Veranderingen

Het schijnt waar te zijn, dat de mens niet snel te oud is om nieuwe ervaringen op te doen. Toch zat ik even raar te kijken naar het tv-scherm waarop zaterdagavond de beelden van Holland - België verschenen. Het toestel bevond zich namelijk in een van de cabines van het centre court van Wimbledon, waar zojuist de koningin-moeder van het vrouwentennis haar partij triomfantelijk had beëindigd. Met de gedachten nog bij de negenvoudige Wimbledon-winnares Martina Navratilova verscheen de voetballer Jan Wouters in beeld. Niet echt een volledig contrast met Martina, maar toch een hele overgang. Kijkend naar al die verbitterde voetbalgevechten die tot nu toe geleid hebben tot gigantische erupties van strijdlust en aanvalsdrift, viel ik van de ene verbazing in de andere. Waar kwam die bereidheid om risico's te nemen vandaan en hoe kon men aanvallend zo tekeergaan in die hitte? Was het de invloed van de Amerikanen, die sport al gauw afwijzen als er te weinig intensieve actie is? Het zou kunnen zijn dat ook in het tennis modernisering van de tot nu toe heersende opvattingen ophanden is. Tennis volgens Europese opvattingen bevat nog steeds overblijfselen uit de dagen van lange witte broeken, een Oxford-accent en de sfeer van een tuinfeestje van rond de eeuwwisseling. Waarom mag er niet gejuicht worden tijdens de rally's? Omdat het hinderlijk wordt geacht voor de spelers. Maar in andere sporten, waar in vaak grotere stadions aanzienlijk meer decibels worden geproduceerd dan bij voorbeeld op Wimbledon, worden de sporters geacht daar tegen te kunnen. Waarom krijgen tennissers de gelegenheid om de volgende slagenwisseling vrij lang uit te stellen? Er stond dertig seconden voor, wat gereduceerd werd tot 25 seconden en nu denkt de ATP erover de grens naar twintig seconden te verleggen.

Belangrijk wordt deze verandering overigens pas wanneer de umpires met de blik op hun stopwatch de hand houden aan die twintig seconden. Punt drie heeft betrekking op de microfoon van de arbiter. Hij pleegt die dicht te draaien zodra hij in gesprek is met een speler. Waarom mogen wij niet vernemen wat hier gezegd wordt? Dit soort gesprekjes - hoe stompzinnig wellicht - behoren bij de wedstrijd. Tot nu toe wilde men de spelers beschermen tegen hun eigen woorden, maar hoe gênant soms, het kunnen ook verhelderende brokjes conversatie zijn voor de toeschouwers.

Nu is het een illusie te denken dat de spelersvakbond, die een paar ingeroeste zaken wil veranderen, dit uit nobele verlangens doet. Het ligt veel zakelijker: de toeschouwersaantallen bij de omstreeks negentig ATP-toernooien, jaarlijks over de hele wereld, lopen terug. En de eerste week van Wimbledon is door vijf procent minder toeschouwers bezocht dan vorig jaar. Dramatisch is deze teruggang niet en Wimbledon is een grandslam-toernooi waarvoor de ATP-veranderingen niet gelden, maar algemeen wint de overtuiging veld dat de spelers te veel verdienen en te weinig presteren. Men heeft geklokt dat de bal in de match Agassi - Pereira in het eerste volle uur slechts zeven minuten en veertien seconden in het spel was.

Sampras - Reneberg kwam niet verder dan zes minuten en 23 seconden. In die wedstrijd kwam een game voor die rijp lijkt voor het Guinnessbook of Records: tijdsduur vier seconden - Sampras serveerde vier aces achter elkaar. Korter en heviger is nauwelijks mogelijk, al hebben ook die aces hun eigen bekoring. Ergerlijk is de verhouding tussen superverdiensten en kort presteren. De winnaar van het heren enkelspel kan rekenen op omstreeks een miljoen gulden. Men heeft berekend dat Sampras indien hij het toernooi wint, per gespeelde minuut ruim 15.000 gulden incasseert. Nu is het zo dat topsport helden nodig heeft en daarbij passen exorbitante bedragen. Maar de helden moeten uitstraling hebben. Agassi en Becker bezitten die uitstraling, maar verder is het armoe. Al klinkt dat ietwat komisch bij al deze miljonairs.