Niet meer welkom in Indonesië, niet langer legaal in Nederland; Mijn paspoort heb ik nooit meer gezien

Het leven van een illegaal, hoe ziet dat eruit? Hoe kon het gebeuren, wie is het overkomen, hoe moet het verder? Een serie portretten van mensen die, om heel verschillende redenen, zonder geldige papieren in Nederland wonen.

Ica (30) kwam in 1981 vanuit Indonesië naar Nederland. Na het VWO studeerde hij culturele antropologie en politicologie. Door zijn politieke activiteiten is hij sinds vorige zomer zijn paspoort kwijt.

“Voor de meeste mensen is Indonesië niet meer dan een mooi en goedkoop vakantieland. Ondertussen hebben we één van de wreedste fascistische regimes van dit moment. Een militaire dictatuur die verantwoordelijk is voor het uitmoorden van 1 miljoen mensen toen ze in 1965 aan de macht kwam. Tot op de dag van vandaag worden de mensenrechten structureel geschonden. Je mag niet demonstreren, voor je mening uitkomen of jezelf organiseren. Het recht op vrijheid van beweging is voor veel mensen beperkt; 17.000 mensen kunnen het land niet uit omdat ze door de staat gezien worden als subversief element. Veel mensen lijken dit niet te beseffen. Kijk maar naar Poncke Princen die Nederland niet binnenkomt, terwijl hij juist iemand is waar jullie trots op kunnen zijn. Hij zet de Nederlandse traditie van humanisme voort, hij is de enige Nederlander die zich in Indonesië inzet voor de mensenrechten. Hij is nu half verlamd maar nog steeds enorm strijdbaar, ongelofelijk.

Toen ik in '81 naar Nederland kwam ben ik eerst gaan studeren. Ik werd lid van de FDU (het Indonesisch Democratisch Front) en het Indonesië comité. Op een bepaald moment moest ik kiezen tussen mijn studie of de politieke strijd. Ik koos het laatste, ook uit solidariteit met mijn vrienden in Indonesië. Onlangs is een vriendin van mij tot 4 jaar gevangenisstraf veroordeeld, voor het verspreiden van een sticker waarop Suharto de wortel van alle kwaad wordt genoemd. Ze is veroordeeld op grond van een wetsartikel dat nog stamt uit de koloniale tijd en dat in het begin van deze eeuw werd gebruikt om de nationalistische activisten de mond te snoeren. Een andere vriend van mij heeft een verboden boek gekopieerd en onder zijn medestudenten verspreid. Hij is opgepakt en krijgt 8jaar gevangenisstraf.

Zelfs in Nederland zijn er veel mensen die niet openlijk politiek actief durven zijn uit angst voor represailles, voor henzelf of hun familie. Ook mij heeft het jaren gekost om die angst te overwinnen. Maar toen ze in 1989 mijn beste vriend oppakten, heb ik besloten om me er totaal in te storten. Dat was opluchting, omdat eindelijk dat wat je denkt met wat je doet overeenkomt.

Het is erg belangrijk dat ook hier mensen zijn om de strijd te steunen. Het voornaamste op dit moment is op internationaal niveau actief te zijn. We gaan tweemaal per jaar naar Genève om te rapporteren bij de mensenrechtencommissie van de VN, want dat is het morele geweten van de wereld. Daarnaast is het inlichten van de media en het organiseren van financiële, morele en politieke support ook belangrijk. De grootste vijand van de Indonesische overheid is natuurlijk de internationale publieke opinie.

Afgelopen zomer kwam ik op de ambassade om mijn paspoort te verlengen. De man achter de balie begon te glimlachen. Er stond blijkbaar veel informatie over mij in de computer. Hij vroeg hoe mijn bootreis naar Oost-Timor was verlopen. Hij doelde op een actie een jaar geleden. We zijn toen met honderd studenten uit de hele wereld van Portugal naar Oost-Timor gevaren. We wilden bloemen leggen op de graven van de studenten die tijdens een vreedzame demonstratie zijn vermoord door het leger. Vooral het feit dat er twee Indonesiërs aan boord waren gaf veel opschudding. In een interview met een minister werden we van landverraad beschuldigd.

Ik ben sindsdien vaak terug geweest op de ambassade, maar mijn paspoort heb ik niet meer teruggezien. Het is een politieke zaak geworden. Er is nooit een officiële verklaring gegeven dat het in beslag is genomen. Het enige dat de betrokken kolonel me als antwoord geeft, is dat hij wacht op groen licht uit Jakarta. Ook mijn verblijfsvergunning in Nederland is niet meer geldig aangezien ik 7 maanden weg ben geweest. Wat ik niet wist is dat je verblijfsvergunning vervalt als je langer dan een half jaar weg bent. Op dit moment ben ik begonnen met een asielaanvraag, ik kan wel aantonen dat ik daar gevaar loop. Maar uit verhalen van vrienden weet ik dat dat proces wel 4 tot 5 jaar kan duren. Ik leef nu van geld dat ik uit solidariteit van mijn vrienden krijg, en woon samen met een Indonesische vriend, een schilder van 79, hij betaalt de huur en ik kook voor hem.

Ik voel me wel thuis hier, ik hou van Amsterdam, het is een dynamische stad, heel tolerant, je kunt doen wat je wilt zolang je maar niemand lastig valt. Ik woon nu al 13 jaar in Nederland, maar ik heb nooit de Nederlandse nationaliteit aan willen vragen. Niet uit chauvinisme, ik voel me een wereldburger. Maar ik wil ook de mogelijkheid houden om weer daar te gaan wonen. Mijn familie en vrienden wonen daar, ik heb mijn geschiedenis daar. Veel mensen denken dat iedereen hier wil komen om te profiteren van dit sociale stelsel, maar er zijn veel mensen die ernstig gevaar lopen en toch daar blijven. Als mensen alles, hun vrienden, hun familie en hun land, verlaten om hier te leven, dan hebben ze daar meestal een goede reden voor. Het is nog steeds beter te leven in een vreemd land dan dood te gaan of naar de gevangenis in je eigen land.

Daarnaast is het hebben van een Indonesisch paspoort voor mij een legitimatie om te strijden voor democratie en mensenrechten in mijn land. Meestal als er kritiek wordt gegeven op het regime, bijvoorbeeld door Amnesty International, wordt hen verweten dat ze zich als buitenstaander met binnenlandse aangelegenheden bemoeien. Ik wil niet dat ze dat argument tegen mij gebruiken. Ik ben een Indonesisch staatsburger en net als andere Indonesische staatsburgers worden mijn vrijheden beperkt door dit regime. Het innemen van mijn paspoort is het duidelijkste voorbeeld; ze hebben gewoon mijn benen afgezaagd, ik kan me niet meer vrij bewegen.''