Spel begint weer van voren af aan

DEN HAAG, 28 JUNI. Met het mislukken van de vorming van een paars kabinet heeft de kabinetsformatie het in de Nederlandse parlementaire historie niet onbekende stadium van optimale onduidelijkheid bereikt.

Paars, oftewel de combinatie van PvdA, VVD en D66, lijkt vanaf nu uitgesloten. De drie informateurs schrijven in hun eindverslag aan de koningin weliswaar dat de vorming van een dergelijk kabinet 'thans' niet mogelijk is, maar de drie betrokken fractievoorzitters gaven gisteren stuk voor stuk aan dat zij geen mogelijkheden zien om de gerezen geschilpunten op te lossen. Het betekent dat de in het verleden vaak beproefde methode van een lijmpoging er niet in zit. Geen nieuwe informateurs die het nog een keer gaan proberen. Het formmatiespel begint weer van voren af aan, alleen nu met het gegeven dat er een combinatie minder mogelijk is.

Blijft het streven gericht op een kabinet dat steunt op een meerderheid in de Tweede Kamer, dan resten er niet veel reële mogelijkheden meer. In die zin zou er snel helderheid in het verdere verloop van de formatie kunnen worden gebracht. Daarvoor zijn echter wel eensluidende adviezen van de fractievoorzitters aan de koningin nodig en dat is nu juist niet te verwachten. PvdA-leider Kok zal pleiten voor een onderzoek naar een kabinet bestaande uit PvdA, CDA en D66. VVD-fractievoorzitter Bolkestein zal daarentegen een kabinet van VVD, CDA en D66 voorstellen.

Zowel Kok als Bolkestein heeft zijn alternatief voor het geval paars mocht mislukken reeds begin mei aan informateur Tjeenk Willink kenbaar gemaakt. Het was een vorm van duidelijkheid die D66-fractievoorzitter Van Mierlo toen nog niet wilde verschaffen. Hij hield het bij zijn eerste voorkeur voor paars: een kabinet gevormd door PvdA, VVD en D66. Op de vraag van Tjeenk Willink wat er na een eventueel mislukken van paars onderzocht zou moeten worden, antwoordde Van Mierlo cryptisch dat hij een kabinet van D66 met PvdA en CDA “ongeloofwaardig” achtte en een kabinet bestaande uit D66, CDA en VVD “ongewenst”.

Nu paars echt is mislukt, blijft Van Mierlo aan zijn kwalificaties vasthouden, zo bleek gisteren. In feite geeft hij daarmee te kennen dat nu eerst anderen het maar moeten proberen. Maar aangezien voor de vorming van een meerderheidskabinet altijd de steun van D66 nodig is, betekent dit bijna automatisch een keuze voor een bijzonder kabinet. Hetzij een kabinet waarbij CDA en PvdA, respectievelijk CDA en VVD door kleine partijen zoals de kleine christelijke en de ouderen aan een meerderheid wordt geholpen, hetzij een minderheidskabinet dat het moet hebben van gedoogsteun uit de Tweede Kamer. In alle gevallen gaat het om unieke constructies en de komende dagen - en wellicht weken - zal moeten blijken of D66-leider Van Mierlo daarvoor de verantwoordelijkheid wil dragen.

De volgende ronde in de kabinetsformatie zal naar alle waarschijnlijkheid dan ook gericht zijn op de rol die D66 wenst te spelen. Aan een nieuwe informateur de taak dat te onderzoeken. Wie moet dat zijn? Ook daarvoor bestaan geen regels, doch slechts aannemelijkheden. Alles hangt af van wat de fractievoorzitters adviseren, maar zodra in hun adviezen geen sprake meer is van enige unanimiteit, neemt de eigen verantwoordelijkheid van het staatshoofd toe. Zij staat dan voor de taak een keuze te maken waarmee de meeste partijen wel kunnen leven. Van belang voor die keuze is het advies dat CDA-fractievoorzitter Brinkman - sinds gisteren weer volop in de race - aan haar zal verstrekken.

Het ligt niet in de aard van het CDA direct een voorkeur voor PvdA dan wel de VVD uit te spreken. Zegt het CDA immers niet altijd dat het om het programma gaat? Wordt deze stellingname ook in het advies aan de koningin gegoten, dan ligt het voor de hand dat er uiteindelijk een informateur van CDA-huize uit de bus zal rollen. Deze moet dan onderzoeken welk kabinet op een vruchtbare samenwerking met een meerderheid van de Tweede Kamer kan rekenen.

Bij deze werkwijze wordt dan niet eerst een combinatie van partijen uitgezocht, maar een programma dat met alle grote partijen wordt besproken. Daarvoor hebben de informateurs De Vries, Vis en Van Aardenne reeds het nodige voorwerk gedaan. Er ligt een sociaal-economische paragraaf voor een regeerakkoord op tafel inclusief doorrekening van het Centraal Planbureau. Op onderdelen had de VVD bezwaren, maar dat ging om de invulling en niet om het pakket en de daarin genoemde totaalbedragen als zodanig. Een informateur kan het paarse ontwerpakkoord prima als basis voor verdere besprekingen gebruiken. Heeft het CDA minder problemen met de invulling van bepaalde bezuinigingen dan de VVD, dan kan er verder worden gepraat met de PvdA. Het probleem is alleen dat PvdA en CDA samen niet over een meerderheid beschikken en dus D66 nodig hebben, terwijl die laatste partij nog niet zover is.

Vandaar dat de opdracht van de koningin aan een informateur niet aan ruime bewoordingen kan ontkomen. Een opdracht die het ook mogelijk maakt naar minderheidskabinetten te kijken. CDA en PvdA die samen een kabinet steunen kabinet vormen met eventuele gedoogsteun van D66. Met zoveel mogelijkheden is een ding zeker: snel verloopt de formatie vanaf dit moment niet meer.