Indonesische politie slaat betoging tegen persbreidel uit elkaar

JAKARTA, 27 JUNI. In de Indonesische hoofdstad Jakarta heeft het vreedzame protest tegen het verbod van drie tijdschriften vanmorgen een gewelddadige wending genomen toen militairen en de oproerpolitie met de lange lat inhakten op betogers.

Naar schatting driehonderd demonstranten, die hun ongenoegen uitten over het verschijningsverbod dat de spraakmakende weekbladen Tempo, Detik en Editor vorige week kregen opgelegd, waren opgetrokken naar het departement van informatie, de ambtszetel van de verantwoordelijke minister Harmoko. De betogers eisten luidkeels diens aftreden. Voor het ministerie had op dat moment een parade plaats door jongeren van de regeringspartij Golkar, die met bussen waren aangevoerd om juist hun steun te betuigen voor de persbreidel.

Veiligheidstroepen sloegen vervolgens met stokken in op de stoet van anti-regeringsbetogers. Volgens ooggetuigen kregen verscheidene demonstranten harde klappen terwijl ze weerloos op de grond lagen. Naar verluidt liepen enkele van hen letsel op, zoals gebroken benen en hoofdwonden, en werd een nog onbekend aantal ingerekend. Een andere stoet van zo'n 150 kunstenaars onder leiding van de populaire dichter Rendra had zich op het Onafhankelijkheidsplein verzameld, niet ver van Harmoko's departement. Zij werden eveneens met harde hand verspreid. Rendra en enkele anderen zouden voor verhoor zijn meegenomen naar het hoofdbureau van politie.

Sinds vorige week woensdag is in enkele grote Indonesische steden bijna onafgebroken gedemonstreerd door journalisten, studenten, kunstenaars en andere verontruste intellectuelen, tegen de sluiting van de weekbladen. Dit weekeinde kreeg minister Harmoko bijval van regeringsgezinde elementen. Zaterdag sprak de afdeling Jakarta van het Nationale Jeugdcomité, een officieel erkende massaorganisatie, in een verklaring steun uit voor het gewraakte besluit. Vijftig jongeren die zich 'De Jonge Generatie tegen een Liberale Pers' noemen doken diezelfde dag op voor het departement van informatie, waar ze het besluit van minister Harmoko toejuichten.

Het Indonesische leger (ABRI) lijkt verdeeld over het verbod. Een woordvoerder, generaal Syarwan Hamid, noemde “uitingen van bezorgdheid” over het sluiten van de bladen geoorloofd, zolang ze “niet gepaard gaan met vernielingen en beledigingen”.

Generaal b.d. Nasution (75), die geldt als de schepper van ABRI en nog steeds groot gezag heeft in legerkringen, veroordeelde het verbod als in strijd met de in de grondwet van 1945 gegarandeerde vrijheid van meningsuiting. Nasution gaat al jaren door voor een dissident.

Dat geldt niet voor generaal b.d. Harsudiyono Hartas, tot vorig jaar hoofd van de machtige sociaal-politieke afdeling van ABRI en nu lid van de Hoge Adviesraad, een staatscollege dat officieel dezelfde status heeft als het staatshoofd. Hartas gaf gisteren via het dagblad Indonesian Observer zijn mening: “Het verbod heeft meer problemen gecreëerd dan opgelost. Journalisten die fouten maken, moeten voor de rechter worden gedaagd. Hun kranten sluiten is broodroof. We hebben al genoeg problemen; dit verhit de gemoederen in de samenleving.” Hartas kwam vorig jaar in het nieuws toen hij collega-generaal Try Sutrisno - naar verluidt tot ongenoegen van president Soeharto - voordroeg voor het vice-presidentschap en zijn zin kreeg.