Huivering bij VVD-fractie werd paars beraad fataal

DEN HAAG, 28 JUNI. Al meer dan een week was het de PvdA-fractieleden Melkert en Wallage duidelijk dat het paarsgezinde deel van de VVD het niet zou redden tegen de traditionele krachten binnen de partij. Er kwam steeds meer afstand tussen hun eigen gesprekspartners aan VVD-zijde, Linschoten en Dijkstal, en de VVD-onderhandelaar Bolkestein.

De liberalen waren de laatste tien dagen bezig met een terugtrekkende beweging, merkten de vooruitgeschoven spitsen van de PvdA-fractie - tot hun grote frustratie. Ze bleken anderhalve maand met de verkeerde mensen te hebben onderhandeld.

Melkert weet nog hoe hij samen met partijvoorzitter Rottenberg op 10 mei in Wassenaar bij Dijkstal thuis de basis legde voor serieuze onderhandelingen over beladen thema's als de WAO, de WW en bezuinigingen op de rijksoverheid. Gastheer Dijkstal en diens compaan Linschoten bezwoeren de twee PvdA'ers en de aanwezige D66-rekenaars Ybema en Tommel dat voor hen “het doel heiliger was dan de middelen”. En het doel was: werk, werk en nog eens werk. Achteraf zien de PvdA-onderhandelaars - Melkert, Wallage en Kok - hierin het bewijs dat er bij de VVD sprake is geweest van “kwade opzet”.

In de gunstige variant zou het uiteindelijke bezuinigingspakket 140.000 personen méér werk opleveren, zo bleek uit de laatste computeruitdraai van het Centraal Planbureau, de dato 25 juni 1994. Een score die het VVD-verkiezingsprogramma met 16.000 nieuwe banen zou overtreffen. Beide beleidsprogramma's waren uitgerekend met hetzelfde model, dus daar kan het excuus voor de VVD nu niet liggen. Ook op andere punten, zo onderstreepte Kok gistermiddag, scoorde het beoogde 'paarse' regeringsprogramma beter dan het VVD-program. “De breuk moet dus wel geforceerd zijn om politiek-ideologische redenen”, zo wordt in PvdA-kring beweerd.

Gedurende de hele informatie heeft de VVD met twee monden gesproken. Voortdurend gaven Linschoten en Dijkstal positieve signalen af aan de pers; de kans op slagen schatten zij steevast hoger dan vijftig procent. In de VVD-fractie konden in mei en juni echter ook andere geluiden worden genoteerd. “De euforie is voorbij”, zei een gerespecteerd VVD-Kamerlid al op 13 juni. De eerste rekenexercitie door het Centraal Planbureau - het zouden er drie worden - was net binnen. Het werd betiteld als een “slappe hap”.

Pag.3: VVD-fractie wilde alleen 'staalblauw' akkoord met PvdA

Sinds die dertiende juni is er niets wezenlijks meer veranderd. Linschoten en Dijkstal bleven onverbeterlijke optimisten, maar op 21 juni keerden hun kansen. Op die dag had de nieuwe, 29 leden tellende VVD-fractie haar wekelijkse vergadering. Op tafel lagen de resultaten van een tweede CPB-doorrekening. Bolkestein vond, zuinig als altijd, dat “de resultaten nog onvoldoende waren”.

Een understatement. Senior-Kamerlid Jorritsma, geen principieel tegenstander van paars, kritiseerde op haar eigen beleidsterrein, verkeer en waterstaat, het feit dat de accijnzen verhoogd zouden worden en dat er minder wegen zouden worden aangelegd. Andere fractieleden maakten soortgelijke opmerkingen over andere posten op de rijksbegroting. Kortingen op Defensie en Verkeer en Waterstaat konden niet door de beugel, was het algemene gevoelen. Sommige minder economisch onderlegde fractieleden, zoals Terpstra, spraken met de onderbuik hun afkeuring uit. Oud-minister De Korte rekende voor dat van de twintig miljard aan ombuigingen zo'n negen miljard “niet hard” was. Hij betoogde dat de VVD een “staalblauw akkoord” moest uitonderhandelen - of anders maar moest breken.

De derde doorrekening van het CPB leidde tot betere resultaten. Toch was er niet ingrijpend aan het pakket gesleuteld. De enige majeure verandering was dat nu 8,7 in plaats van 6,7 miljard gulden werd ingezet voor een verlaging van de door werkgevers betaalde ziekenfondspremie en overhevelingstoeslag. Het door de VVD eerder al bekritiseerde 'schrappen van de prijsbijstellingen' maakte nog steeds onderdeel uit van het ombuigingspakket.

Die laatste bezuinigingsmethode was in het verleden vaker toegepast. Bewindslieden mogen hun begroting niet aanpassen aan de inflatie. Omdat alles duurder wordt betekent zo'n ruwe maatregel dat ze met minder geld moeten zien uit te komen. Melkert en Wallage wezen er de andere onderhandelaars van het 'A(ssistenten)-team' op dat Kok deze methode de afgelopen vier jaar met groot succes had toegepast: de overheidsuitgaven waren onder controle gebracht. De VVD'ers konden hier kennelijk niet veel tegen in brengen: de prijsbijstelling bleef onveranderd in de plannen opgenomen.

Tot zondagmiddag. Toen presenteerde Bolkestein plotseling fundamentele bezwaren tegen het schrappen van de prijsbijstelling. De prijsgevoelige uitgaven van alle departementen bedragen in totaal 30 miljard gulden. Niet-doorgaan van inflatiecorrectie zou een korting van 2,2 miljard gulden opleveren op de rijksbegroting. Maar dat zou voor een groot deel ten koste gaan van de kerntaken van de overheid: politie, justitie, defensie, onderwijs, infrastructuur en defensie. Bolkestein had het profileringspunt gevonden waarop hij kon breken.

“Kok spreekt vanuit de doelstellingen en traditie van zijn partij. Ik vanuit de mijne”, zei Bolkestein na afloop met gevoel voor retoriek. De strijd tussen de PvdA en VVD ging volgens hem nog steeds tussen aandacht voor overdrachtsuitgaven (uitkeringen, subsidies) versus klassieke overheidstaken. Handen af van de waarborgstaat. De noodzakelijke bezuinigingen moesten maar worden gevonden in de welvaartsstaat van Kok.

Van Mierlo speelde ogenschijnlijk geen rol in de onderhandelingen tussen de twee mastodonten. Toch claimde hij gisteren een belangrijk compromis: geen hele, maar een halve koppeling van de uitkeringen aan de lonen in het bedrijfsleven. “Typisch D66”, schamperden ze bij PvdA en VVD, maar het was beter dan niks. Toch liet Van Mierlo gisteren, na het stuklopen van de onderhandelingen, voor het eerst een paar kaarten zien. Zo blijkt hij tegenstander van het algemeen verbindend verklaren van cao's, een standpunt dat volgens hem vele banen extra oplevert. Van Mierlo is zelfs bereid een studie te laten verrichten naar het door de PvdA verfoeide basisstelsel van de VVD, liet hij weten. Als iedereen zich kan bijverzekeren is een basisuitkering “een reële optie”, aldus de D66-leider.

Het probleem van de prijsbijstelling, zo bleek ineens, was niet alleen voor de VVD een probleem, maar ook voor D66. Voor het eerst nam Van Mierlo in het openbaar inhoudelijk afstand van Kok. Daarmee is de weg ingeslagen naar een door Van Mierlo als “ongewenst” maar niet “ongeloofwaardig” bestempelde coalitie - die met CDA en VVD.