ROELOF KIERS 1938 - 1994; Eigenzinnig tv-maker

De plotselinge dood van VPRO-programmaleider Roelof Kiers, die gisteren op 56-jarige leeftijd overleed na een hartverlamming, is een groot verlies - niet alleen voor zijn eigen organisatie, maar tevens voor de publieke omroep als geheel. Hoewel hij ook in eigen huis omstreden was door zijn scherp omlijnde standpunten en zijn afkeer van compromissen, werd hij door vriend en vijand erkend als fel pleitbezorger voor de televisie als kwaliteitsmedium. “Ik behoor tot degenen die denken dat je met tv prachtige dingen kunt doen,” zei hij in de interviewbundel Over televisie (1989). “Net zoals de uitvinding van de boekdrukkunst tot veel moois heeft geleid.”

Kiers kwam na de kweekschool via de jongerenorganisatie Minjon bij de televisie. Hij debuteerde in 1962 bij de AVRO met een filmpje over de jeugd van tegenwoordig en baarde daar vervolgens enig opzien met filmportretten van bekende Nederlanders als de politicus Geertsema en de scheepsmagnaat Verolme, die - zonder de op dat moment gebruikelijke eerbied - een relativerend beeld gaven van de hoofdpersoon, met een losse cameravoering en quasi-naïeve vragen. Na diverse aanvaringen met programmaleiding en achterban stapte hij in 1969 als documentarist over naar de VPRO. Daar ontstond een journalistiek oeuvre op hoog niveau, met omvangrijke projecten als Indonesia Merdekka (1976) en Mijn God, wat hebben we gedaan (1981). Zijn werk was vaak soberder en minder speels dan dat van zijn generatiegenoten, inhoudelijker en informatiever, en bouwde daardoor mee aan de grote documentaire VPRO-traditie.

Toen hij in 1983 tv-directeur werd, kwam Kiers zelden meer toe aan het maken van eigen programma's. Hij wilde vooral een eindredacteur zijn, die in voortdurend gesprek met de programmamakers tot de beste resultaten wilde komen. In de praktijk lukte dat niet altijd, al was het maar omdat hij werd opgeslokt door management-taken en door de vercommercialisering van het omroepbestel. Terwijl de programmaleiders van de andere omroepen door de knieën gingen voor de kijkcijfer-eisen van de STER, slaagde hij er als enige in zijn omroep te vrijwaren van beïnvloeding door adverteerders. Hij bleef avondvullende uitzendingen programmeren, zonder ruimte voor reclamespots, en won ook een gevecht om het onder zijn leiding tot bloei gekomen kinderblok op de zondagochtend te behoeden voor reclame-onderbrekingen.

Het sarcasme, waarachter zijn hartstocht voor de televisie geregeld schuil ging, en zijn neiging tot eenkennigheid maakten Kiers niet in alle geledingen van de VPRO populair. Zijn affiniteit lag meer bij de informatieve en culturele programmering dan bij baanbrekende amusementsexperimenten, die hij wel de ruimte gaf, maar niet altijd van harte. Liever gaf hij rubrieken als Diogenes en Horizon meer middelen en zendtijd en schiep hij gelegenheid voor de ambitieuze projecten van Wim Kayzer. “Televisie kan schoonheid tonen en inzicht in het leven verschaffen,” luidde zijn credo. Het feit dat de VPRO sinds het behalen van de A-status, ondanks andersluidende voorspellingen van de buitenwereld, haar eigenzinnige karakter heeft behouden, is dan ook voor een groot deel aan Roelof Kiers te danken.