Chaos in de boekhouding

Plechtig beloofde de Pakistaanse premier, Benazir Bhutto, een paar weken geleden alles op alles te zetten om het gapende begrotingstekort van ruim 6 procent tot draaglijker proporties terug te brengen. “We zullen dit jaar moeten opofferen om het begrotingstekort te verminderen”, hield ze haar landgenoten voor bij de presentatie van de nieuwe begroting voor het fiscale jaar 1994-95.

Een van de instrumenten waarmee Bhutto's minister van financiën, Makhdoom Shahabuddin, dat wil doen is door aanzienlijk meer belasting te heffen dan voorheen. De regering wil onder andere een omzetbelasting van 15 procent invoeren op enige honderden consumptie-artikelen, zowel van binnenlandse als van buitenlandse makelij.

Pakistan is echter geen land waar hoge belastingen gemakkelijk worden aanvaard, laat staan geïnd. Slechts een miljoen van de circa 120 miljoen inwoners betaalt inkomstenbelasting en voor zover bekend is niemand ooit veroordeeld voor belastingontduiking. Juist de zeer rijken, in het bijzonder de machtige grootgrondbezitters, plegen zelden belasting te betalen.

Vanouds neemt de regering daarom haar toevlucht tot indirecte belastingen, die makkelijker zijn te innen. Maar ook dat gaat niet zonder slag of stoot. De meeste ondernemers in Pakistan reageerden furieus op de nieuwe omzetbelasting en riepen prompt voor afgelopen zondag en maandag een nationale staking uit. Ze wilden best belasting betalen maar niet zoveel. De regering “misdroeg” zich, luidde het oordeel van ondernemend Pakistan.

Met grote belangstelling kijken het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank toe of Bhutto voet bij stuk houdt. Beide instellingen oefenen al geruime tijd zware druk op Pakistan uit zijn economie na jaren van kwakkelen eens grondig te saneren. Ze hebben de verstrekking van kredieten ter waarde van 1,2 miljard dollar afhankelijk gemaakt van de bereidheid van Bhutto en haar ploeg om harde maatregelen te nemen. Dat is een belangrijke som in een land met dit jaar totale uitgaven van 385 miljard rupees (12 miljard dollar).

De cijfers van de laatste paar jaar voor de Pakistaanse economie zijn inderdaad verre van indrukwekkend. In 1992-93 groeide het bruto nationaal produkt met een karige 2,3 procent, nog minder dan de jaarlijkse bevolkingstoename van 3 procent, terwijl het afgelopen jaar een groei te zien gaf van een kleine 4 procent. Dit jaar mikt de regering op 7 procent, volgens velen een te ambitieuze doelstelling.

De inflatie beliep twee jaar geleden 19 procent en bleef het afgelopen jaar staan op ongeveer 15 procent. Economen vrezen dat de inflatie door de hoge omzetbelasting verder zal worden aangewakkerd. Intussen kampt het land bovendien met forse begrotingstekorten: 7,9 procent twee jaar geleden, naar schatting ruim 6 procent in het zojuist afgelopen jaar en, als het aan Bhutto ligt, het komende jaar 4,5 procent.

Terwijl aartsrivaal India op het ogenblik erg in trek is bij buitenlandse investeerders, bestaat er voor Pakistan nauwelijks belangstelling. Het economische klimaat is er niet aantrekkelijk genoeg. Daarom blijven de buitenlandse investeringen steken op enige honderden miljoenen dollars per jaar.

Vorig jaar zette het overgangskabinet van Moeen Qureshi, zelf een gewezen Wereldbank-functionaris, de eerste schreden naar herstel. Tot verbijstering van de rijken en machtigen dwong Qureshi hen, met steun van het leger, om nooit terugbetaalde leningen van de staat voor allerlei onduidelijke projecten terug te betalen. Grootgrondbezitters moesten bovendien voor het eerst van hun leven belasting betalen over hun agrarische inkomsten.

Bhutto heeft duidelijk gemaakt op dezelfde weg door te willen gaan, al moet nog worden afgewacht of zij net als Qureshi de moed heeft om openlijk de strijd aan te binden met de gevestigde belangen in het land. Ook in Bhutto's begroting staat echter een bescheiden belasting voor grootgrondbezitters. Ook kondigde ze aan de smokkelaars de wind uit de zeilen te nemen door de importtarieven op veel goederen te verminderen. Nog steeds bedraagt het gemiddelde niveau van de invoerbelasting echter 70 procent. De Pakistaanse munt zal per 1 juli geheel convertibel worden.

Al slaagt Bhutto erin de boekhouding van de regering weer enigszins op orde te brengen, tientallen miljoenen armen zullen daar waarschijnlijk voorlopig weinig van merken. Het goede nieuws is dat de Pakistanen steeds langer leven, het slechte dat ze elke dag armer worden, aldus een VN-functionaris twee weken geleden bij de presentatie van het Ontwikkelingsrapport van de UNDP in Islamabad. Terwijl Pakistan bij voorbeeld per jaar voor 3,3 miljard dollar uitgeeft aan defensie, beloopt de post onderwijs in Bhutto's nieuwe begroting een schamele 120 miljoen dollar. Dit terwijl slechts iets meer dan een derde van de volwassen bevolking kan lezen of schrijven.