Einde van 'paars'

HET HEEFT NIET zo mogen zijn. Langdurig is er over gesproken, maar uiteindelijk is de 'paarse' coalitie dan toch onhaalbaar gebleken. Op het laatste moment nog wel 'goedgekeurd' door het Centraal Planbureau, maar niet door de VVD. Waarmee de bijna twee maanden geleden begonnen kabinetsformatie terug is bij af.

VVD-fractievoorzitter Bolkestein heeft gisteren een einde gemaakt aan het voor Nederlandse begrippen unieke experiment dat had kunnen leiden tot een kabinet zonder CDA. De zekerheden die Bolkestein van zijn onderhandelingspartners verlangde kreeg hij niet. Hierdoor bleef de sociaal-economische paragraaf volgens de liberale fractievoorzitter steken in “veel gefröbel, maar weinig maatregelen van formaat”. Bij de keuze tussen een 'paarse' coalitie en een goed beleid, wenste hij te kiezen voor een goed beleid, zei Bolkestein. Daarmee koos hij voor zuiverheid in de leer. Maar het zou er wel eens op kunnen uitdraaien dat die leer in de oppositie moet worden verkondigd. Wat dat betreft heeft Bolkestein met zijn besluit om af te haken een zware verantwoordelijkheid op zich geladen.

NOG NOOIT WAS de 'paarse' coalitie zo dichtbij. Nooit ook was het financiële 'paarse' gedachtengoed zo tastbaar. Want de formatie mag dan zijn mislukt, het resultaat van de wekenlange beraadslagingen op sociaal-economisch terrein is inmiddels wel geopenbaard. Het gaat daarbij om een ombuigingsprogramma dat in het licht van de verkiezingsprogramma's fors kan worden genoemd. De drie partijen hadden elkaar gevonden op een bedrag van 18,2 miljard gulden voor de komende vier jaar. Een getal dat moet worden afgezet tegen de 13,8 miljard die de PvdA aanvankelijk hanteerde en de 22,6 miljard waarmee de VVD de onderhandelingen in ging. Ook over de bestedingen waren PvdA, VVD en D66 het in grote lijnen eens. De bezuinigingen zouden onder andere worden gebruikt voor het financieren van een verlichting van de lasten op arbeid. Over het daarvoor gewenste bedrag van rond de acht miljard gulden waren de partijen het inmiddels eens geworden.

De aard van de bezuinigingen vormde het formele argument van Bolkestein om de gesprekken over 'paars' te stoppen. Waar de VVD meer op de sociale zekerheid wilde bezuinigen, wilde de PvdA meer op de rijksbegroting snoeien. Een overzichtelijk geschilpunt. Het ging hier om de laatste vijf miljard. Over de rest, waaronder een bezuiniging van acht miljard op de sociale zekerheid, was al wel overeenstemming bereikt. Anders gezegd: de partijen waren elkaar in het sociaal-economisch mijnenveld al zeer dicht genaderd. 'Paars' mag dan weliswaar niet doorgaan, het feit dat de tegenpolen in de Nederlandse politiek zo ver zijn gekomen, bewijst nog eens dat de marges inderdaad bijzonder smal zijn geworden.

Het onafgemaakte sociaal-economische werkstuk van de 'paarse' onderhandelaars oogt vertrouwd. Het is een programma waar ook het CDA een heel eind mee uit de voeten kan. In die zin is het een troost voor de informateurs. Hun net niet rijpe vrucht zal ongetwijfeld in de rest van de formatie nog een belangrijke rol spelen. Maar dan in onderhandelingen tussen partijen conform de klassieke rolverdeling in de Nederlandse politiek.

NU 'PAARS' NIET doorgaat zal onduidelijk blijven of deze constellatie werkelijk voor verandering in de Nederlandse politiek had kunnen zorgen. Het optimisme dat daarover aanvankelijk bestond, hebben de onderhandelaars tijdens hun zes weken durende samenzijn in elk geval steeds meer weten te temperen. De onconventionele coalitie heeft zich niet laten verleiden tot een onconventionele aanpak van de formatie. Het waren de macro-economische grootheden van het Centraal Planbureau die de marsroute in de micro-kosmos van de onderhandelingskamer bepaalden. PvdA, VVD en D66 die met 'paars' voor iets nieuws hadden moeten zorgen zijn er niet in geslaagd zich uit die cocon te bevrijden. Bij iets geheel nieuws hoort ook het nemen van risico. De politieke keuze was dan niet afhankelijk geweest van de jongste doorrekening van het Centraal Planbureau, maar van de eigen doelstellingen. Daarvoor is wederzijds vertrouwen nodig en dat was er uiteindelijk niet.

PVDA EN VVD zijn beide teruggevallen op hun oude posities. Verwonderlijk is dat eigenlijk niet. Want wilden ze 'paars' of is 'paars' hun opgedrongen door D66-fractievoorzitter Van Mierlo die zijn steun aan geen andere combinatie wenste te verlenen? Er was bij PvdA en VVD niet de overtuiging, maar slechts de als zodanig gevoelde noodzaak om aan het 'paarse' avontuur te beginnen. Voor beide partijen is het CDA een aanvaardbaar alternatief. Alleen voor D66 ligt dat anders. Die partij heeft het dan ook het moeilijkst. Maar tevens heeft D66 de sleutel in handen voor het verdere verloop van de formatie. Getuige de gang van zaken ligt het voor de hand dat D66 nu kiest voor een coalitie met PvdA en CDA. Van Mierlo liet gisteren blijken er weinig voor te voelen de twee grote verliezers van de verkiezingen aan een meerderheid te helpen. Toch zal D66 de keuze moeten maken. Tenzij de partij echt bang is voor de macht, maar dat had de kiezers dan beter voor 3 mei kunnen worden verteld.