik krijg nog geld van hem”, zegt Abdellah tegen hem. De vertegenwoordiger weet niet hoe snel hij de receptie moet opzoeken om in contact te komen met zijn kantoor.

Dergelijke taferelen kunnen zich aan de vooravond van een interland bij Oranje nooit voordoen. Daar zal gisteravond ongetwijfeld serene rust hebben geheerst. Ook mochten de internationals zondagavond niet op stap, zoals de Marokkanen. De twee vedetten van het elftal, Noureddini Naybet en Rachid Daoudi, waren na aankomst uit Washington, waar ze klop kregen van de Saoedi's (2-1), tot in de kleine uurtjes te vinden in een discotheek.

Ze waren optimistisch gestemd. Nederland zouden ze met 3-0 verslaan en uitgeschakelen. Naybet: “Want dit Oranje-team is niet te vergelijken met de sterke ploeg van '92.”

De Marokkanen hebben zich dus op hun eigen manier voorbereid, en dat gebeurde niet bepaald geconcentreerd, terwijl ook de training nogal vrijblijvend was. Ook bondscoach Blinda meldt zich in het restaurant. Hij fronst de wenkbrauwen: “De discipline is voor onze begrippen best goed. Alleen niet in het veld. Daar ontbreekt de tactische discipline. We zouden meer internationale wedstrijden moeten spelen. Tegen Nederland worden we geholpen door de hitte. Oranje zal hoogstens 25 minuten in een hoog tempo kunnen spelen.”

Als het gesprek komt op de Marokkaanse competitie, wordt duidelijk dat er geen vergelijking mogelijk is met de Nederlandse eredivisie. “Er ontbreekt een goede begeleiding. En de trainers leven constant op een tijdbom. Van de zestien clubs wisselden er dertien het afgelopen seizoen van coach. Verliezen is dodelijk.”

Als Nacer Abdellah de problemen moet schetsen van het Marokkaanse voetbal, noemt hij vooral de gebrekkige accommodaties. “Er zijn enorme stadions, maar geen goede velden. Wij hebben misschien in potentie de beste spelers van de wereld, maar de jeugdopleiding is heel slecht. Daarom wil ik na mijn carrière terug naar m'n geboorteland om me in die richting nuttig te maken.”