Methode van Lubbers faalt over de grens; Reconstructie van LUBBERS' LOBBY

Waar ging het fout met Lubbers' kandidatuur voor het voorzitterschap van de Europese Commissie? “Die vraag is verkeerd. Het is nooit goed gegaan”, vat een diplomaat Lubbers' teloorgang samen. De vele brieven en faxen uit het Haagse Torentje irriteerden de Europese 'kingmaker' Helmut Kohl. “Kohl is geen De Vries of Brinkman”, klinkt het nu in diplomatieke kring. Het Nederlandse Oranjegevoel rond 'onze Lubbers' had in de Europese hoofdsteden geen enkel effect.

Voor Ruud Lubbers is op Korfoe een eind gekomen aan het droomscenario dat hij zo lang heeft gekoesterd. Hij keert terug naar het Torentje op het Binnenhof, ontgoocheld en met lege handen. Eind januari nog werd hij op het verkiezingscongres van het CDA toegejuicht door zijn achterban, met in het achterhoofd zijn eigen doel: langzamerhand als premier naar de achtergrond treden en na de Tweede Kamerverkiezingen van 3 mei als elder statesman het voorzitterschap van de Europese Commissie in de wacht slepen.

In het CDA had hij een opvolger in de persoon van Elco Brinkman en in Europa hadden de Spaanse premier Gonzalez en ook de zittende Président de la Commission Jacques Delors hem al openlijk gevraagd. Zorgvuldig verborg Lubbers zijn Europese ambitie, maar het was geen geheim dat Brussel zijn doel was. Nederland liep belangrijke benoemingen mis en de Europese Centrale Bank ging naar Frankfurt. Maar er was troost in de topfunctie voor Lubbers.

In 1987 verschenen er in Nederland al berichten dat Lubbers Delors zou opvolgen. In Den Haag was hij bijna onaantastbaar. “Dat hij als premier thuis de zaken aardig regisseert, is elders ook niet verborgen gebleven”, heette het toen. “Hij wilde het al jaren”, zegt een voormalig Kamerlid van het CDA. “Dat was ook een reden waarom het kabinet ten koste van alles moet blijven zitten”. Op 4 mei 1994 zou Lubbers demissionair premier zijn en op 24 en 25 juni 1994 zouden de regeringsleiders de opvolger van Delors aanwijzen. Zelden vielen de politieke ambitie en de Europese agenda zo mooi samen.

Maar het ging mis vanaf het begin toen de Nederlandse regering op 3 mei - een minuut na het sluiten van de stembussen - bekendmaakte dat Lubbers kandidaat was voor het voorzitterschap van de Commissie. Het moment bleek politiek schadelijk omdat het CDA een recordverlies leed en CDA-leider Brinkman zijn Waterloo meemaakte. Lubbers liet een brandend schip achter en zijn omstreden rol in de campagne viel ook in Duitsland op. “Dan blijkt de vaderlijke consensusfiguur, het imago dat hij heeft opgebouwd, in plotselinge crisissituaties aan formaat te verliezen”, zegt een prominent lid van de CDU.

De ongelukkige start was op zich geen reden om hem kansloos te achten. Maar in de geruchtenmachine uit Brussel werd inmiddels ook de Belgische premier Jean-Luc Dehaene genoemd. Voor Lubbers was het een onaangename verrassing om in maart in The Guardian te lezen: 'Duitsland en Frankrijk polsen Dehaene'. Het was geen geheim dat kanselier Kohl in de Belgische oud-premier Martens de ideale commissievoorzitter zag, maar Dehaene was nieuw. “Kohl heeft eind vorig jaar nog geprobeerd om Martens als kandidaat te krijgen”, zegt K. van Miert, de Belgische Eurocommissaris. Het lukte niet want Martens was in de Belgische politiek uitgerangeerd. Kohl beschouwde Lubbers als de “tweede keus”. De nieuwe voorzitter zou een christen-democraat worden en Kohl - de pater familias van de Europese christen-democraten - trad op als de kingmaker.

