'Maastricht' veroorzaakt veel leed in Griekenland

ATHENE, 28 JUNI. Woeste versobering. Honger tot 2000. Nog vier jaren tunnel. Met koppen als deze begroette de voltallige Atheense pers het “plan tot cohesie met de EU” dat de minister van nationale economie Jannos Papanthonìou dezer dagen openbaar maakte. De Ecofin, de ministers van financiën van de EU, zal zich er deze week, nog net onder het Griekse voorzitterschap, over buigen.

Doel van het Griekse cohesieplan is in 1998 tegemoet te komen aan drie van de vier eisen (omtrent inflatie, financieringstekort, overheidsschuld en koers van de munt) die in 'Maastricht' zijn gesteld, en waaraan vooralsnog alleen Luxemburg voldoet. De vierde eis, dat de staatsschuld moet zijn teruggebracht tot 60 procent van het bruto nationaal inkomen, wordt onuitvoerbaar geacht. Dat staat nu op 112 procent, zal nog verder stijgen en in 1998 zijn gezakt tot 103 procent.

Hoewel het Griekse parlement als eerste het Verdrag van Maastricht heeft aanvaard, is het cohesieplan is niet echt met open armen ontvangen. De regeringsgezinde Avriani (krant van morgen) doet het plan af als een knieval voor het boze en anti-Griekse Westen. De indiening van het cohesieplan wordt al enige maanden met angst en beven tegemoet gezien. De socialistische regering van premier Papandreou schoof het voor zich uit met het oog op de Euro-verkiezingen die in een zo goed mogelijke stemming moesten worden gehouden. Desondanks verloor de regeringspartij maar liefst een vijfde van haar electoraat.

Absolute prioriteit zal worden gegeven aan de strijd tegen de inflatie, die met 10,8 procent de hoogste is in de EU. In 1998 moet zij tot 3 procent zijn teruggebracht. De rentevoet, thans 18,5 procent en eveneens aan het klimmen omdat de drachme 'sterk' moet blijven, moet dan zijn gezakt tot 6 procent. En het financieringstekort, dat voor dit jaar wordt geschat op 12,8 procent van het bruto nationaal inkomen, moet dan het aanvaardbare niveau van 2,8 procent hebben bereikt.

De voorgaande regering van de conservatieve Nieuwe Democratie had al tweemaal een dergelijk plan opgesteld waarvan niets terecht is gekomen. Waaraan ontleent Papanthonìou het optimisme dat het deze keer wel zal lukken? De regering zegt meedogenloos te zullen zijn in haar inkomsten- en uitgavenbeleid. Bij het eerstgenoemde staat de belasting-inning centraal. De Grieken zullen er eindelijk en masse aan moeten wennen belastingen te betalen aan de kràtos (staat) die nog altijd als een vijandig lichaam wordt beschouwd. Zoals Papanthonìou zei: “De zwarte economie (ten minste 40 procent) zal de grote verliezer zijn bij dit cohesieplan”.

Tot nu toe kwam ruim 74 procent van de belastingopbrengsten uit de zak van de ingeschreven loon- en pensioentrekkers. Dokters, advocaten, optredende kunstenaars, maar ook bijvoorbeeld loodgieters, gaven elk jaar inkomsten op die ver onder het gemiddelde van een ambtenaar lagen. Eerder dit jaar is een nieuwe belastingwet in werking getreden die hieraan een eind moet maken. Vrije beroepen, tot taxichauffeurs en straatverkopers toe, zullen vanaf volgend jaar worden onderworpen aan vaste criteria, hetgeen inhoudt het opbrengen van een minimumbedrag dat aanmerkelijk hoger ligt dan wat ze tot nu toe afdroegen. Ook de boeren zullen er aan moeten geloven.

Wat de ondernemers betreft is de regering dezer dagen een offensief begonnen waarbij de namen van degenen die zwaar in de schuld staan worden gepubliceerd. Op zichzelf werkt dit niet afschrikwekkend, want het niet-betalen van belasting wordt hier nauwelijks als schandelijk gevoeld. Maar tegelijk wordt gedreigd met arrestaties of op zijn minst met het verbod het land te verlaten.

Revolutionair voor Griekenland is ook een regeling die op 10 juli in werking treedt en waarbij bezoekers van nachtclubs en andere oorden des vermaaks aan toegangsgeld worden onderworpen. Enorme bedragen uit de zwarte economie gingen tot nu toe ongecontroleerd naar de bouzoukia, zonder dat de eigenaars te maken kregen met btw en dergelijke.

Een andere bron van inkomsten hoopt de regering te vinden in de beursgang van staatsbedrijven als Telecom en raffinaderijen. En ten slotte hoopt de regering dat de miljarden ecu's die met het tweede pakket Delors de komende vijf jaar het land in zullen komen, op den duur de nodige 'ontwikkeling' zullen brengen.

Want ontwikkeling is in het cohesieplan op korte termijn ver te zoeken. De ingrijpende uitgavenbeperking brengt met zich mee dat de eerste jaren de werkloosheid fors zal stijgen. Lonen en pensioenen zullen worden bevroren op het inflatiepeil. Alle ministeries zullen worden geconfronteerd met een uitgaven-plafond, wat bijvoorbeeld inhoudt dat er niet meer zomaar internationale telefoongesprekken kunnen worden gevoerd. En, iets wat bijna niet te verwezenlijken lijkt voor een Griekse regering die het van verkiezingen moet hebben - voor elke twee personen in staatsdienst die afvloeien, zal er slechts één nieuwe worden benoemd.