Ruimte voor jonge choreografen en componisten bij Het Nationale Ballet; Een kikker en een reusachtige aardbei

Gezelschap: Het Nationale Ballet met The Irony of Antimatter van Itzik Galili, muziek: Justin Billinger. Rocking Widows van Bruno Barat, muziek: Peter van Onna. Judy's Croon van Paul Selwyn Norton. muziek: Gerard Bouwhuis/Paul Koek. Plek van Johan Greben, muziek: Yannis Kyriakides. Decor, kostuums en lichtontwerpen: Johan Creten. Begeleiding: Asko Ensemble olv Arie van Beek.

De co-produktie van Het Nationale Ballet en het Holland Festival, waarmee het dansgezelschap zich voor het eerst sinds een aantal jaren weer in het festival manifesteert, is in verscheidene opzichten opmerkelijk. De voorstelling werd niet gepresenteerd in eigen huis, het Muziektheater, maar in de Stadsschouwburg. De makers van de vier nieuwe werken behoren tot de jongste lichting choreografen. Een even jonge generatie componisten maakte er de muziek voor, terwijl een eveneens prille beeldend kunstenaar het toneelbeeld, de kostuums en het licht voor alle vier de choreografieën ontwierp.

Die bundeling van nog niet tot volle wasdom gekomen talenten binnen de organisatie van een groot, gevestigd gezelschap getuigt van een goede ondernemingszin die risico's niet uit de weg gaat. Dat blijkt ook uit het feit dat twee van de choreografen, Itzik Galili en Paul Selwyn Norton, niet uit de stal van Het Nationale Ballet, maar uit het kleine circuit komen, zij het dat Galili al stukken heeft gemaakt voor het Nederlands Danstheater en het Scapino Ballet Rotterdam. Wellicht maakt mede daardoor zijn bijdrage The Irony of Antimatter zo'n afgeronde en evenwichtige indruk. Galili is een choreograaf die zich niet uit het veld laat slaan door beperkingen, hij wendt die juist aan om nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Zo heeft hij zich in Irony de restrictie opgelegd de acht dansers elkaar nooit te laten aanraken en de bewegingen niet aard-gebonden te houden.

Dat resulteerde in een vitaal dansstuk, waarin de nuances in de muziek van Justin Billinger niet letterlijk, maar wel in sfeer gevolgd worden. De choreografie heeft een gevarieerde opbouw in groeps- en solo-fragmenten, die op een ongeforceerde wijze in elkaar overgaan. Als enige van de vier choreografieën werd The Irony of Antimatter gedanst zonder een van de objecten die beeldend kunstenaar Johan Creten had ontworpen: een enorme groene kikker en een uit z'n krachten gegroeide aardbei, die afzonderlijk of gecombineerd het toneelbeeld in de andere drie werken bepalen.

In Rocking Widows van Bruno Barat is dat de aardbei, die overigens geen speciale functie heeft. Barats componist is Peter van Onna, wiens nerveuze, rappe en van rijke klankkleuren voorziene muziek in de choreografie weerspiegeld werd door een vloedgolf van snelle, geagiteerde, prikkende beenbewegingen en wervelende armen. Uit de soms verwilderd door elkaar bewegende groep van zeven, eerst zwart gesluierde vrouwen maakt zich telkens een enkeling los om zich als individu te profileren. Rocking Widows heeft interessante onderdelen, die nieuwsgierig maken naar een volgend werk van Barat. Helemaal geslaagd is zijn choreografie niet. Barat lijkt verstrikt te zijn geraakt in de hoeveelheid materiaal die hij gebruikt en hij kan de muzikale compositie niet zodanig vullen dat de spanningsboog wordt vastgehouden.

Diezelfde euvels kenmerken Paul Selwyn Nortons Judy's Croon en Johan Grebens Plek. Norton heeft een meer theatrale en ontregelende aanpak en een grillig, onvoorspelbaar bewegingsidioom, dat fascineert maar een duidelijke samenhang mist. Ook Johan Grebens Plek heeft positieve kwaliteiten. Er zitten compositorisch gave fragmenten in en hij legt soms op een grappige wijze in zijn bewegingen verbanden met de grote kikker die zijn toneelbeeld vult. Maar ook hij raakt verloren in ideeën en heeft geen echte greep op de muziek van Yannis Kyriades.

De drie nog weinig ervaren choreografen zagen zich gesteld voor een zware opgave: werken met niet door hen gekozen componisten, van wie de muziekstukken (uitstekend uitgevoerd door het Asko Ensemble) pas in een laat stadium beschikbaar waren (in het geval van Norton werd zelfs een week voor de première besloten om met een ander componistenteam in zee te gaan).

Toch is dit project (het laatste dat op initiatief van Holland Festival-dansprogrammeur Marc Jonkers tot stand kwam) inspirerend. De dansers gaven zich voor honderd procent over aan totaal verschillende werkwijzen en bewegingen, met opvallend veel isolaties, bekken- en rompkronkelingen en ongewone, uit het lood hangende houdingen. Vooral Pierre Paradis, duizendpoot Rachel Beaujean, Clint Farha en Alfredo Fernandez bleken tot verrassende dingen in staat. Het is van het grootste belang dat zulke projecten, juist bij een instelling als Het Nationale Ballet, gecontinueerd worden en een vast onderdeel van het beleid gaan vormen. De enorme, voelbare druk die er nu op lag kan dan vermeden worden en er kan een logisch vervolg onstaan op de choreografische workshops. Voor een verdere ontwikkeling van jong choreografisch en uitvoerend talent zijn die ruimte en aandacht onontbeerlijk.