Minsk vreest de markteconomie

MINSK, 27 JUNI. Met bijna elke stap die handelsonderneming Kiko International sinds haar oprichting zet, overtreedt het jonge bedrijf de wet. Misschien kan het wel niet anders in Wit-Rusland, een land waar de discussie over wetgeving in de woorden van de plaatselijke IMF-vertegenwoordiger “het niveau van de kleuterschool niet overstijgt”. Officieel heeft deze voormalige Sovjet-republiek geen planeconomie meer, maar maatregelen om er een markteconomie van te maken blijven uit.

De oprichter van Kiko begon in januari vorig jaar met zichzelf een voordelig startkrediet te verstrekken bij de Centrale Bank van Wit-Rusland, waar hij op dat moment nog afdelingschef was. De zogenaamde particuliere banken in het land geven nu eenmaal prioriteit aan staatsbedrijven.

Nadat Kiko met de import van Franse wijn en Levi's-spijkerbroeken geld begon te verdienen, werd de benodigde fysieke bescherming geregeld door een majoor van de politie op de loonlijst te zetten. De politie is zonder betaling namelijk niet geïnteresseerd in bescherming van het bedrijfsleven tegen afpersers.

Toen Kiko met het in de wijn en mode verdiende geld een eigen confectie-lijn wilde opzetten, Kiko-style, werd als fabrieksruimte een etage bij een postkantoor 'gehuurd' bij de PTT-directeur. De aankoop van grond om een eigen hal te bouwen is helaas verboden.

Teneinde de textielarbeidsters in het postkantoor van stof te voorzien, kocht Kiko een ambtenaar om. De stoffenproduktie in Wit-Rusland is nu eenmaal nog volledig in handen van de staat en deze ambtenaar is degene die over de verdeling van de produkten beslist. De verkoop van de Kiko-mode, ten slotte, verloopt via bijverdienende verkopers in staatswinkels. Want particuliere winkels zijn er nauwelijks.

Valeri Kirillov, een voormalig jurist bij het ministerie van landbouw die door zijn 26-jarige zoon en Kiko-oprichter 'directeur' van het bedrijf is gemaakt, vertelt er in het hoofdkantoor aan de Karl Marxstraat niet lichtzinnig over. “Het is een schande dat wij zo moeten opereren, maar het is de realiteit”, zegt Kirillov, die onderstreept geen kleine scharrelaar te willen zijn. Kiko is in Wit-Rusland, zo meldt hij trots, de enige geautoriseerde verkoper van de merken Levi's en Fruit of the Loom. Het jonge bedrijf heeft ook al meer dan honderd werknemers. “Maar we zijn helaas de gevangenen van de politiek”, zegt 48-jarige, geheel in Levi's spijkergoed gehulde Kirillov.

“Ik denk dat het onmogelijk is hier een economische activiteit te beginnen zonder de wet te overtreden”, bevestigt de vertegenwoordiger van het Internationale Monetaire Fonds in Wit-Rusland, Willem Middelkoop. Middelkoop kent grote internationale bedrijven die hun plannen om in Minsk filialen te openen hebben opgegeven nadat zij eindeloos waren “geboycot en dwarsgezeten door bureaucraatjes”.

Van de zaken die essentieel zijn voor het functioneren van een markteconomie zijn er volgens Middelkoop in dit land met 10,2 miljoen inwoners nog maar weinig gerealiseerd. Zo zijn er meer dan twintig 'particuliere' banken, maar die zijn opgericht door staatsbedrijven met het doel die bedrijven kredieten te verlenen. “Een functionerend bankwezen, met een systematiek voor het beoordelen van investeringen, is er dus niet”, zegt Middelkoop. Ook een legaal raamwerk ontbreekt. Er is geen goed burgerlijk wetboek en “eigendomsverhoudingen en wederzijdse verplichtingen worden niet geregeld door wetten maar door ambtelijke willekeur.”

De privatisering van staatsbedrijven is in Wit-Rusland ook nog nauwelijks van de grond gekomen. Officieel is er op 1 april een voucher-systeem ingevoerd, waarbij elke burger recht op een aandeel krijgt in een te privatiseren bedrijf, maar volgens Middelkoop is daarbij nog maar een minimaal deel van de bevolking betrokken. De overheid wil bovendien bij elke privatisering ten minste de helft van de aandelen in eigen bezit houden.

Halve maatregelen scheppen scheve situaties. Zo subsidieert de staat nog steeds de prijzen van verscheidene levensmiddelen, terwijl tegelijk particuliere handel is toegestaan. Met als gevolg dat winkels worden leeggekocht door handelaren die gesubsidieerde Wit-Russische kaas en wodka naar Moskou en Litouwen exporteren. “Op deze manier roepen die paar economische hervormingen die zijn doorgevoerd meer weerstand op dan enthousiasme”, zo is de ervaring van Middelkoop. Als reactie op het leegkopen van de staatswinkels heeft de regering dit voorjaar het kopen van goederen met het doel ze met winst te verkopen weer strafbaar gesteld, net als in de Sovjet-tijd.

“Onder druk van internationale organisaties en door de huidige crisis heeft men wel het idee dat het land naar een markteconomie toemoet, maar er bestaat nauwelijks een idee van wat dat eigenlijk is”, zegt de IMF-vertegenwoordiger over zijn gesprekspartners in Minsk. En onkunde wordt gecombineerd met onwil. In Wit-Rusland heeft bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie geen wisseling van de wacht plaatsgehad en dat geldt ook voor de economische theorieën.

De meest gangbare binnenlandse analyse van 's lands problemen op dit moment komt er op neer dat de republiek het binnen de Sovjet-Unie relatief goed deed, dat Rusland na 1991 wereldmarktprijzen is gaan vragen voor zijn grondstoffen- en energie-leveranties en dat daarom de Wit-Russische metaal- en machine-industrie in de problemen is gekomen. De oplossing wordt dus ook verwacht van herintegratie in de Russische economie, niet van de invoering van marktmechanismen.

Dit voorjaar heeft premier Vatjeslav Kebitsj met zijn Russische collega Tsjernomyrdin daarom een voorlopige overeenkomst over een monetaire unie gesloten. De unie komt erop neer dat de Russische roebel weer de valuta van beide landen wordt, dat de Wit-Russische begroting, belasting, import- en exporttarieven weer in Moskou worden vastgesteld en dat Wit-Russische energiegebruikers weer dezelfde prijzen betalen als die in Rusland. Gewacht werd alleen nog op de uitslag van de presidentsverkiezingen van donderdag, daarna zouden de laatste details worden geregeld.

De twee kandidaten die volgens voorlopige uitslagen doorgaan naar de tweede ronde, premier Kebitsj en de zich als corruptie-bestrijder profilerende Aleksandr Loekasjenko, steunen beiden de economische aansluiting bij Rusland en zij wantrouwen beiden het particulier intitiatief. De straat waar Kiko International is gevestigd zal voorlopig nog wel naar Karl Marx genoemd blijven.