In het kamp Cyanika lijden tienduizenden Hutu's honger

CYANIKA, 28 JUNI. Zuster Leonora Quarly werkt in een vluchtelingenkamp in het Rwandese dorpje Cyanika, waar zich 50.000 Hutu's bevinden die door de burgeroorlog in Rwanda ontheemd zijn.

“Ik heb geen eten voor je, dat heb ik je nu al een paar keer verteld, vanochtend”, zegt ze, terwijl ze een 12-jarig jongetje van zich af duwt zonder het kind aan te kijken. “Volgende patiënt.”

Aan eten kan de Ierse zuster Leonora niemand helpen in Cyanika. Er is namelijk geen voedsel voor de ontheemden in de regio. Met haar twee Ierse collegae geeft ze de honderden mensen die voor haar kliniekje staan te wachten, injecties tegen malaria. Maar de hoofdoorzaak van alle ziekten is ondervoeding.

Tien dagen geleden waren er nog maar 12.000 ontheemde Hutu's bij Cyanika. Zes dagen geleden waren het er al 44.000. Iedere dag komen er meer. In de regio rond het stadje houden zich, naar nu blijkt, nog eens 200.000 Hutu-ontheemden op. Zij maken deel uit van de één miljoen vluchtelingen die twee weken geleden 'zoek raakten'. Na de verovering van Gitarama door de Tutsi-rebellen van het RPF sloegen zij op de vlucht en buitenlandse hulporganisaties konden hen niet meer vinden. Nu de veiligheid in het gebied door de Franse interventie is toegenomen, doen de hulpverleners een poging om de een miljoen mensen op te sporen.

De opeengepakte ontheemden op het erf van de kerk bij Cyanika ontvingen drie weken geleden voor het laatst voedsel: één kilo bonen per persoon. “Wij hebben nog 900 kilo bonen in voorraad”, vertelt Charles Ugirindege van de plaatselijke afdeling van de rooms-katholieke hulporganisatie Caritas. Dat voedsel is bestemd voor slachtoffers van de droogte in het gebied, niet voor de ontheemden. Nu de eerste van de zoekgeraakte vluchtelingen terecht zijn, zullen buitenlandse hulporganisaties proberen om de komende dagen voedsel af te leveren in Cyanika.

Alle vluchtelingen vertellen te zijn weggetrokken uit hun woongebied wegens “de bloedbaden die werden aangericht door het ongedierte”. 'Ongedierte' is de term die in de propaganda van de Hutu-regering wordt gebruikt voor het RPF, dat wordt gedomineerd door Tutsi's. Eenzelfde verhaal vertellen de Tutsi's die vluchtten uit het gebied dat door het regeringsleger wordt beheerst. Zij sloegen op de vlucht voor de bloedbaden die door Hutu-milities en regeringssoldaten werden aangericht. Maar er is een opvallend verschil. Deze Hutu-vluchtelingen hebben niet, zoals de Tutsi's, verschrikkelijke wonden, toegebracht door messen en hakbijlen. Ze vertonen geen enkel herinneringsteken aan slachtpartijen.

Vincent Miyaryge, leraar van beroep, komt uit Bukera, dat inmiddels in RPF-handen is gevallen. Hij neemt een genuanceerder standpunt in dan de meeste ontheemden bij Cyanika. “We zijn gevlucht, want we vrezen het RPF, maar ik heb niet gezien dat de rebellen mensen vermoordden”, zegt hij. “Dit is niet alleen een oorlog tussen het RPF en het regeringsleger. Het is een strijd geworden tussen Hutu's en Tutsi's, daarom moéten we wel op de vlucht slaan voor het RPF.”

Iets verderop zit een jongeman met een zaag en vijl uit een ijzeren buis een geweerloop te maken. “Ik ga vechten met het regeringsleger”, vertelt hij. “Ik ga terug naar mijn woongebied om mijn huis op de Tutsi's te heroveren.” Een oude man trekt me weg. Hij wil me alleen spreken. “Wij Hutu's weten niet meer wie en wat te geloven”, begint hij. “Jazeker, in dit kamp houden zich leden van de Hutu-milities op die talrijke Tutsi's hebben gedood. Maar de meesten hier zijn onschuldig. Wij vluchten voor het RPF, want de Hutu's hebben zoveel Tutsi's vermoord dat we bang zijn dat het RPF ons nooit zal vergeven.”

Bij zonsondergang stuurt zuster Leonora de tientallen wachtenden bij haar kliniekje weg. “Het is verschrikkelijk hier”, verzucht ze. Als ze de deur sluit leggen enkele omstanders een man neer aan haar voeten. Zij onderzoekt hem vluchtig. “Sorry, hij is ondervoed, ik kan niets meer voor hem doen. Jullie moeten zijn familie gaan roepen. Het is beter dat hij bij zijn familie sterft dan hier.” Het twaalfjarige jongetje dat haar al heel de dag achtervolgt, grijpt opnieuw haar arm. Zuster Leonora draait zich om en maakt zich snel uit de voeten.