Argumenten tegen genetische manipulatie snijden geen hout

Stier Herman is het eerste rund ter wereld dat door gericht ingrijpen een menselijk gen in zijn celkernen draagt. Daardoor kunnen zijn vrouwelijke nakomelingen betere babyvoeding produceren. Het experiment stuit op veel tegenstand. Wim Köhler begrijpt de bezwaren niet. Hij vindt dat de discussie beter kan gaan over de volgende, onvermijdelijke fase: de genetische manipulatie van mensen die aan een ernstige erfelijke ziekte lijden.

De grote stier Herman beneemt Kamerleden het zicht op het hele gebied van de transgenese, het implanteren van soortvreemde genen waardoor het nageslacht blijvend wordt veranderd. Herman is zeker niet het eerste zoogdier dat een menselijk gen kreeg. Bacteriën, muizen, ratten, geiten en schapen gingen hem voor. In 1990 werden al 20.000 transgene proefdieren in Nederlandse laboratoria geboren, vooral voor medisch onderzoek. Zij zijn vaak zo veranderd dat ze spoedig na hun geboorte ziek worden. Maar alleen de kerngezonde stier Herman en zijn nakomelingen (inmiddels ruim vijftig waarvan de koeien nog zwanger zullen worden) zorgen steeds voor maatschappelijke en politieke opwinding. Het project met Herman is echter diepgaand getoetst door de ethische commissie van het ministerie van landbouw, die is opgericht met het oog op de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren.

D66 stemde eind 1992 tegen het fokken met Herman, terwijl CDA, PvdA en VVD voor waren. De Kamerleden willen de goedkeuring heroverwegen nu zij weten dat de minister niet heeft meegedeeld dat Nutricia het project sinds 1990 met bijna tien miljoen subsidieerde. Na dreiging met een consumentenboycot door de Dierenbescherming, Stichting Natuur en Milieu en de Alternatieve Konsumentenbond heeft Nutricia verklaard voorlopig af te zien van de aangekondigde joint venture met Gene Pharming. Gene Pharming vindt dat de politiek eerst moet uitspreken of het bedrijf in Nederland kan blijven en binnen welke perken Gene Pharming zich mag bewegen.

Aan het antwoord krijgt de Kamer nog een harde dobber. Niet alleen moet hij zich uitspreken over de toekomst van een baanbrekend jong Nederlands biotechnologiebedrijf. Ook de internationale concurrentiepositie van het oude vertrouwde Nutricia is in het geding. Daarnaast is het welzijn van landbouwhuisdieren aan de orde en moet het rommelige beleid van soortoverschrijdende genetische verandering van bacterie, dier en mens op één lijn worden gebracht.

De Kamerleden zullen zich moeten beheersen om deze principiële kwestie niet door politieke onlustgevoelens te laten overschaduwen. Het ministerie en de beide bedrijven kunnen zich niet bevrijden van de verdenking de Kamer om de tuin te hebben geleid in de discussie over de toelaatbaarheid van het project-Herman. Nutricia heeft sinds 1990 een contract geheimgehouden, ook toen het uit concurrentie-overwegingen niet meer nodig was. Gene Pharming heeft, toen het babyvoedingcontract met Nutricia al was getekend, tegenover politiek en pers in Nederland volgehouden dat bestrijding van uieronsteking bij runderen het belangrijkste doel was van het project-Herman. Maar in de VS noemde de opperste baas van Gene Pharming het produceren van babyvoeding met verbeterde ijzertransporterende eigenschappen het doel van het project. Deze belangrijke toepassing, ook door Nutricia genoemd in het contract met Gene Pharming en terug te vinden in de wetenschappelijke literatuur over flessemelk voor zuigelingen, is nooit naar buiten gekomen. In de lente van 1992 dook de toepassing 'produktie van biomedische eiwitten' op, die in overleg met de ethische commissie onder voorzitterschap van de hoogleraar christelijke ethiek dr. E. Schroten bleek vastgesteld. De vraag wat het motief voor het optrekken van dit rookgordijn was blijft interessant. Gene Pharming en Nutricia bezorgen de genetische modificeerders een slechte naam met hun heimelijke handelwijzen, net als de Amerikaans tabaksfabrikant die zonder het te melden in Brazilië een genetisch gemanipuleerde tabaksplant verbouwde.

