Een scheet van vier meter breed in een circustent

Vies Liesje door Theater Artemis en Teneeter, vanaf 6 jaar. Libretto en regie: Dirk Opstaele. Compositie: Marcel Andriessen, Wim Konink en Craig Weston. Spel: Agnes Bergmeijer, Rob Beumer e.a. Gezien: 26/6, Westergasfabriek Amsterdam. Aldaar nog 27/6. Tournee t/m 30/8. Inl 06-52969930.

De jeugdtheatergezelschappen Artemis (Den Bosch) en Teneeter (Nijmegen) hebben het initiatief genomen voor een gemeenschappelijk zomerproject, wat heeft geleid tot een opwindend spektakel voor jong en oud in een vrolijke blauwe circustent. Vies Liesje heet de productie, waarvoor de Vlaamse theatermaker Dirk Opstaele zich liet inspireren door vieze kinderliedjes. Tien acteurs en twee percussionisten roepen een raadselachtige, bizarre wereld op, waarin als in het kinderlied de regels primair bepaald worden door ritme en beweging. In hun orkestbak bewerken de muzikanten een enorme verzameling slag- en ritselwerk, terwijl op de speelvloer het volkje klappend, stampend, scanderend, grommend en sissend in de weer lijkt met één groot bezweringsritueel. Nu eens gebeurt dat met z'n tienen, dan weer in groepjes of individueel, snel wisselend van tempo en intensiteit, soms in grote saamhorigheid, soms dwars tegen de keer in.

Naarmate de voorstelling vordert maken zich steeds meer tekstflarden los uit de op en neer deinende geluidsmassa. Hier vangen we 'een scheet van vier meter breed' op, dan zoiets als 'kom biljarten onder mijn rokje met je stokje' of 'vitamine c, de meisjes hebben een snee'. Het is of het vieze-liedjesboek te snel wordt doorgebladerd: soms krijgen we even een glimp te zien. De betrekkelijke verstaanbaarheid irriteert, maar misschien moeten bepaalde stukken van de kinderwereld ook maar verborgen blijven binnen het domein waar ze thuis horen.

De figuren op het toneel zijn gehuld in schitterende, groteske pakken, waarmee ze karikaturen neerzetten van het gezag dat in het kinderlied zo vaak voor aap wordt gezet. Zo zien we een generaal met meters brede schouderpartij, een wulpse dame met overmatig voor- en achterwerk, een geleerde met punthoofd en een onder zijn eigen medemenselijkheid gebukt gaande geestelijke. Een hele verzameling mafkezen draaft in een perfecte choreografie af en aan, als marionetten in de kast of figuren uit een bewegend stripverhaal. Tussen hen in steelt een allerliefste hond met een bol kontje en een uitdrukking van voortdurende verbazing op zijn snuit de show. De viervoetige anarchist straalt van flapoor tot flapoor, wanneer ten slotte in een grootse groepsbevalling een nieuw Vies Liesje het licht ziet. En het publiek verheugt zich met hem: zolang er autoriteiten rond marcheren zal ze, zij het in zich wijzigende vormen, steeds opnieuw geboren worden.