CDA weer betrokken bij formatie; VVD krijgt schuld mislukken 'paars'

DEN HAAG, 28 JUNI. PvdA en D66 geven de VVD de schuld van het mislukken van de formatie van een 'paars' kabinet. PvdA en VVD sluiten een lijmpoging uit. Hierdoor wordt het CDA weer betrokken bij de formatie van een nieuw kabinet.

PvdA-leider Kok staat niet afwijzend tegenover samenwerking met het CDA, net als VVD-leider Bolkestein. Beiden lieten dat al vlak na de verkiezingen weten. D66-leider Van Mierlo heeft echter nog steeds grote aarzelingen over samenwerking met de christen-democraten. CDA-leider Brinkman zei gisteren voor samenwerking met alle grote partijen open te staan.

Niet bekend

Het is mogelijk dat eerst een nieuwe informateur de opdracht krijgt de voorkeuren van de vier fractievoorzitters te peilen alvorens een gerichte formatiepoging te beginnen. D66-vice-fractievoorzitter Wolffensperger pleitte vanmorgen voor de NCRV-radio voor zo'n verkennende ronde. Ook Brinkman liet gisteravond doorschemeren wel iets in te zien in een verkennende ronde.

De mislukking van een 'paarse' coalitie heeft geleid tot een gecompliceerde politieke situatie. D66-leider Van Mierlo speculeerde gisteren openlijk op de vorming van andere dan meerderheidskabinetten.

Kern van het conflict tussen de 'paarse' partners was volgens Bolkestein dat PvdA en D66 bezuinigingen van ongeveer 7 miljard niet harder wilden invullen, maar slechts met globale maatregelen wilden onderbouwen. Daarnaast was de VVD net als D66, het niet eens met bezuinigingen op Onderwijs, Defensie en de infrastructuur.

PvdA en D66 vonden de alternatieven van VVD-onderhandelaar Bolkestein te ver gaan. Bolkestein bracht zondagmiddag een aantal alternatieve bezuinigingsmogelijkheden zoals halvering van de maximale termijn waarvoor WW ontvangen kan worden (5 jaar) en de eis dat werknemers 5 jaar in dienst moeten zijn alvorens in aanmerking te komen voor een WAO-uitkering. Dit maakte volgens Kok en Van Mierlo duidelijk dat voor de VVD ingrepen in de sociale zekerheid doel op zich waren geworden en niet een middel tot vergroting van de werkgelegenheid.