Frankrijk heeft Dehaene nog niet laten vallen

PARIJS, 28 JUNI. De Franse regering ziet - ondanks het Britse veto - geen reden de Belgische premier Jean-Luc Dehaene te laten vallen als kandidaat voor de opvolging van Jacques Delors, de voorzitter van de Europese Commissie. Uitstel van een beslissing voorbij de ingelaste Europese topconferentie van 15 juli is volgens Parijs praktisch en formeel onmogelijk.

Na afloop van een gesprek met zijn Duitse college Klaus Kinkel zei de Franse minister van buitenlandse zaken, Alain Juppé, gisteren dat hij niet inzag “waarom elf landen moeten buigen voor één ander land”. Frankrijk zou dus achter Dehaene blijven staan. De Franse president Mitterrand heeft in Korfoe al gezegd dat er geen reden is om de mening van elf landen die het eens waren te herzien. Kringen in het presidentële paleis voegden daar vanmiddag aan toe, dat de president er zeer bezorgd over is dat het Britse veto een symptoom is van een veel dieper conflict, namelijk dat tussen het Britse idee van Europa als vrijhandelszone en de opvattingen van de meeste andere landen, die met behoud van nationale zelfstandigheid een werkelijke Europese gemeenschap nastreven. Kohl en Mitterrand spreken elkaar tijdens de G-7 in Napels en op de veertiende juli in Parijs.

In een langdurig vraaggesprek op de televisie wilde minister-president Balladur niet antwoorden op de vraag of één land zijn wil mag opleggen aan de andere lidstaten. Wellicht wilde hij de handen vrij houden voor het geval dat Frankrijk zelf nog eens van die mogelijkheid gebruik moet maken. Balladur noemde Dehaene “volkomen competent” voor de Europese topfunctie.

Minister Kinkel zou alle Europese hoofdsteden afreizen om een oplossing te vinden, zei Juppé. Duitsland neemt vanaf 1 juli het voorzitterschap van de Europese Unie over. Juppé noemde het Britse veto “betreurenswaardig” en achtte het “onvoorstelbaar” dat de Unie niet binnen twee weken tot een gemeenschappelijke kandidaat zou komen.

Volgens de woordvoerder van minister Juppé zou het gemakkelijker zijn consensus te vinden over Dehaene dan het eens te moeten worden over een nieuwe kandidaat. “Het is makkelijker van elf naar twaalf stemmen te komen dan weer bij nul te beginnen.”

Juppé wijst iedere gedachte aan uitstel van de beslissing van de hand. Toen hem tijdens een uitvoerig radio-gesprek gisteravond werd voorgehouden dat de Britse regering van John Major in de herfst misschien zodanig verzwakt is dat zij niet meer kan tegenstribbelen, zei Juppé: “Wij kunnen niet wachten.” Het Europees verdragsrecht vraagt volgens hem een voordracht aan het Europees parlement voor de achttiende juli.

Maar ook los daarvan kan het niet volgens Juppé. “Als er nu geen voorzitter wordt gekozen, is er eind december geen Europese Commissie. Dan houdt alles op, dat zou een crisis zonder precedent zijn, dat is sinds 1958 nog nooit voorgekomen. Met veel overtuigingskracht en uitleg moet het mogelijk zijn tussen nu en 15 juli een oplossing te vinden.”

In de Franse publieke opinie trekt de crisis niet bijzonder veel aandacht. De commentaren richten zich op de zwakke positie van John Major in eigen land. Over de voorbije kandidatuur Brittan of Lubbers wordt nauwelijks meer gesproken. Vanmorgen viel in de Franse pers nog een niet eerder uitgespeeld Franse argument tegen de Nederlandse kandidaat te lezen: onder zijn leiding zou de voertaal van de Europese Commissie meer Engels dan Frans worden.