Lage dollar: beperkt nadeel

ROTTERDAM, 28 JUNI. In theorie levert de dalende dollarkoers, die gisteren met 1,77 gulden het diepste punt bereikte sinds het voorjaar van 1993, een beperkt nadeel op voor de Nederlandse economie, het bedrijfsleven en de staatskas. In de praktijk valt het effect volgens het bedrijfsleven vooralsnog mee.

Hoewel Nederland een zeer open economie heeft - meer dan de helft van het bruto binnenlands produkt wordt geëxporteerd - blijft viervijfde van de uitvoer binnen de grenzen van de Europese Unie. Slechts een gering deel van de Nederlandse uitvoerprodukten heeft daardoor last van de dalende dollar.

Voor het overige werkt in het economische model van het Centraal Planbureau een lagere dollar door in een verslechterende Nederlandse exportpositie, met als gevolg een negatief effect op de werkgelegenheid. “Op korte termijn is het effect nadelig, maar op de langere termijn vervaagt dit”, zegt een onderzoeker van het CPB. De lagere invoerprijzen leiden op termijn tot minder hoge prijsstijgingen in Nederland, een gematigder loonontwikkeling en zorgen voor minder hoge kosten voor bedrijven die grondstoffen importeren voor hun produktieproces. Op de middellange termijn is het effect van een dalende dollarkoers daarom gering.

Nederlandse investeringen in de VS worden door de dalende dollar lucratiever, maar de opbrengsten van reeds gepleegde beleggingen en investeringen zijn gemeten in duurdere guldens wel lager. Daardoor loopt de stroom van inkomsten uit het buitenland iets terug. Op basis van alleen de dollarkoers kan het CPB overigens geen beeld geven van de precieze effecten voor de economie. “We weten nog niet wat de invloed is op volume van de wereldhandel of de olieprijs. Die twee variabelen zijn van groot belang bij het bepalen van het economische beeld van Nederland”. Doordat de contracten voor de levering van aardgas in dollars worden vastgelegd, betekent een lagere dollarkoers minder hoge aardgas-inkomsten voor de staat.

Vooral voor Nederlandse exporteurs is het dollar-effect negatief. Bedrijfstakken als bijvoorbeeld de snijbloemensector verliezen marktaandeel in de Verenigde Staten. Steeds meer - ook kleinere -exporterende bedrijven dekken hun valutarisico's evenwel af op de financiële markten.In de praktijk blijkt het internationaal opererende bedrijfsleven naar eigen zeggen redelijk immuun voor het dollar-effect. Van de winst van 1,1 miljard gulden die de verzekeringsreus Aegon vorig jaar maakte, is 500 miljoen gulden afkomstig van Amerikaanse activiteiten. “De effecten van een lagere dollarkoers zijn desondanks miniem. We zijn geen bedrijf dat Nederlandse produkten exporteert naar de VS, maar hebben daar een verzekeraar op de markt die daar het geld verdient en ook de kosten maakt in dollars. Bij het huidige koersverschil praat je in totaal over een effect van 4 tot 6 miljoen gulden op jaarbasis.” Dat effect is door Aegon afgedekt met optiecontracten.

Ook Ahold, de moedermaatschappij van Albert Heijn, behaalt de helft van de bedrijfsopbrengsten in de Verenigde Staten. Volgens een woordvoerder staat het bedrijf echter ten onrechte te boek als een extreem 'dollargevoelig' bedrijf. “Dat beeld is niet terecht. Niet alleen is de helft van onze omzet in dollars, ook de helft van onze kosten is in deze munt: alle inkopen worden op de lokale markt gedaan.” Vanwege het geringe effect van valutaschommelingen worden dollarrisico's bij Ahold niet afgedekt. In de eerste zestien weken van dit jaar lag de dollarkoers iets boven de koers waar Ahold intern van uit ging. “Dat had een positief effect van 2,3 procent had op onze winst. Een negatief effect van een lage dollar is er dus ook, maar over het jaar heen is dat echt heel klein.”