Rijnmond is schoner maar stinkt meer

ROTTERDAM, 27 JUNI. Het wordt schoner in Rijnmond. De uitstoot van belangrijke verontreinigende stoffen is sinds het midden van de jaren tachtig aanzienlijk afgenomen. Over lawaai en stank wordt daarentegen steeds meer geklaagd.

Dit blijkt uit het rapport Het milieu in Rijnmond, dat de DCMR Milieudienst Rijnmond vandaag heeft gepubliceerd. Het is de eerste keer dat de Milieudienst in één rapport een totaaloverzicht poogt te geven van de toestand en de ontwikkeling van het milieu in het Rijnmondgebied. De dienst wil zulke rapporten in de toekomst regelmatig uitbrengen om systematisch te kunnen nagaan waar beleid om bepaalde vormen van verontreiniging terug te dringen succes heeft en waar dat faalt.

De totale uitstoot van verzurende stoffen is de afgelopen jaren gestaag afgenomen. Vooral de daling van de uitstoot van zwaveldioxide door de industrie levert hieraan een aanzienlijke bijdrage. Sinds 1991 stokt de dalende trend echter. De uitstoot van stikstofoxiden, de andere belangrijke component van verzuring, is niet afgenomen. De laatste drie jaar is er wel sprake van een lichte daling, maar deze maakt de toename van de uitstoot in de tweede helft van de jaren tachtig geenszins goed. Stikstofoxiden zijn afkomstig van industrie en uit de uitlaatgassen van auto's.

De lozing door de industrie van de vermestende stoffen fosfaat en stikstof op het oppervlaktewater is aanzienlijk afgenomen. In 1992 werd in Rijnmond 3.600 ton fosfaat geloosd, tegen bijna 12.000 ton vijf jaar eerder. Aan stikstof werd in 1992 1.300 ton geloosd, de helft minder dan in het midden van de jaren tachtig. Toch liggen de fosfaat- en stikstofgehaltes van het oppervlaktewater nog altijd een factor twee boven de norm.

De uitstoot van kooldioxide, belangrijke veroorzaker van het broeikaseffect, bedroeg in 1993 ruim 22 miljoen ton, even veel als het jaar ervoor. Sinds het eind van de jaren tachtig is er sprake van een lichte toename van de uitstoot van broeikasgassen, waarvan kooldioxide verreweg de belangrijkste is. Kooldioxide ontstaat met name bij de verbranding van koolwaterstoffen.

Koolwaterstoffen komen ook onverbrand in de lucht terecht. In Rijnmond ging het in 1993 om zo'n 19.000 ton. Onder invloed van zonlicht veroorzaken veel koolwaterstoffen hoge ozonconcentraties in de onderstste luchtlagen. De overheid streeft dan ook naar halvering van de uitstoot van koolwaterstoffen in het jaar 2000. In Rijnmond gaat het wel de goede kant op, maar of de streefwaarde in 2000 wordt gehaald is nog niet duidelijk.

Sommige koolwaterstoffen zijn kankerverwekkend. De uitstoot hiervan door de industrie is sinds het midden van de jaren tachtig afgenomen van 1.400 ton per jaar tot 200 ton per jaar. Deze afname komt vooral voor rekening van dichloorethaan, kwantitatief de belangrijkste van de kankerverwekkende koolwaterstoffen.

Hoewel de verontreiniging in het Rijnmondgebied dus in veel opzichten afneemt, stijgt het aantal klachten dat bij de meldkamer binnenkomt. Zestig procent van de bijna tienduizend klachten gaat over stank en smogvorming, ruim dertig procent over lawaai. Een klein deel van de klachten gaat over stof in de lucht. Per duizend inwoners komen de meeste klachten uit Maasluis, Vlaardingen en Westvoorne. Qua smog en stank scoren Vlaardingen en Maasluis het slechtst, gevolgd door de deelgemeente Hoek van Holland. Het bedrijf waarover het meest wordt geklaagd is de Shell rafinaderij. Hierover kwamen in 1993 350 klachten binnen. In Westvoorne wordt het meest geklaagd over lawaai, maar indien de deelgemeenten apart worden geteld, dan steekt Hillegersberg/Schiebroek, gelegen vlakbij het vliegveld Zestienhoven, er ruim bovenuit.