Belgen gaan op de counter naar de overwinningsroes

ANTWERPEN, 27 JUNI. Voor de wedstrijd blijven ze onopgemerkt, na afloop vieren ze uitbundig feest. Het karakter van de Belgische supporters lijkt aardig op dat van hun nationale voetbalhelden. Als Enzo Scifo de middenlijn passeert in Orlando, valt er een luid gejuich te horen op de Grote Markt van Antwerpen. De Belg kruipt uit zijn schulp en gaat op de counter naar de overwinningsroes.

Na het laatste fluitsignaal van arbiter Marsiglia breekt er een waar volksfeest los in de Belgische havenstad. Voor het stadhuis beklimt een lenige jongen onder ovationeel applaus het hoge standbeeld. “Als Brabo het maar houdt”, zegt de commissaris die de orde moet handhaven. “Maar dat laatste lukt nog niet zo best, zoals je ziet.” De commissaris met vlinderstrik kijkt vertwijfeld naar boven, het beeld wankelt maar valt niet om. “Brabo is de trots van Antwerpen. De legende zegt dat hij de hand wegwerpt van de mensen die geen tol hebben betaald in de haven.”

De commissaris heeft vertrouwen in een rustige afloop. Na de zege op Marokko gingen beschonken Belgen op de vuist met teleurgestelde gastarbeiders. Tijdens de 117de aflevering van de Derby der Lage Landen heerst een vrolijke, geen agressieve stemming. Boegeroep klinkt op, als een donkere speler balbezit heeft. Een paar jongetjes ontkennen dat het met zijn huidskleur te maken heeft. Hij heeft een oranje broek aan, vandaar. Hollanders zijn geen gastarbeiders, want Hollanders zijn kaaskoppen. En die moeten het ontgelden na negentig minuten voetbal. “Wat zijn die Kezen stil”, klinkt het tot diep in de nacht.

Op dezelfde wijze worden de Duitsers maar al te vaak door Nederlanders toegezongen. De grote broer is blijkbaar niet geliefd. Of hij de kleine broer nu vijf jaar bezet heeft, of vierhonderd jaar onderdrukt, de grote broer heeft het voor altijd verbruid. De Duitsers zouden arrogante bierbuiken zijn, de Nederlanders gaan door voor gierige diknekken. Met dit verschil dat de Belg minder haatdragend is tegenover de Hollander dan de Nederlander tegenover de Duitser. Van een bevrijding is deze keer geen sprake. Leedvermaak om zoveel misplaatste arrogantie, dat hebben ze in Antwerpen.

De negatieve gevoelens steken de kop op bij een onderlinge voetbalstrijd. In de jaren zeventig maakte de generatie van Cruijff en Neeskens de dienst uit, kregen de Belgische spelers geen voet aan de grond. Sinds de jaren tachtig is Oranje minder dominant. 'De grootheidswaan is uitgeblust', dicht een Vlaamse zanger voor de wedstrijd. 'We are the Champions', klinkt het na afloop op de Grote Markt. De Nederlandse en Belgische supporters hebben één ding gemeen: hun hang naar Engelstalige liederen.

'Belgium wins de Wereld Cup', zingen de tienduizenden in koor. Een schier eindeloze stoet auto's rijdt over de Scheldekade. De nationale driekleur zwaait uit het raam. Een verscheurde natie juicht eensgezind, wanneer een gezamenlijke vijand opdoemt. De Vlaams-Waalse problemen verdwijnen naar de achtergrond. “Die verschillen worden door de pers opgeblazen”, verklaart een politieagent. “Als ik op vakantie naar de Ardennen ga, is de Waal blij dat ik kom.”

De toeristenindustrie verbroedert, zou je zeggen. Maar een oudere man houdt er de volgende morgen op de Vogeltjesmarkt een heel andere mening op na. “Een Waal is veel anders, veel chauvinistischer. Een Vlaming is een lamme goedzak. En jullie gedragen je als Übermenschen, net als de Fransen.”, zegt de rondborstige autohandelaar. “Als je met een Hollander zaken doet, moet je altijd extra oppassen. Ze zijn zo link als de pest. Het zijn allemaal gejatte wagens die ze verkopen.”

Zijn tafelgenoot weet de negatieve gevoelens te relativeren. “Wij hebben de kennis, maar jullie weten het aan de man te brengen. Als je in een ver land komt, zie je uitsluitend Nederlandse produkten. Normaal zijn jullie iets vlugger bij de bal, zeg ik altijd maar. Behalve gisteravond dan.” Er klinkt gelach over het terras. “Het maakt ons niet uit of Nederland van Marokko wint. De schoonste lol hebben we al gehad.” De autohandelaar is het niet met hem eens. “Jullie staan volgende week weer op Schiphol.”

Hij gaat er eens goed voor zitten. “Jullie bier is het slechtste dat er bestaat. En je krijgt in Holland altijd van die limonadeglaasjes. Wat kent een Hollander nu voor talen? Holland is helemaal niks, van geen kanten. Naar Amsterdam ga ik ook nooit meer. Een vieze stad. Alleen de seksclubs, dat hebben jullie beter voor mekaar.” Hij kijkt triomfantelijk over zijn reusachtige bierbuik. “Heb ik iets fout gezegd?”

Ondertussen stroomt de Vogeltjesmarkt vol. Veel Belgen lezen al wandelend de zondagskrant. 'We gaan door', 'Michel bedankt', 'Duivels winnen'. Sommigen dragen een T-shirt: België-Nederland 1-0. De enkele oranje feestneus die de vorige avond nog te bezichtigen was, heeft zijn favoriete kleur voorlopig afgezworen. Een kroegbaas houdt er een eigen filosofie op na: “Niettegenstaande alles hebben we graag dat jullie hier naar toe komen.”