Rechtbank in Skopje veroordeelt Albanezen

SKOPJE, 28 JUNI. Een rechtbank in de Macedonische hoofdstad Skopje heeft gisteren tien etnische Albanezen veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen wegens verraad en samenzwering tegen de staat.

Onder de veroordeelden bevinden zich twee leiders van de omvangrijke Albanese minderheid in Macedonië, de voormalige onderminister van defensie, Husein Haskaj, en Mithat Emini, secretaris-generaal van de Partij voor Democratische Welvaart (PDP), de belangrijkste politieke partij van de Albanese minderheid.

De tien werden in november vorig jaar gearresteerd wegens wapensmokkel en het opstellen van plannen voor de vorming van een 20.000 man omvattend leger. Ze zouden de door de Albanese minderheid bewoonde delen van Macedonië willen afscheiden en bij Albanië willen voegen. De arrestaties leidden eind vorig jaar tot frictie met het buurland Albanië, dat volgens sommigen bij de wapensmokkel was betrokken. Ook dreigde even een kabinetscrisis in Macedonië wegens de betrokkenheid van de PDP-leden bij de zaak. De PDP maakt deel uit van de regering van Macedonië. Beide problemen werden echter snel opgelost.

De tien werden gisteren veroordeeld tot gevangenisstraffen tussen vijf en acht jaar. De straffen vielen veel zwaarder uit dan verwacht en in kringen van de Albanese minderheid is verontwaardigd gereageerd. Een woordvoerder van de PDP omschreef de straffen als “draconisch” en zei dat “de Macedonische justitie zich nog niet kan losmaken van een verleden waarin mensen vijf tot tien jaar gevangenisstraf kregen voor fictieve daden of verbale overtredingen.”

Volgens waarnemers kunnen de gisteren uitgesproken straffen negatieve consequenties hebben als de Albanezen ze beschouwen als etnisch gemotiveerd en discriminerend. Eerder deze week begon in Macedonië een volkstelling, die moet uitwijzen hoe groot eigenlijk de Albanese minderheid in Macedonië is. Die volkstelling is bedoeld om de etnische spanningen in Macedonië te sussen, maar heeft ze eerder op de spits gedreven. De uitspraak van de rechtbank kan ze nog verder opdrijven. (Reuter)