Maar Herman verdient het, wegens zijn baanbrekende mogelijkheden voor transgene technologie, te worden ingepast in het landbouw-, industrie- en recombinant-DNA-beleid. Aan de schoonheidsfouten moet dan maar worden voorbijgegaan. Als de Kamer zou uitspreken dat industrieën die transgene dieren voor produktie willen gebruiken binnen Nederland niet gewenst zijn, wordt het maken van transgene dieren niet verhinderd, maar de Nederlandse high-tech-industrie zou er wel schade van ondervinden. In Nederland lopen weliswaar 's werelds eerste transgene koeien rond, maar er waren al schapen en geiten die menselijke eiwitten in hun melk produceren. Dit voorjaar zijn in Schotland de lammeren geboren die in hun melk alfa-1-antitripsine produceren, een medicijn tegen longemfyseem. Het Amerikaanse bedrijf Genzyme Transgenics heeft geiten die een middel tegen trombose in hun melk afscheiden. Klinische experimenten met beide stoffen beginnen in 1995 of 1996. De produkten zullen ook de Nederlandse markt bereiken; de geslechte grenzen binnen de Europese Gemeenschap en het GATT-verdrag zijn daarvoor de garantie.

Een reden om Gene Pharming de grens over te zetten ontbreekt. Maar wat mag het bedrijf in Nederland? Mag het koeien maken die eiwitten voor babyvoeding produceren? Ja. Het door de kamer goedgekeurde regeringsbeleid zegt dat transgene dieren niet mogen worden gemaakt, tenzij hun produkten noodzakelijk zijn en niet op andere wijze kunnen worden geproduceerd. De ethische commissie-Schroten heeft het fokken met Herman niet alleen toegestaan om lactoferrine te testen als geneesmiddel tegen bacteriële infecties, Herman is ook proefproject voor het maken van transgene runderen die eiwitten voor 'biomedische toepassingen' in hun melk uitscheiden.

In het spraakgebruik is het begrip biomedisch vaak verengd tot 'een geneesmiddel'. Maar een biomedische toepassing is veel meer dan een medicinale toepassing. Een biomedische stof is een produkt van biologische oorsprong dat op medisch advies wordt voorgeschreven. Om gezond te worden, of gezond te blijven. Menig arts geeft een voedingsadvies. Hij adviseert bijvoorbeeld een babyvoeding aan moeders die hun kind niet de borst willen of kunnen geven.

Babyvoeding verrijkt met lactoferrine en lysozyme valt moeiteloos onder de biomedische toepassing die de ethische commissie al heeft goedgekeurd. Baby's die niet uit de moederborst drinken nemen slechter ijzer op uit de voeding en hun darmflora wijkt af van die van borstgevoede baby's. Een hoge concentratie ijzer in de flessemelk compenseert de slechtere opname in de darm, maar verandert de samenstelling van de darmflora. Humaan lactoferrine uit koemelk (runderlactoferrine beïnvloedt het ijzertransport in de darm niet, humaan lactoferrine uit schimmels ook niet) zal de darmflora ten gunste veranderen, omdat er minder ijzer in de flessemelk hoeft en omdat lactoferrine door zijn licht bacteriedodende werking de groei van bepaalde bacteriën onderdrukt. Lysozyme versterkt dat effect waarschijnlijk. Dat staat - met verwijzingen naar betrouwbare medische literatuur - in het onderzoeksvoorstel in het babyvoedingcontract tussen Nutricia en Gene Pharming. Dat voorstel bevat de enige geloofwaardige reden om menselijk lactoferrine en lysozyme door koeien te laten maken. Het is zonneklaar dat baby's tot een paar maanden oud, of ze nu te vroeg of op tijd geboren zijn, het meest hebben aan transgene runderen die menselijk lactoferrine en lysozyme in hun melk produceren.

