ABRIKOZEN MET BLANKE PIT

Eet verse abrikozen voortaan met een notekraker op zak. De pit van de abrikoos bevat een verrukkelijk roomblank nootje dat qua smaak en textuur te vergelijken is met een verse amandel. Een delicatesse. De cijferaars onder ons zullen al snel de rekensom maken dat abrikozen in dat geval de bargain onder de dure vruchten zijn. Verse abrikozen kun je in Nederland het best in Turkse of Marokkaanse winkels kopen waar ze voor de spotprijs van 2 gulden per pond worden aangeboden. Voor die prijs kun je nog eens wat potten vullen met jam van deze heerlijke vruchten, waarbij de nootjes van de abrikozen ook in de pot gaan. In dit recept wordt de jam gemaakt zonder toevoeging van water, waardoor de kooktijd wordt bekort en de vruchten intact blijven.

Voor 2 potten van 2,5 deciliter inhoud:

560 gram verse abrikozen (500 gram netto)

375 gram suiker

Halveer de abrikozen overlangs, neem de pitten eruit en snijd de vruchthelften in twee partjes. Leg de partjes (snijkant boven) laag om laag met wat suiker in een ruime glazen kom en dek de bovenste laag vruchten af met de resterende suiker. Laat de schaal, afgedekt met folie, een dag staan op een koele plaats zodat de suiker onder invloed van de vruchtesappen kan smelten. Kraak voorzichtig de abrikozepitten en haal de twee tegen elkaar gedrukte nootjes uit de pit. Blancheer de nootjes 3-5 minuten in kokend water, spoel ze koud en verwijder de bruine vliesjes. Wrijf de blanke nootjes tussen de vingers zodat ze in twee helften uiteen vallen. (In de regel levert iedere abrikozepit vier halve nootjes op.) Bewaar de nootjes afgedekt met folie zodat ze niet uitdrogen. Doe de vruchten met de gesmolten suiker over in een ruime pan met dikke bodem; schraap de naar de bodem gezakte ongesmolten suiker met een pannelikker uit de kom zodat alle suiker wordt gebruikt. Verwarm het geheel voorzichtig roerend op laag vuur tot de resterende suikerkristallen zijn gesmolten. Draai het vuur iets hoger en breng alles aan de kook. Laat vruchten en siroop circa 10 minuten zachtjes koken en schuim het oppervlak continu af met een schuimspaan. Doe het afschuimsel over in een fijnmazige bolzeef en vang de uitlekkende suikersiroop op; voeg dit weer toe aan de pan. Wanneer de jam helder wordt en er weinig of geen damp meer van de pan afslaat is hij goed van consistentie. De suikersiroop loopt dan vrij traag in druppels (en niet meer in een dun straaltje) van de verticaal gehouden schuimspaan af en slechts op één plek. Een andere manier om de juiste dikte van de siroop gemakkelijk te bepalen is met de wijsvinger een beetje suikersiroop van de schuimspaan af te nemen en de duim heel even tegen de wijsvinger te drukken. Tussen duim en wijsvinger moet de siroop als het ware een draad trekken. Neem de jam van het vuur, roer de blanke nootjes van de abrikozepitten erdoor en laat het geheel iets afkoelen alvorens de jam in potten te doen. Kook nooit meer dan een kilogram vruchten tegelijk tot jam. Bij grotere hoeveelheden wordt de kooktijd te lang en dat doet afbreuk aan de smaak van de vruchten.

P.s. Ik heb laatst verse abrikozen bij de Grootgrutter gezien.

grof paneermeel