Lubbers liet in januari Kohl en Mitterrand zijn belangstelling blijken via 'de binnenkanalen', maar een reactie ontving hij nooit. “Lubbers en Kohl zijn geen vrienden”, zegt een diplomaat. Lubbers werd in 1982 premier van Nederland en Kohl in hetzelfde jaar kanselier maar een vriendschappelijke band is nooit ontstaan. De laatste jaren kwam de 'botsing van persoonlijkheden' steeds vaker aan het licht. Als Dehaene op een Europese topconferentie een rede hield, knikte Kohl instemmend, maar als Lubbers sprak keek hij naar het plafond of ging een plas doen. Afgelopen woensdag, tijdens het beraad van Europese christen-democraten (EVP) in Brussel, liet Kohl Lubbers weer 'de koude schouder' zien om vervolgens met Dehaene te grappen.

Het bleek een beoordelingsfout van Lubbers om zich te kandideren zonder instemming van Kohl. Toch deed Lubbers tijdens de campagne moeite om Kohl voor zich te winnen. Op 12 mei hield hij de toespraak bij het verlenen van de Karel de Grote-prijs aan de Noorse premier Brundlandt. Hij prees zich aan als kandidaat en Kohl als “kampioen van de Duitse eenheid”. Maar Kohl liet zich op de plechtigheid niet zien. Een bezoek aan Bonn zat er ook niet in. De premier stuurde brieven naar het Bundeskanzleramt, zoals na de Europese verkiezingen van 9 juni toen Nederland opviel door een zeer laag opkomstcijfer. Lubbers legde Kohl uit dat de lage opkomst werd veroorzaakt doordat sommige landen het gevoel hebben weinig invloed te hebben in Europa hebben. Kohl raakte echter nog meer geïrriteerd door al de brieven uit het Haagse Torentje. “Lubbers schrijft iedereen brieven”, zegt een hoge functionaris. “In Nederland kan dat maar in Europa werkt het soms averechts”.

De werkwijze van Lubbers, die belde, faxte en correspondeerde zoals hij al twaalf jaar in Nederland gewend was, wekte in Europa verbazing. “Die bilateraaltjes kun je met CDA-politici doen maar niet met regeringsleiders. Kohl is geen De Vries of Brinkman”, zo klinkt het nu in diplomatieke kring. Een hoge Duitse ambtenaar van het Europarlement keek ook vreemd op van de lobby: “Je kunt toch niet door Europa reizen en zeggen: je moet voor mij zijn. Zo werkt dat niet.”

De grootste klap voor de Lubberslobby was het overleg van Kohl en Mitterrand in Mulhouse op 30 mei. Duitsland en Frankrijk pousseerden Dehaene en lieten dat via de media uitlekken. Lubbers stond voor de keuze: zich neerleggen bij de wens van de As Bonn-Parijs of een tegenactie inzetten die zou inspelen op de onvrede over de Duits-Franse Vorherrschaft in Europa. Hij bond de strijd aan met de As, en gaf op 2 juni een interview aan de Financial Times waarin hij het “onderonsje” afkeurde. Het bleek een “strategische keuze” maar, mét verstrekkende gevolgen. Andere lidstaten ergerden zich eveneens aan de oppermacht van de As, maar voor Bonn en Parijs had de 'rebelse Lubbers' als kandidaat definitief afgedaan.

De 'Mulhouse-procedure' schiep de patstelling die in Korfoe aan het licht kwam: een kandidaat redt het niet zonder de steun van de As, maar Bonn en Parijs kunnen evenmin een kandidaat opdringen.

De bellende en faxende Lubbers moest zijn lobby - die in mei nog veel weg had van een eenmansactie - verbreden. Hij wilde immers niet als een Don Quichotte te boek staan die de windmolens van Bonn en Parijs bestreed. Zijn verzet zou een nationaal karakter moeten krijgen. Het adviesbureau dat Lubbers had ingeschakeld nam contact op met de leiders van de vier grote partijen - PvdA, CDA, VVD en D66 - die al snel instemden met een verklaring. “De Lubbers-kandidatuur moest een échte Nederlandse kandidatuur worden”, aldus een adviseur van de premier. “De Haagse politiek moest als een man achter hem gaan staan”. Het argument dat Nederland nog niet eerder een hele ambtstermijn een voorzitter leverde, werd de kapstok van de diplomatieke ondersteuning. Toch kon de diplomatie weinig doen omdat de regeringsleiders en de Franse president beslissen: de doelgroep van de lobby was overzichtelijk en select, maar voor diplomaten niet doordringbaar. De opvolging van Delors is Chefsache.