Het babyvoedingcontract tussen Nutricia en Gene Pharming gaat de toestemming voor biomedische toepassingen verleend door de ethische commissie niet te buiten. Alleen kende de Kamer het doel niet. Dit is genoeg reden om het fokken met Herman opnieuw te beoordelen, opgedeeld in stapsgewijze projecten die via klinische proeven kan leiden tot het volstrekt legitieme doel van verbeterde flesvoeding voor zuigelingen.

Ethische commissie en Kamer moeten afwegen of het ijzertransport- en bacteriefloraprobleem voor flesgevoede baby's groot genoeg is om er soortoverschrijdende gentransfer bij koeien voor toe te staan. Er is geen reden om die afweging in het nadeel van de baby's uit te laten vallen. Tegenover baby's die de borst ontberen is er sprake van weldoen, een belangrijk ethisch criterium. De mate van weldoen is echter niet groot. De stofwisseling van de baby's wordt wat natuurlijker. Flessebaby's zijn nauwelijks ongezonder dan borstgevoede baby's. Tegenover het vermoedelijk geringe nut staat echter geen extra leed voor de transgene koe met het lactoferrinegen. Redenen om uit oogpunt van het welzijn van het dier deze transgenese te verbieden zijn er dus niet.

Als moreel bezwaar tegen de transgenese voerde de ethische commissie aan dat transgenese bijdraagt tot 'verdinglijking' van het dier. Het dier zou steeds meer als een produktie-instrument worden gezien. Een ethische commissie die de dinglijkheid van transgene koeien zou moeten afwegen tegen de dinglijkheid van mestvarkens, legkippen, slachtkuikens en kistkalveren, kan moeilijk bezwaar maken tegen transgenese. Hier wreekt zich het feit dat de commissie Schroten zich alleen met transgenese bezighoudt en niet met de normale veeteeltpraktijken. Maar de Tweede Kamer, die zelf het aantal kippen per vierkante meter legbatterij vaststelt, kan die afweging wel maken. De bedoeling is niet om het leed dat dieren dagelijks wordt aangedaan goed te praten. Maar de mens houdt zich nu eenmaal in stand door dieren te gebruiken en op te eten. Transgenese moet in die traditie worden beoordeeld.

Toch ligt transgenese gevoelig. Onze maatschappij is doortrokken van het idee dat God of de evolutie voor de soorten hebben gezorgd en dat die in delicaat evenwicht tot elkaar zijn geschapen of ontstonden. Een snel gecreëerde nieuwe soort zou problemen kunnen geven in het evenwicht tussen soorten. Voor koeien is dat niet denkbaar. Ze zijn groot en leven binnen een omheining, hun voortplanting is gecontroleerd en ze zijn geregistreerd. Zodra die dieren een bedreiging vormen voor boer of grutto beschikken we over slachthuizen.

Een oplossing van het toelatingsprobleem is om met een 'positieve lijst' van toegestane projecten te werken. Sommige omschrijvingen op die lijst kunnen ruim zijn (bestrijding van erfelijke ziekten die uitsluitend door één gen worden veroorzaakt waar meer dan xx per miljoen mensen aan lijden). Als niet direct een doel kan worden aangegeven, is een project te splitsen. Het project-Herman is zo ook te bestieren.

Een positieve lijst voor transgene dieren is een goede voorbereiding op het volgende probleem: transgene mensen. De regering heeft vorig jaar in een ontwerp-wetstekst vastgelegd dat kiembaangentherapie verboden is. Kiembaangentherapie is wat op de eicel waar Herman uit is geboren is toegepast: er is een gen ingebracht dat op de helft van zijn nakomelingen zal overerven. Er zijn al patiëntengroeperingen en ethici die betogen dat een verbod op kiembaangentherapie bij mensen onzin is. En de politiek volgt. Het wetenschappelijk bureau van D66 schrijft in het in april 1994 gepubliceerde cahier 'Ingrijpen in menselijk leven' dat kiembaangentherapie moreel aanvaardbaar is voor het voorkomen van ernstig menselijk lijden door erfelijk overdraagbare ziektes, maar dat vanwege de onzekere consequenties voor het nageslacht uitvoering nog niet mogelijk is. Op den duur is het onontkoombaar bij kiembaangentherapie bij mensen met een positieve lijst van ziekten te werken die binnen families mogen worden uitgebannen.