Brinkman verschijnt graag weer in de openbaarheid

DEN HAAG, 28 JUNI. Zes weken lang was hij praktisch geheel buiten beeld geweest, maar opeens was hij er weer. Na de mislukking van paars verscheen CDA-fractieleider L.C. Brinkman gisteren graag in de openbaarheid. “Goed elkaar weer eens te zien”, zo hernieuwde hij de kennismaking met de parlementaire pers.

Brinkman wilde geen gemakkelijke oordelen vellen, noch zout in de wonden strooien, want “dit was geen dag van triomfen”, verklaarde hij op zijn persconferentie. Wat hij wel wilde, was dat er bij de formatie haast wordt gemaakt opdat de burger per 1 januari 1995 weet wat Den Haag van plan is. Om dat te bereiken moet de begroting voor 1995 tijdig, te weten in loop van de zomer, door een nieuw kabinet worden opgesteld.

Wat het CDA daaraan zal bijdragen, kon Brinkman nog niet precies zeggen. Zijn fractie “schuwt regeringsverantwoordelijheid niet”, maar welke richting het op moet liet hij in het midden. Het CDA zal eerst een programmatische vergelijking met andere partijen maken, voordat een concrete voorkeur voor mogelijke coalitiepartners wordt gedaan, zei hij vooruitlopend op het advies dat hij vandaag aan de koningin zou geven.

De fractieleider van het CDA ging niet in op vragen of hij kwetsbaar is bij formatie-onderhandelingen door de interne discussie die in het CDA wordt gevoerd wie verantwoordelijheid draagt voor de forse verkiezingsnederlaag. Komende zaterdag verschijnt het rapport dat een speciale commissie onder leiding van staatsraad M. Gardeniers-Berendsen in opdracht van het partijbestuur opstelde. Deze commissie kreeg de opdracht alle mogelijke oorzaken van de verkiezingsnederlaag, inclusief de rol van de partijleider, na te gaan.