Voetbal is onrechtvaardig spel voor Colombianen

SAN FRANCISCO, 27 JUNI. Het doet pijn afscheid te moeten nemen van de voetballers van Colombia. Ze spelen niet het beste voetbal, maar ze spelen wel het mooiste voetbal. Colombianen spelen soms zelfs slaapverwekkend voetbal, maar ze laten je inslapen in rust en vrede om weg te kunnen dromen in prachtige voetbewegingen en toverachtige combinaties.

Valderrama, Rincon, Valencia en Asprilla namen afscheid van het wereldkampioenschap met een 2-0 overwinning op de Zwitsers. Zij, de wonderlijke wondervoetballers, mogen niet meer meedoen. Voor het sensitieve voetbal is geen plaats aan de wereldtop. Daar wordt inzet, taktiek. effectiviteit en kracht verwacht. Voetbal is een onrechtvaardig spel voor Colombianen.

Hun spel is spiritueel. Het is verbazingwekkend hoe Rincon zich tussen drie of vier spelers door goochelt, hoe Valderrama de bal aan zijn voet houdt ondanks de grove aanslagen op zijn enkels, hoe snel de schaarbewegingen van Asprilla kunnen zijn. Het is vaak zo fantastisch, zo onecht, het is geen voetbal volgens het boekje. Misschien dat Colombia daarom niet meer mee mag doen.

Colombiaanse voetballers spelen met het hart. Het ene moment zijn ze ontroerend mooi, het andere ontroerend onnozel. Bijna elke actie en combinatie wekt verwachtingen, dan houdt iedereen zijn adem in om dan met een zucht van ergernis de totale mislukking te moeten aanschouwen.

Ze spelen labiel. Hun spel is onvoorspelbaar. Ze laten prachtige staaltjes balvaardigheid zien om vervolgens in de domste fouten te vervallen. Menig voetballiefhebber beschouwde de Colombianen als favoriet voor een hoge klassering. Het is typisch Colombiaans om voorspelllingen te logenstraffen.

Ze waren al vrijwel kansloos voor een plaats in de tweede ronde, voordat ze gisteren aan de wedstrijd tegen Zwitserland begonnen. De merkwaardige nederlaag tegen de Verenigde Staten bracht diepe droevenis in Colombia. Maturana kondigde meteen zijn afscheid aan als bondscoach. “Niet door de slechte prestaties van het elftal”, voegde hij er gisteren aan toe. “Ik heb acht mooie jaren gehad. Het is gewoon tijd om op te stappen.”

De Colombiaanse voetballers wilden Maturana een mooi afscheidsgeschenk geven door van Zwitserland te winnen. En daar gingen ze weer tekeer als kinderen die zojuist de bal als speelgoed hebben ontdekt. Valderrama als de egocentrische kwajongen, altijd de bal vragend, om hem dan pas na vele aanrakingen in de voeten van een ander te plaatsen. Valderrama laat zich de bal niet afpakken, nooit, hoeveel schoppen op zijn enkels en achillespezen hij daarbij ook moet incasseren.

Hij sart zijn tegenstanders. Hij daagt de scheidsrechter uit: “Kijk eens hoe ze schoppen.” Als een zaalvoetballer vroeg hij om assistentie van de scheidsrechter wanneer hij weer eens werd getackled. Hij vraagt er om geschopt te worden. Maar wanneer hij geschopt wordt, wordt hij kwaad. Begrijpelijk. Daarom gaf hij de Zwitser Sforza ook een klap in het gezicht, nadat deze met een wilde sliding de bal had proberen af te pakken. Iedereen zag de wraakactie. Ook de Deense grensrechter Christensen. Maar hij deed niets.

Valderrama kon vanaf dat moment geen goed meer doen bij de vele Zwitserse toeschouwers. Bij elk balcontact werd hij uitgefloten. Maar die prikkeling heeft de Colombiaan juist nodig. Dan gaat hij nog meer pingelen, probeert hij nog meer tegenstanders de bal tussen de benen door te spelen. En hij werd geschopt en geschopt. Maar scheidsrechter Mikkelsen uit Denemarken nam Valderrama niet in bescherming. Wat hebben kwajongens het toch moeilijk.

Het was de wedstrijd van Faustino Hinestroza Asprilla, de ster die maar niet flonkeren wilde. Maar de zwarte gazelle van Parma was gisteren in San Francisco weer in gewone doen. Afwisselend geniaal en onnozel. Hij had moeten scoren, hij had meer moeten laten zien. Maar 'Tino' kan nooit meer dan we van hem willen. En we willen zoveel van hem. “Te veel”, vindt hij, “ik heb vandaag toch hard gewerkt en goed gespeeld?”

Rincon, de goochelaar van het Braziliaanse Palmeiras, was minder op dreef. Evenals Rodolfo Valencia. Eigenlijk speelden ze tegen Roemenië en de Verenigde Staten beter, maar werden ze zoals zo vaak in de steek gelaten door hun verdedigers. Vooral door doelman Cordoba die kennelijk in zijn jeugd op het doel is gezet omdat hij niet kon voetballen, maar daaronder nog altijd lijdt.

In de brandende hitte van het Stanford-stadion waren de Colombianen in het voordeel. De coach van de Zwitsers Roy Hodgson zei dat hij verwacht dat een Zuidamerikaanse ploeg wereldkampioen wordt. “De hitte is gunstig voor de Zuidamerikanen. Ze hebben geleerd met de hitte om te gaan en hebben hun spel daarop afgestemd. Met hun surplus aan balvaardigheid compenseren de traagheid in hun spel.”

Na tal van kansen, na bijna evenveel mooie aanvallen, scoorde Colombia vlak voor rust voor de eerste maal. Valderrama werd weer eens geblokkeerd door Sforza. Vanaf de zijkant van het strafchopgebied mocht Valderrama vervolgens een vrije trap nemen. Haarzuiver legde hij vervolgens de bal op het hoofd van Gaviria.

Pas in de laatste minuut van de wedstrijd vergrootte Colombia de marge. Invaller Lozano soleerde na een passje van Asprilla door de Zwitserse verdediging en schoof de bal diagonaal voorbij doelman Pascolo in de uiterste hoek. 2-0. Tot vreugde van alles wat Colombiaans gezind was in het stadion. Een beetje plezier is de liefhebber van Colombiaans voetbal toch wel gegund.

Wie over het gras van het Stanford-stadion loopt, raakt in vervoering. Zo mooi, dik en zacht is de mat. Zo mooi moet een tapijt zijn waarop sprookjesvoetballers spelen. Maar het mooie gras is niet genoeg om de Colombianen in het toernooi te houden. Ze moeten naar huis, Asprilla, Valderrama, Valencia en Rincon. Met alle Colombianen supporters. Het blijft een vreemde gewaarwording om mensen te horen zingen bij een uitvaart.