Kohl verkeek zich op John Major

KORFOE, 27 JUNI. Vol vertrouwen waren ze, de Duitsers, dat de 'power play' van Helmut Kohl uiteindelijk het gewenste resultaat zou opleveren. “Wat wil die Lubbers van jullie nu eigenlijk? Hij kan de zaak alleen maar blokkeren, maar daarmee valt er voor hem toch niets te winnen? Hij kan nu nog als een goede verliezer Europa verlaten”, aldus een Duits diplomaat. De uitslag van de stemming onder de regeringsleiders en het Franse staatshoofd stond voor hem bij voorbaat vast: “Dat wordt vanavond elf tegen één. De 'uitbreiders' zitten er ook bij, maar omdat ze formeel nog geen lid zijn van de Europese Unie moeten ze hun mond nog houden. Anders zou het vijftien tegen één zijn.”

De diplomaat heeft zijn gelijk gekregen: het werd uiteindelijk elf tegen één. Maar helaas voor hem, bleek die ene tegenstem zaterdagochtend niet van Nederland te zijn, maar van de Britse premier John Major. Major, in eigen huis opgejaagd als aangeschoten wild, hoef je niets uit te leggen over 'power play' op het Europese speelveld. Hij heeft er zijn reputatie mee opgebouwd in Europa en er zijn politieke leven in Groot-Brittannië tot dusver mee weten te rekken.

Het feitelijke 'veto' van Major tegen de Belgische premier Jean-Luc Dehaene - de vooral door Kohl naar voren geschoven kandidaat - kwam als een geweldige verrassing. Natuurlijk had de Britse regeringsleider tijdens het diner in het Achilleionpaleis en de nachtelijke schermutseling daarna zijn bezwaren tegen de Belg naar voren gebracht en aangekondigd dat hij bleef vasthouden aan de kandidatuur van Sir Leon Brittan. Maar iedereen rekende er op dat in het eindspel - als Lubbers zich zou hebben teruggetrokken en de bij voorbaat kansloze Brittan ook van de lijst was geschrapt - de Britten uiteindelijk Dehaene wel zouden slikken. Maar het scenario klopte uiteindelijk niet.

Pag.5: Kohl en Major lijnrecht tegenover elkaar

Ook al had de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, onlangs nog in bedekte termen laten weten dat zijn land wel sterke voorkeuren had, maar niemand zou 'uitsluiten', op Korfoe bleken de zaken anders te liggen. Pijnlijk anders voor de bondskanselier van Duitsland, dat volgende maand de voorzittershamer in de Europese ministerraden overneemt. Kohl hoeft niet meer af te rekenen met Lubbers, maar staat nu plotseling recht tegenover Major.

'Major versterkt positie in eigen partij' koppen de populaire kranten vandaag in Groot-Brittannië. Zolang de Tory-leider met zijn Europese optreden dat binnenlandse effect bereikt, hoeft Kohl niet te rekenen op veel toegeeflijkheid van de Britse regeringsleider. En omdat Kohl ook een reputatie heeft hoog te houden van koppigheid, is nog lang niet duidelijk hoe er op 15 juli wel een oplossing uit de bus moet komen, als de regeringsleiders en het Franse staatshoofd voor een crisistop bijeenkomen in Brussel.

Kohl heeft in ieder geval al gezegd dat hij blijft vasthouden aan de uitslag op Korfoe: elf voor Dehaene - met het vertrek van Lubbers wordt Nederland bij het kamp van de Belgische premier gerekend - en één tegen Dehaene. Met andere woorden: Kohl blijft de kandidatuur van Dehaene promoten en wil niet accepteren dat Lubbers de Belg in zijn val heeft meegesleurd.

Dat de Europese Unie opnieuw in een diepe crisis is verzeild geraakt, is wel het minste wat men kan zeggen van de gebeurtenissen op Korfoe. Het meest verbijsterende daarbij is misschien nog wel dat de hele strijd zich tot dusver heeft toegespitst op personen en niet op argumenten. Lubbers moest gaan zonder dat hij klip en klaar van Kohl te horen heeft gekregen waarom hij het niet mocht worden. Er zijn vermoedens, maar als het op het noemen van harde argumenten aankomt, hult de bondskanselier zich in een hooghartig stilzwijgen. “Als ik voor een kandidaat ben, wil dat nog niet zeggen dat ik tegen de andere ben”, is het enige wat hij herhaalt. Wim Kok: “De bondskanselier heeft anders altijd veel te zeggen, maar hij was erg summier over wat hij tegen Lubbers heeft.”

Lubbers zelf heeft alleen een vermoeden: “Kohl heeft het me niet verteld, maar mijn inschatting is: na twaalf jaar in Europa ben je een beetje groot gegroeid. Dan ben je (in de ogen van Kohl) misschien wat vrijpostig om te zeggen wat je denkt.”

Het gebrek aan argumentatie geldt niet minder voor de opstelling van de Britten. Major zegt dat hij niets tegen Dehaene persoonlijk heeft en ook niets tegen diens nationaliteit. Het is “een principiële kwestie”. Dehaene heeft gewoon niet “de goede kwalificaties” om Delors op te volgen. Dehaene is “onaanvaardbaar” omdat hij de verpersoonlijking is van 'big gouvernment', van “een bemoeizuchtige overheid”. Wie we nodig hebben is iemand die 'ondernemerszin' heeft, die staat voor 'openheid' en 'subsidiariteit'.

Op zichzelf is dat natuurlijk geen verkeerde profielschets. Maar uit de mond van premier Major klinken dergelijke woorden toch altijd een beetje verdacht. Major laadt op zijn minst de verdenking op zich dat hij Dehaene in de eerste plaats opoffert uit eigenbelang. En natuurlijk om daarmee en passant het gezonde Britse wantrouwen tegen de Frans-Duitse as nog eens tot uiting te brengen.

Major zegt dat hij Dehaene al veel eerder vertrouwelijk heeft geïnformeerd dat Londen zijn kandidatuur niet zou slikken. Dehaene ontkent dat. Zo is de top op Korfoe ontaard in een ordinair welles-niets gevecht, waarbij de hoogst verantwoordelijke politieke leiders in Europa niet hebben nagelaten elkaar grote psychische schade toe te brengen. Kohl mag nu aan het werk om de brokstukken bij elkaar te rapen van de gemankeerde kandidatuur van Lubbers, die hij zelf heeft laten vallen. Over Lubbers was Major nooit gevallen.