Snelle en heldere Mahler zonder duistere resonanties

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Günther Herbig m.m.v. Felicity Palmer, mezzospraan, en Seppo Ruohonen, tenor. Programma: A. Schönberg: Fünf Orchesterstücke op. 16; G. Mahler: Das Lied von der Erde. Gehoord: 25/6 Dr. Anton Philipszaal Den Haag.

Op papier leek het concert dat het Residentie Orkest donderdag in Brussel en zaterdag in Den Haag gaf een zo fraai gekozen programma te hebben: de Passacaglia van Webern, de Fünf Orchesterstücke van Schönberg en Das Lied von der Erde van Mahler. Allemaal Weense muziek uit de jaren 1908 en 1909, late muziek van Mahler en vroege muziek van Webern en Schönberg. Bovendien was het programma zo mooi symmetrisch: zes orkestrale stukken voor de pauze, zes liederen na de pauze.

Maar gebrek aan repetitietijd en het idee dat er een nóg betere balans in het concert zou ontstaan, deden dirigent Günther Herbig besluiten Weberns Passacaglia niet uit te voeren.

De Fünf Orchesterstücke van Schönberg met hun sfeer van gepassioneerde agitatie en onthechting vormden nu vooral een thematische opmaat voor Das Lied von der Erde, Mahlers laatste liederen over opperste levenslust, eenzaamheid, afscheid, dood en nieuw leven. De uitvoering als geheel was er een die vooral koel, objectiverend en emotieloos leek, door Herbig in nogal snelle tempi scherp getekend in dunne heldere lijnen en zonder veel van die duistere resonanties die Mahler wil laten opklinken. Toen ze uiteindelijk in Der Abschied wel klonken, waren ze helaas niet huiveringwekkend.

De Finse tenor Seppo Ruohonen ontwikkelde een zo krachtig volume dat hij in het eerste lied zelfs steeds hoorbaar was en in zijn andere liederen het orkest degradeerde tot nogal onbeduidende begeleiding. Maar zijn stem miste in de hoogte toch de glans en présence om recht te doen aan de extatische uitbarstingen.

Felicity Palmer leek zich aanvankelijk geheel te schikken in de kille aanpak van Herbig, maar kwam uiteindelijk in Der Abschied tot een acceptabele bijdrage. Een begenadigd Mahlervertolkster is zij echter niet met haar voor dit repertoire wat bleke en niet al te persoonlijke stemgeluid. Het mooiste en verrassendste moment was de regel Ich suche Ruhe, Ruhe für mein einsam Herz!, met een begeleiding zó zwoel en hemels-etherisch van klank dat die herinnerde aan het derde deel van Mahlers Vierde symfonie. Waren er maar meer momenten geweest met zulk een liefde en aandacht.