Jammer

Mevrouw U met haar harde stem: “Morgen ga ik naar me zoon. Hij komt me halen. Hij is niet getrouwd.”

Mevrouw Em, zachtjes: “En dan gaat ze koken.”

Mevrouw U: “En dan ga ik koken.”

Mevrouw Em: “Sperzieboontjes.”

Mevrouw U: “Sperzieboontjes. Lekker hoor.”

Er is gebak, er hangen slingers en ballonnen en aan het kamerscherm bij het bed van meneer Van Ka, die ziek is, is een rood-wit-blauwe vlag bevestigd. We kijken met ons twaalven ongeveer.

Op zeker moment komt mevrouw U juichend overeind. We leggen uit dat het buitenspel was en bovendien de tegenpartij. Dat helpt. De rest van de wedstrijd staat ze vierkant achter Nederland. Maar het mooist zijn toch de tussenshots van de tribune. Wat een volk hè?

Mevrouw U: “Hitler is dood, we krijgen gelukkig geen oorlog meer.”

Mevrouw Em: “Dat waren de Duitsers, daar hadden wij niks mee te maken.”

Mevrouw U: “Hitler is dood.”(6x)

Mevrouw Em: “Daar hadden wij niks mee te maken.” (6x)

Na het doelpunt wordt mevrouw U somber. Ze vindt het jammer als Nederland verliest. Mevrouw Em: “Die anderen hebben net zo goed recht om te winnen!”

Na afloop begint mevrouw U (toch nog plotseling) te huilen. Eventjes maar. Dan: “Morgen ga ik naar me zoon. Hij komt me halen. Hij is niet getrouwd.” Mevrouw Em schudt haar hoofd en dat was Nederland-België in de huiskamer van Beukenburg.