Zuidafrikanen kijken ogen uit in hockeydomein

AMSTELVEEN, 27 JUNI. Bondsvoorzitter Steve Jaspan sprak van “een historische dag”. Zowel de nationale mannen- als vrouwenhockeyploeg van Zuid-Afrika speelde gisteren in het internationaal vermaarde Wagenerstadion. Geen van de spelers was er eerder geweest. Door de sportboycot die 22 jaar duurde konden er geen interlands worden gespeeld. De Zuidafrikanen moesten het doen met af en toe officieuze wedstrijdjes tegen buitenlandse teams die zo geruisloos mogelijk het besmette land aandeden.

Inmiddels is er een nieuwe wereld voor de Zuidafrikaanse hockeyers opengegaan. Ze mogen spelen tegen wie ze willen, kijken hun ogen uit en proberen zo snel mogelijk de grote achterstand in ervaring in te halen. Verleden jaar werd Hans Jorritsma voor twee maanden als adviseur ingehuurd. De Amsterdammer begeleidde het mannenteam onder meer bij de WK-kwalificatie in Poznan. Hij herinnert zich dat de keepers nog op een ouderwetse manier bleven staan bij het verdedigen van strafcorners. Dat leidde tot een aantal onnodige tegentreffers. “Op de rustdag zijn we toen snel op het liggen gaan trainen”, aldus Jorritsma. Uiteindelijk wist Zuid-Afrika zich ternauwernood te plaatsen voor het WK in Sydney.

Dat was een heel belangrijk succes. “Ik zou nu waarschijnlijk geen coach meer zijn geweest als we het niet hadden gehaald”, zegt bondscoach Alan Paton. Nu Zuid-Afrika meedoet aan het komende wereldkampioenschap, wordt het land serieus genomen en krijgt het uitnodigingen voor wedstrijden en toernooien zoals in Amstelveen. “Hier zullen we elke dag leren.” Dat de spelers wegens geldgebrek zelf een bijdrage, dit keer ongeveer 500 gulden, moeten betalen om mee te doen, nemen zij op de koop toe. Graag hadden de Zuidafrikanen Jorritsma, “een professor” volgens Paton, voor langer willen vastleggen, maar de Nederlander koos voor een aanbieding uit Pakistan.

De Zuidafrikaanse vrouwen gaan in tegenstelling tot de mannen niet naar het WK. Hun kwalificatietoernooi werd op een moment gehouden dat er in Zuid-Afrika nog geen grote hockeybond was geformeerd. Twee weken later was dat wel het geval. Voorzitter Jaspan zegt dat zo'n 92 procent van alle hockeyers in Zuid-Afrika bij de nieuwe bond zijn aangesloten. Er is nog één onwillige blanke groepering, “some difficult people”, aldus Paton.

De A-selecties van Zuid-Afrika tellen welgeteld één zwarte speler. Dat is middenveldster Gill Kast. “Een heel dapper meisje”, noemt bondsvoorzitter Jaspan haar. Om haar spel te ontwikkelen sloot Kast zich al jaren terug aan bij een team van blanken en ze was daar niet alleen een vreemde eend in de bijt, maar werd ook door haar eigen mensen met scheve ogen aangekeken.

Ze is al lang niet meer alleen. Binnenkort zullen meer zwarte hockeyers en hockeysters het nationale shirt dragen, weten de experts. Nu al zijn ze in de jeugdselecties te vinden. Hockey was “een witte sport”, zoals bondscoach Paton het noemt. Er waren wel zwarten die het speelden, maar de blanken durfden de townships niet in om tegen ze te hockeyen. Volgens Paton zijn zwarte sporters met hun snelheid en beweeglijkheid uitermate geschikt om hockey te spelen. “Ik heb al heel wat fantastische zwarte talenten zien rondlopen.”

Paton, zelf 27-voudig international voor het voormalige Rhodesië, droomt van een ijzersterk gemengd team. Al geruime tijd bestaat er een ontwikkelingsprogramma dat tot doel heeft de zwarte jeugd enthousiast te maken voor hockey. Daaraan heeft de voormalige Nederlandse bondscoach Cees Tania, woonachtig in Pretoria, meegewerkt.

Voorzitter Jaspan schat dat er momenteel zo'n 15.000 zwarte kinderen met stick en bal bezig zijn. “Maar wij tellen niet hoeveel witte en hoeveel zwarte hockeyers we hebben.” In totaal hockeyen ongeveer 110.000 Zuidafrikanen, waarvan 80.000 jongeren.

Jaspan en Paton waarschuwen dat er niet te snel wonderen van de Zuidafrikaanse teams moeten worden verwacht. De coach zou bij het komende WK in Sydney dik tevreden zijn met een plaats bij de eerste zes. Bij de titelstrijd in '98 in Utrecht zou misschien het bereiken van de halve finale een reëel doel kunnen zijn. Het spel van de Zuidafrikanen is qua amusement nog geen aanwinst voor het hockey. De teams zijn fysiek sterk en spelen nogal verdedigend. Oranje-bondscoach Roelant Oltmans noemt het een kruising tussen het Australische en Engelse hockey. “We streven naar een eigen stijl”, zegt collega Alan Paton. “Welke? Totaalhockey, zeg maar. Het liefst zou ik het beste van alle teams willen overnemen. Dat is een droom.”

Voorlopig verloren de Zuidafrikaanse teams gisteren nog flink van Nederland, de vrouwen met 5-1 en de mannen met 6-1. Een week eerder had de mannen van Paton bij een toernooi in Madrid nog verdienstelijk 0-0 tegen Oranje gespeeld. Aanvoerder Wayne Graham weet het verschil aan de zenuwen. Hij en zijn teamgenoten waren onder de indruk van het Wagenerstadion. “Een fantastische plek”, aldus de captain. ----------------------------------------------------------------------- Het Nederlandse hockeyteam heeft in zijn eerste twee wedstrijden in de strijd om de NCM Cup in Amstelveen drie punten behaald. Zaterdag werd na een 2-0 achterstand met 2-2 gelijkgespeeld tegen Duitsland (doelpunten: Bovelander en Van Wijk). Nederland versloeg gisteren Zuid-Afrika met 6-1. Floris-Jan Bovelander maakte vier doelpunten; drie uit een strafcorner en een uit een strafbal. Veen en Van den Honert zorgden voor de andere twee treffers. Jubilaris Marc Delissen, die zijn 200ste interland speelde, miste een strafbal. Bij de volgende zevenmeter liet hij Bovelander pushen.