'De Franse soldaten komen ons redden'

CYANGUGU, 27 JUNI. “Viva La France, OK”, staat geklad op een muur in het stadje Cyangugu in de Middenafrikaanse staat Rwanda. Franse vlaggetjes wapperen aan de antennes van auto's. Het was een groot feest toen de Franse militairen donderdag dit stadje aan de Zaïrese grens binnentrokken. “De Fransen komen ons redden van het ongedierte”, zegt een breed glimlachende man van middelbare leeftijd. Het is een Hutu. 'Ongedierte' is de term die in de propaganda van de slechts uit Hutu-ministers bestaande interim-regering wordt gebruikt voor de Tutsi-rebellen van het Rwandese Patriottische Front (RPF). “De Fransen komen ons redden van de Hutu-moordenaars”, meent daarentegen een vluchteling in een kamp tien kilometer van Cyangugu. Het is een Tutsi.

De Franse militair André Colin staart over de heuvels en valleien. Tussen de thee- en bananenplantages ligt het vluchtelingenkamp Nyarushishi waar ongeveer zevenduizend Tutsi's verblijven. Iets beneden hem op de heuvel zetten Rwandese regeringssoldaten flesjes bier aan hun mond. “We kunnen met hen samenwerken”, zegt André Colin doelend op laatstgenoemden, “we coördineren onze acties met hen.” Is het niet vreemd dat de Fransen samenwerken met juist degenen die door de Tutsi's beschuldigd worden van medeplichtigheid aan de massamoorden? “Het Rwandese leger verblijft hier bij de Tutsi-vluchtelingen want Rwanda is hun land”, antwoordt Colin.

Aan de voet van de heuvel zit Martin K. voor zijn plastic tent die hij kreeg van het Internationale Rode Kruis. Hij woonde hier twee kilometer vandaan totdat de Hutu-milities kwamen, zijn hele familie uitmoordden, behalve zijn vrouw en één kind, en vervolgens zijn woning vernietigden. “De milities bleven ons achtervolgen, ook toen we hier al in dit kamp zaten”, vertelt hij. Hij wijst naar de heuveltoppen. “Kijk, daar en daar en daar hielden zich iedere dag Hutu-milities op. Vier keer kwamen zij het kamp binnen en haalden Tutsi's weg die we nooit meer terugzagen. De regeringssoldaten kwamen nooit in actie tegen deze milities.”

Het sterke Zaïrese bier zet de soldaten van het Rwandese regeringsleger aan het praten. Zeshonderd soldaten bevinden zich in de omgeving om de Tutsi-vluchtelingen te beschermen, vertellen ze. Vijftig Franse soldaten waken eveneens over de ontheemden. “We beschermen hen tegen de Hutu-milities”, zegt een Rwandese soldaat. “Nee, we beschermen hen tegen woedende burgers”, valt een ander hem in de rede. “We vechten tegen het RPF, deze vluchtelingen zijn niet onze vijanden.”

Pag.4: Nog grote angst onder Tutsi's

De Tutsi-vluchtelingen zeggen allemaal hetzelfde over de rol die de paramilitaire politie speelde bij hun bescherming. Terwijl de regeringssoldaten niet reageerden als de Hutu-milities het kamp binnendrongen, probeerde de politie de aanvallers te verdrijven. Met risico voor hun eigen leven verdedigden politieagenten Tutsi-landgenoten tegen de Hutu-milities en extremisten in het regeringsleger.

Kinderen zwijgen onmiddellijk als regeringssoldaten naderen. Ouderen tonen zich angstig om met buitenstaanders te praten en, als zij dit al doen, willen de meesten hun naam niet genoemd zien. “De regeringssoldaten verbieden ons met journalisten te praten”, vertellen ze. “Ze zeggen: wat zich in dit kamp heeft afgespeeld gaat alleen de Rwandezen aan, niet de buitenlanders.”

Grote angst heerst nog steeds onder de Tutsi's in het kamp, maar de komst van de Fransen heeft hun weer hoop gegeven het Rwandese drama te overleven. “Eindelijk heb ik weer een nacht rustig kunnen slapen”, verzucht de 26-jarige James D. “Als de Fransen hier blijven, dan zal ik leven. Maar blijven de Fransen werkelijk, kunt u mij dat vertellen? Waar moeten wij Tutsi's naar toe als ze vertrekken en ons achterlaten met de moordenaars?”

In de ochtendkilte houden twee priesters op zondagmorgen op een groen grasveld een mis bij het vluchtelingenkamp, de eerste kerkdienst sinds vele weken voor de Tutsi's. Koeien en schapen lijken op het plechtige gezang af te komen. Een handjevol Franse soldaten houdt met de rug naar de gemeente en het geweer in de aanslag de wacht. Een Franse militair tuurt door zijn verrekijker naar de heuveltoppen. Een wit laken is over de tafel gespannen door de in lange gewaden gestoken priesters. Het zijn Hutu's. “Misschien denken jullie dat God niet meer bestaat na al deze moordpartijen”, spreekt één van de geestelijken de menigte van ongeveer tweeduizend mensen toe. “Maar zij die in God geloven, zullen troost vinden. Met de liefde en de moed die Hij ons geeft, kunnen we overleven.”

Tien kilometer van het Tutsi-kamp in Cyangugu vinden ook de Hutu's bemoediging in de komst van de Fransen. Toen de Fransen binnenkwamen, stonden zij jubelend langs de weg. Ook de Hutu-milities juichten hen toen, vertelt een hulpverlener. Vele Hutu's in het stadje hopen dat de Fransen komen vechten aan de zijde van het regeringsleger. “De Fransen moeten de RPF-militairen terugdrijven naar Oeganda waar zij vandaan komen”, zegt winkelier Jean Katanga. “Anders zal het RPF doorstoten naar Cyangugu en alle Hutu's uitmoorden.”

In de door de politieke leiders aangewakkerde etnische waanzin in Rwanda maakt een groot deel van de bevolking geen onderscheid meer tussen partijen en bevolkingsgroepen. “Om tegen het RPF te strijden, moeten we tegen àlle Tutsi's vechten”, verklaart de 32-jarige Paul Rumumba. Een ander valt hem bij: “De Tutsi's in het vluchtelingenkamp zijn schuldig. Zij wisten van de RPF-plannen om president Habyarimana te vermoorden. Alle Tutsi's wisten er van af en dus zijn alle Tutsi's schuldig.”

Bij de grenspost van Cyangugu hangt op het kantoortje van de Rwandese douane een pamflet van 'de intellectuelen van Bukavu', het Zaïrese stadje aan de andere kant van de grens. “De Tutsi's willen een Tutsi-rijk stichten in het gebied van de Grote Meren”, staat er geschreven. “We zijn moe van de Tutsi's die het bloed van de Hutu's en andere Bantu's willen drinken. We kennen de Tutsi-vampiers, kijk maar eens naar wat ze in Rwanda en Burundi hebben gedaan.”

Een regeringsambtenaar zegt volmondig in te stemmen met de inhoud van het pamflet. “Dat is het logische gevolg als het RPF ons Hutu's komt uitmoorden”, verklaart hij. “Daarom moeten we tegen alle Tutsi's vechten en daarom ben ik blij dat de Fransen ons zijn komen helpen.”