Priem: succes van Rooks 'de hoogste tijd'

MEERSSEN, 27 JUNI. De weer herenigde Siamese tweeling stal gisteren de show bij het Nederlands kampioenschap wielrennen voor profs. Steven Rooks veroverde de rood-wit-blauwe trui, zijn teamgenoot Gert-Jan Theunisse ging in Meerssen als tweede over de streep. Reden om de vlag uit te steken voor de formatie TVM, zou je veronderstellen, maar ploegleider Cees Priem voelde daar niets voor. De Zeeuw toonde weliswaar enig respect voor beide dertigers, maar plaatste ook een aantal kritische kanttekeningen.

“Rooks en Theunisse zijn met de eer gaan strijken, maar we moeten zeker niet vergeten dat onze jeugd eerst het vuile werk heeft opgeknapt”,legde hij aan de finish uit. Het succesrijke duo ging zodoende “in een zetel” naar de finale, meende Priem, die ook nog fijntjes opmerkte dat “de titelstrijd slechts een nationale gebeurtenis is, zonder buitenlandse concurrentie”.

Pissig liet hij daarop volgen dat het ook “de hoogste tijd” was dat de twee klimmers van zich deden spreken. Rooks, die de afgelopen winter is gecontracteerd, was Priem deze competitie niet meegevallen, en zijn oordeel over Theunisse was ronduit keihard. Hij verweet de Brabantse individualist gebrek aan samenwerking. Eerder had hij al geroepen dat de langharige ex-vedette almaar trainingskampen opzocht, “omdat hij bang is voor wedstrijden”.

Vandaag maakt Priem zijn negen man tellende Tourselectie bekend, maar of Theunisse daar deel van uitmaakt is niet zeker. De duur betaalde prof was daarover in Meerssen heel ontstemd. Hij vond dat hij zich met het zilver in Zuid-Limburg had waargemaakt, “ondanks pesterijen vooraf”.

“Priem heeft me veel in de weg gelegd”, klaagde Theunisse. “Als ik zeg dat ik graag koers A rijd, dan stelt hij me in koers B op. Ik zeur niet als ik niks heb, maar de ploegleiding betwijfelt dat. Ik heb blijkbaar niet het vertrouwen van de ploeg. Dat maakt me onzeker; dat leidde zelfs tot een maagzweer. Waarom mogen die Denen in ons team hun eigen plan trekken en ik niet? Ik ben eenzaam, in de steek gelaten. Het ergste is nog dat ik alle kritiek niet rechtstreeks hoor, maar via de televisie of de kranten. Het zal duidelijk zijn: ik ben aan het einde van het seizoen bij deze sponsor weg. En ik ben niet bang dat ik geen nieuwe baas vind. Ik lig best goed in de markt.”

Zijn maatje Rooks hoopt dat hij volgende competitie bij Priem mag blijven. De 33-jarige Noordhollander bekende in Meerssen dat deze Nederlandse titel - zijn tweede, ook in '91 triomfeerde hij - tegen die achtergrond heel welkom was. Hij werkt aan zijn herstel, want 1993 is een verloren jaar geweest. Ter herinnering: als lid van de Spaanse ploeg Festina was Rooks aanvankelijk niet vooruit te branden. En in de Touretappe naar Vannes kwam hij, kotsend door darmklachten, te laat binnen. De Tour was fini, maar hij werd ook op staande voet ontslagen, omdat zijn werkgever meende dat hij simuleerde. Ten slotte troffen Rooks en zijn sponsor een financiële schikking, die hem volgens de renner de helft van het nog uit te betalen salaris kostte.

Rooks zei nog veel ambitie te hebben. Na tegenvallende klassiekers besloot hij onlangs op hoogtestage te gaan in Toluca, een Mexicaans plateau van 2600 meter. Hij had trainingsschema's bij zich van schaatscoach Ab Krook. “Achttien dagen oefende ik daar heel gericht”, herinnert hij zich. “De Tour? Ik zeg niet dat ik mee kan doen voor het klassement. Maar wie weet kan ik in de eerste twee weken een rit meepakken.” Na zijn Mexicaanse avontuur acclimatiseerde hij in de Ronde van Zwitserland, die hij door een dreigend griepje niet uitreed.

Rooks was gisteren uitstekend in vorm. In de finale van de bloedhete, spannende en lange rit schoof hij naar voren, samen met andere toppers, Theunisse, de tevergeefs initiatiefrijke Erik Breukink, Frans Maassen, Patrick Jonker, de zwoeger Erwin Nijboer en de knecht Marco Vermey. Rooks had veel mee: vooral Servais Knaven had als vluchteling de weg voor hem geplaveid. Bovendien had hij Theunisse bij zich, terwijl de anderen alles in hun eentje moesten opknappen.

Een belangrijke afwezige in de voorhoede was Eddy Bouwmans. De Brabander, twee jaar geleden nog de sterkste jongere in de Tour, kwam duidelijk krachten tekort. Hij verloor zijn plaats in de Tourploeg van Histor, ook doordat hij het vorige week in de Ronde van Zwitserland lelijk liet afweten. Een heel pijnlijke ervaring, zo was op het gezicht van de renner te lezen. Bouwmans' maatje Jonker mag in Frankrijk debuteren, net als Vermey, die bij de titelstrijd de prijs van de strijdlustigste renner verdiende.

Vermey, nooit van gehoord... wie wel? Hij is al 29 jaar en bezig aan zijn eerste seizoen als prof na een lang bestaan als amateur, waarin hij zich beperkte tot kleinere wedstrijden. Via zijn co-sponsor kon hij prof worden, bij Chazal in Frankrijk. Gisteravond snelde hij naar een telefooncel om zijn bazen mee te delen dat hij derde was geworden bij het NK. “Dan mag ik vast en zeker mee naar de Tour”, lachte hij.

Die Tour lijkt Vermey “een fantastisch avontuur”. Alleen al wegens het reizen. Hij heeft trouwens al het een en ander van de wereld gezien. Want de uit Lisse afkomstige laatbloeier woonde (en koerste) twee jaar in Amerika, hij was leraar Engels in Frankrijk en fietskoerier in Berlijn. Dankzij een aantal goede prestaties in kleinere etappewedstrijden mag hij naar de Tour. “Het is snel gegaan”, vond hij in Meerssen. “Ik sta versteld van mezelf. Vorig jaar kon ik nog zo weinig. En nu finish ik hier in de buurt van grootheden als Breukink, Theunisse en Rooks.”