In Nederland werkte de lobby aan een “positieve sfeer” om de premier, een soort 'oranjegevoel' om Lubbers. En Kohl moest maar eens hardop zeggen wat hij tegen 'onze Lubbers' had. Deze therapeutische benadering, gewoon in de Haagse politiek, is echter erg ongewoon in het machtsspel binnen Europa. De belangen staan er centraal, niet de emoties of psychologische analyses van kandidaten.

Het Haagse oranjegevoel werkte verblindend op politieke realiteiten. “Er was het sfeertje dat het allemaal aardig loopt”, zegt een diplomaat. “En niemand durfde de brenger te zijn van het slechte nieuws”. Voor Lubbers werd González het ijkpunt binnen de Unie. Lubbers rekende ook op de Britse premier Major die de federaalgezinde Dehaene niet aan de 'Eurosceptici' in zijn Conservatieve partij kon verkopen. En de Italiaanse premier Berlusconi - de onbekende in het gezelschap regeringsleiders - bleek tijdens het bezoek van Lubbers aan Rome op 17 juni gepikeerd te zijn over het Duits-Franse onderonsje in Mulhouse. Er was bij Lubbers hoop dat de weerzin tegen de As zijn kandidatuur extra Schwung zou geven. Hij belde op 20 juni met Kohl om de “intensiteit” van diens verzet te peilen. De kanselier zou geen veto uitspreken; Lubbers schreef direct brieven aan de regeringsleiders om dit te melden. “Niemand is tegen Lubbers”, luidde de hoopvolle conclusie in het Torentje.

De intensiteit van de steun vóór Lubbers was nog veel moeilijker te peilen. Op 17 juni maakte Dehaene zijn kandidatuur bekend en liet Nederland op een persconferentie van vice-premier Kok en minister Kooijmans weten aan zijn kandidaat-Lubbers vast te houden. Nederland zou nog een laatste offensief plaatsen. Kooijmans ging naar het wijfelende Portugal en Denemarken, en Kok sprak op Korfoe tijdens de top van Europese socialisten met de Griekse premier Papandreou. “Landen die nog niet hadden gekozen, bleven heel onduidelijk”, zegt staatssecretaris P. Dankert.

Maar tijdens de stemming op Korfoe steunden de twijfelaars - zoals Portugal, Luxemburg, Ierland en Griekenland - Dehaene. “Deze kleinere landen vielen allemaal om. Dat was het effect van de Duits-Franse druk”, zo meent Dankert. Spanje en Italie steunden eerst Lubbers maar in de tweede ronde Dehaene: het was meer een proteststem tegen 'Mulhouse' dan echte steun voor Lubbers.

De Lubberslobby heeft voor Korfoe de eigen steun overschat, zoals Nederland op 30 september 1991 ook de steun voor het ontwerp-verdrag van een Europese Unie te groot inschatte. Op die black monday rekende Nederland alleen op verzet van Groot-Brittannië, Denemarken en Frankrijk maar uiteindelijk waren alle landen behalve België tegen. Op Korfoe was er wederom een swing van lidstaten tegen wat Nederland voorstond. “Landen kiezen altijd de kant van de winnaar”, zegt een diplomaat. “Uiteindelijk gaan de belangen boven vrienden. Ook Spanje zal kiezen voor zijn belangen in de Zuid-as”. Op de Europese Top van Korfoe werd dezelfde inschattingsfout gemaakt als op black monday, door bijna dezelfde personen.

De lobby voor Lubbers heeft de hegemonie van Bonn en Parijs gefrustreerd en de Britse positie versterkt. Major kon zijn veto tegen Dehaene wekenlang verbergen achter de strijd die Lubbers voerde. Maar de betrekkingen met Duitsland zijn bezwaard, evenals die met België terwijl het erg onzeker is of Nederland nog kan rekenen op 'compensatie' bij de speciale top van medio juli. “Er was geen terugval-positie”, zegt Dankert na terugkeer. “Dat hebben we afgewezen”. Een diplomaat wijst op het gevaar dat Nederland met zijn 'alles of niets' de kans op compensatie in de vorm van een andere topfunctie van een internationale organisatie heeft verspeeld. “Als Lubbers zich vorige week had teruggetrokken ten gunste van Dehaene had hij nog credit gekregen. Nu is Kohl niets aan ons verplicht”.