LAATSTE MAN

Het is een baan in het veld die niet te benijden is: Jürgen Kohler heten, dat wil zeggen, mandekker in het Duitse elftal zijn. Het is een functie die complete dienstbaarheid vereist, serviliteit jegens Lothar Matthäus en in mindere mate ook aan de andere teamgenoten.

De functie-omschrijving is beperkt. Die luidt aldus: altijd bij de linkste aanvaller van de tegenstander staan, 'kort in dedekking' dan wel 'in de zone'. Kortom, negentig minuten duwen en trekken, bij voorkeur als de scheidsrechter het niet ziet, zodat je niet meteen tegen een gele kaart aanloopt als de arbiter toevallig wel jouw kant opkijkt. Ondertussen moet de mandekker ook nog kunnen voetballen. Nu eens moet je een bal corner koppen dan wel bij een hoekschop juist wegkoppen. Dan weer dien je de bal achter te tikken als je doelman een foutje heeft gemaakt, of jezelf af te schermen door met je armen naar achteren te zwaaien, zodat de aanvaller er niet bij kan.

xpOndankbaar is de functie echter altijd. Want wil je een keer laten zien dat je Torinstinkt hebt door ontspannen op te rukken, dan is alleen een vrije-trap-tegen de beloning.

Zoals het ook jouw schuld is als de tegenstander van 3-0 naar 3-2 terugkomt, zoals gisteren bij de wedstrijd tegen Zuid-Korea.

En toch is Jürgen Kohler er niet op achteruitgegaan. In 1988, toen hij bij het Europees kampioenschap op Marco van Basten 'stond', was Kohler nog de vleesgeworden Spiessbürger. Dat dunne haar en dat snorretje, het was evident. Maar zes jaar en drie seizoenen bij Juventus in Turijn later, is alles anders. Zijn haren zijn artistiek lang en modern vettig. En bovenal: zijn snor is niet meer. Kohler is een man van de wereld geworden. Treurig voor hem dat zo weinigen dat willen zien. Want de mandekker blijft natuurlijk maar een mandekker. Dat kan zelfs Italië niet veranderen.