Was Korfoe een ongeluk of eerste stap naar schisma?

BRUSSEL, 28 JUNI. Juist de afgelopen weken was er weer enige hoop gegroeid in Brussel. De Europese verkiezingen hadden een nieuw Europees parlement opgeleverd. En daarvan mag - ondanks de lage opkomst in veel landen en ondanks het succes van sommige anti-Europa-partijen - toch een klein beetje nieuw leven worden verwacht voor Europa, zo werd gespeculeerd door topambtenaren van de Europese Commissie.

Na het Griekse voorzitterschap van de Europese ministerraden - vertroebeld door de kwestie Macedonië - zou Duitsland het roer per 1 juli overnemen. Met de Fransen, die daarna aan de beurt zijn, was in Mulhouse afgesproken om nauw samen te werken. Dat zou dus een dubbele impuls voor Europa opleveren, en misschien nog wel meer, als ook de volgende voorzitter, Spanje, zich zou aansluiten bij de Frans-Duitse as. Dan zou een krachtige drie-trapsraket ontstaan, die Europa wel weer in beweging zou krijgen, juist op een moment dat de economische groeicijfers er ook steeds hoopgevender uitzien.

En dan was daar nog het aantreden, begin volgend jaar, van een nieuwe Europese Commissie. Die wordt voor het eerst gekozen voor een periode van vijf jaar, net zolang als de zittingsperiode van het Europese parlement. Ook dat zorgt voor extra stabiliteit, zeker als de nieuwe voorzitter een energieke persoonlijkheid is, een man met bewezen managementkwaliteiten, een probleemoplosser die het Europese hart op de goede plaats draagt. Iemand als de Belgische premier Jean-Luc Dehaene bijvoorbeeld.

Maar helaas, een nachtelijke sessie op het Griekse eiland Korfoe en de daarop volgende mokerslag van het Britse veto tegen de 'federalist', 'interventionist', 'centralist' en 'bureaucraat' Jean-Luc Dehaene waren voldoende om alle hoop krachtig de bodem in te doen slaan. De Frans-Duitse 'Blitzkrieg' - in de ogen van de Britse Eurosceptici - is gestopt. In plaats van over twee dagen een vliegende start te kunnen maken met het EU-voorzitterschap, zal de Duitse bondskanselier de komende weken al zijn diplomatieke handigheid en overredingskracht nodig hebben om alsnog een kandidaat voor de opvolging van Jacques Delors naar voren te schuiven die de steun heeft van alle regeringsleiders. Dus ook de instemming van de Euro-rebel John Major.

Er circuleren al allerlei namen. Bijvoorbeeld die van de Belgische burggraaf Davignon, van de Ier Peter Sutherland, van de Belgische oud-premier Martens, en natuurlijk die van premier Dehaene (wordt immers gesteund door 11 lidstaten), en zelfs van premier Lubbers (is immers de enige kandidaat tegen wie niemand overwegende bezwaren heeft aangevoerd). Achter die speculaties over namen gaat de angstige vraag schuil of de onverkwikkelijke gebeurtenissen op Korfoe slechts moeten worden beschouwd als het zoveelste 'accident de parcours' voor de Europese Unie, of dat de Europese samenwerking nu onherstelbare schade oploopt, uitmondend in een heus schisma.

Pag.5: Het is de vraag of het gehavende verdrag van Maastricht 1996 haalt

In 1996, zo werd al in Maastricht afgesproken, zal Europa op een grote, intergouvermentele conferentie, opnieuw op de tekentafel worden gelegd. Dan zal gekozen moeten worden voor een heldere koers (in extremis: een federaal Europa of een Europa van de Vaderlanden) en voor heldere werkafspraken, die uitbreiding van de EU naar Midden- en Oost-Europa mogelijk moet maken. Op Korfoe stemden de regeringsleiders er mee in dat het Europees parlement daarbij rechtstreekse invloed mag uitoefenen. Het parlement mag twee afgevaardigden benoemen in het comité van 'persoonlijke vertegenwoordigers van de regeringsleiders', dat de conferentie gaat voorbereiden.

Maar dat nieuws werd geheel ondergesneeuwd door de andere gebeurtenissen op Korfoe. En dat is begrijpelijk ook. Want het kordate 'nee' van Major zou wel eens kunnen betekenen, dat '1996' voor Europa al is begonnen. Door de harde opstelling van Major verliezen beschouwingen en gedachtenoefeningen over het 'Europa van twee snelheden', of het 'Europa met een kerngroep van een beperkt aantal landen' - zoals onlangs gesuggereerd door de Franse minister van Europese zaken, Lamassoure - plotseling hun vrijblijvende karakter.

Kohl weet dat hij zich weinig illussies hoef te maken over toegeeflijkheid van Major ten aanzien van de kandidaat Dehaene. Voor de Britse premier is er geen 'way back': hij heeft zijn politieke lot in eigen land verbonden aan handhaving van het veto. Daarmee handelt Major, zoals hij de afgelopen jaren steeds heeft gehandeld sinds hij de erfenis van Thatcher overnam. Major rekt zijn politieke voortbestaan door van zijn binnenlandse problemen Europese problemen te maken. Op die manier heeft hij in het Verdrag van Maastricht - dankzij Lubbers - een 'opt out' gekregen op het sociale beleid, net zoals er voor de Britten uitzonderingen zijn gemaakt in het Europees Monetair Stelsel. Recentelijk nog ging Major een keiharde confrontatie aan met de andere lidstaten over de stemmenprocedure in de Europese ministerraden. Hij dreigde daarvoor zelfs de uitbreiding van de EU op het spel te zetten, maar ging uiteindelijk akkoord met een compromis.

Maar bij de Britse opstelling gaat het natuurlijk om meer dan alleen de overlevingsstrategie van Major. Londen staat wel degelijk voor een 'ander' Europa. Maar hoe 'anders' precies, blijft doorgaans steken in slogans als 'minder bureaucratie', 'meer openheid', 'meer decentralisatie'. Major en zijn ministers mogen graag spreken over het 'Europa van het gezond verstand'. Daar zal natuurlijk niemand op tegen zijn. Engeland staat vaak ook helemaal niet geïsoleerd. Samen met Denemarken voerde het oppositie tegen 'Maastricht'. Spanje steunde Londen in de stemmenkwestie. Nederland en Groot-Brittannië hielden er gelijkluidende opvattingen op na over de GATT. De vraag is waar voor de Britten en voor de andere EU-lidstaten het gezond verstand voor Europa precies ophoudt, en de nationale ratio gaan prevaleren?

Bij het begin van het Britse voorzitterschap, tweede helft 1992, verklaarde premier Major dat Groot-Brittannië zich in het hart van Europa wil bevinden. De nu ontstane confrontatie tussen Kohl (met Mitterrand wat op de achtergrond, maar wel aan zijn zijde) en Major zal duidelijk maken in hoeverre beide heren het nog wel over hetzelfde Europa hebben. En - niet minder belangrijk - wie het in dat Europa voor het zeggen heeft. In december 1991 werden de machtstegenstellingen nog toegedekt, maar het is twijfelachtig of 'Maastricht' - toch al deerlijk gehavend door het Deense 'nee' - 1996 zal halen. Oostenrijk en mogelijk ook Zweden, Finland en Noorwegen zullen volgend toetreden tot een EU dat haar koers en wier traditionele leiderschap ernstig wordt belaagd.