ARTHUR ARNOLD OVER Staand cellospelen

De Arnold StandArt en de Cello-Disc zijn te bestellen via de detailhandel voor strijkinstrumenten, de Cello-Disc ook bij Galerie Ra, Vijzelstraat 80, Amsterdam.

“Het staand bespelen van een cello heeft twee grote voordelen boven de gebruikelijke zittende houding. Om te beginnen heeft het instrument een grotere klankopbrengst omdat het minder wordt afgedempt door de kleren en de benen. Het geluid kan beter weg. Daarnaast blijkt uit mijn ervaring en die van andere cellisten, dat je veel vrijer kunt spelen als je staat. Je kunt je armen beter ontspannen. Als je zit, zijn de spieren in je dijbeen gespannen en dat heeft weer invloed op je armspieren. Dat geldt vooral voor kinderen; die staan veel liever dan dat ze zitten.”

Arthur Arnold is cellist en uitvinder van de 'Arnold StandArt' voor cello's, een opvouwbare driepoot waarmee men een cello staande kan bespelen. Hij vroeg patent aan op zijn vinding, die wordt vervaardigd door de firma Wolf in Amsterdam, bekend van schouder- en kinsteunen voor violen en altviolen. Behalve de driepoot is er sinds kort nog een gadget op de markt om het cellospelen te vergemakkelijken. Het probleem van de wegglijdende cellopin inspireerde Ruud Jan Kokke tot de 'Cello-Disc'. De celloschijf bestaat uit een messing huls waarin de cellopunt met een vleugelmoer vastgezet wordt. Dankzij een kogelgewricht kan de punt vrij bewegen op een schijf van roestvrij staal met daaronder een stroeve rubberen ring die niet weg kan glijden. Anders dan Arnolds driepoot, verandert de Cello-Disc natuurlijk niets aan de klank of de speelwijze van het instrument.

Arnold over de geschiedenis van steunpin: “Eeuwenlang knelden cellospelers hun instrument tussen de benen. Het werd ook wel met een band om de hals gedragen, bijvoorbeeld tijdens processies. Bij sommige oudere cello's tref je nog wel eens een gat aan in het achterblad waarmee het instrument aan de draagband werd bevestigd. De metalen pen is een uitvinding van de Belgische cellist Adrien François Servais die leefde in de eerste helft van vorige eeuw. Servais kreeg het idee voor de steunpin toen hij zo dik was geworden dat hij zijn cello niet meer op eigen kracht kon ondersteunen.

“De Franse cellist Paul Tortellier bedacht een variant op de pin van Servais. Zijn pin maakt een knik; het uiteinde staat loodrecht op de vloer. Loopt de pin gewoon rechtdoor, dan creëer je een hefboomwerking die door de Tortellier-pin gedeeltelijk wordt opgeheven. Het gewicht van de cello drukt dan minder zwaar op de bespeler. Een nadeel van de pin van Tortellier is dat het instrument niet langer om zijn as draait, maar een cirkelbeweging maakt over je knieën. Dat maakt het spel wat onstabieler.

“Grote cellisten reageren erg enthousiast op mijn standaard. Mischa Maisky was zo opgetogen over de rijkere en grotere toon, dat hij onmiddellijk een exemplaar heeft besteld. Ook Yo-Yo Ma reageerde ook heel positief. Hij zei dat hij al langer staand speelde, bijvoorbeeld tijdens masterclasses. Hij buigt zich over de cello heen. Meer cellisten doen dat, maar het is geen houding die je lang volhoudt.

“Ik verwacht niet dat mijn uitvinding een revolutie in de uitvoeringspraktijk teweeg zal brengen. Dankzij de cellostandaard kun je als cellist nu kiezen of je wilt zitten of staan, net als een violist. Solisten kunnen gaan staan, maar in een symfonieorkest zullen de cellisten blijven zitten, net als de andere strijkers. Kamermuziek leent zich goed om staand te spelen. Met het strijkkwartet waarin ik speel, staan we allemaal. Waarom? Er komt een ondefinieerbaar gevoel van kracht en expressie in je spel als je staat. Violisten weten dat al eeuwen.”