Dampen

De moeilijkheid is dat het hier nooit meer helemaal helder is. Juist als de zon begint te schijnen, als je enig overzicht verwacht, hult dit land zich in nevelen.

Ik ben nog eens vanuit Velp langs de Beekhuizense beek naar boven gelopen en dan kom je aan de rand van de Posbank en dan ga je onder een stralende blauwe hemel op een mooie open heuvel op een bankje zitten.

Voor mij is dit in Nederland een van de weinige plekken met een werkelijk vergezicht en uit vroegere zomers herinner ik mij haarscherp de donkere golvingen van Montferland, culminerend in de Elterberg.

Maar nu. Niet ver over de IJssel wordt de blik al wazig en daarachter gaat de grens verloren in een nare blauwe damp. Er is geen afstand meer in Nederland. De horizon is opgegaan in troebelen.

Wat woelt de zon uit onze aarde los? Zijn dit de dampen van ons ongenoegen, onze twijfel, onze schaamte, ons verlies van wij-gevoel? Is dit wat opstijgt uit het haperende apparaat van onze maatschapij, het paars moeras van onze politiek, de lange tenen van Lubbers, de korte adem van het Nederlands elftal?

Ik weet het niet. Maar ik denk wel dat eraan gewerkt wordt. Vast wel. Aan alles wordt gewerkt. Hier is altijd alles alleen nog maar een kwestie van tijd.