Banken verliezen miljard op obligaties

ROTTERDAM, 27 JUNI. De Nederlandse banken hebben in het bijna verstreken eerste halfjaar een verlies op hun portefeuille obligaties geleden van “een goeie miljard gulden”. Deze schatting van de verliezen als gevolg van de heftige rentefluctuaties van de laatste maanden maakt dr. J. Koelewijn, beleggingsanalist bij de zakenbank MeesPierson, in een reactie op nieuwe cijfers van De Nederlandsche Bank over de obligatieportefeuille van de banken.

Uit het gisteren verschenen kwartaalbericht van de centrale bank blijkt dat de banken in de eerste drie maanden van dit jaar hun handelsportefeuille obligaties met meer dan 40 procent hebben uitgebreid tot ruim 20 miljard gulden, het hoogste niveau in twee jaar. Eind 1993 hadden de banken een portefeuille van bijna 15 miljard gulden.

Koelewijn leidt uit de stijging van het obligatiebezit af dat de banken er in januari nog op hebben gespeculeerd dat de rentedaling van de maanden daarvoor verder zou doorzetten. Met het oog daarop sloegen zij massaal aan het kopen van obligaties, omdat er bij een rentedaling aantrekkelijke koerswinsten konden worden behaald. In de loop van februari bleek dat de banken een misrekening hadden gemaakt omdat de rente ging stijgen.

Als gevolg van de stijgende rente dalen de koersen van de obligaties. Deze koersdaling is nog niet tot stilstand gekomen. De banken moeten de waardedaling van de obligaties in hun handelsportefeuille rechtstreeks in de resultaten over het eerste halfjaar tot uitdrukking brengen.

Bij de publicatie een paar weken geleden van de kwartaalcijfers van verzekerbank ING bleek het negatieve effect van de rentestijging al. De bankdochter van ING leed de eerste drie maanden een verlies op haar handel in obligaties van Zuidamerikaanse landen van 271 miljoen gulden. Dit verlies heeft ten dele een boekhoudkundig karakter omdat de bulk van de obligaties niet verkocht is.

Beleggingsanalist Koelewijn van MeesPierson ziet overigens ook voordelen voor de banken van de scherp gestegen rente. Het voor de banken essentiële verschil tussen de rente die zij spaarders betalen en de rente die zij hun kredietnemers berekenen neemt door de rentestijging namelijk toe. De banken hebben hierop de laatste maanden al intensief ingespeeld door de groei van langlopende kredieten (met een hoge rente) te financieren met kortlopend geld van spaarders en beleggers waarop zij een veel lagere rente vergoeden. Tweederde van de inkomsten van de banken bestaan grosso modo uit deze rentemarge.

Nervositeit onder beleggers over de gevolgen van de rentestijging speelt de aandelenkoersen van ABN Amro en ING al maanden parten. De aandelen van twee financiële instellingen behoren tot de tien grootste koersdalers tot nu toe dit jaar op de effectenbeurs. De derde grote bank, de Rabobank, heeft van het beurssentiment geen last, omdat zij niet beursgenoteerd is.