Zotel is antwoord op commercialisering van gezondheidszorg; 'Vol pension' voor patiënten Zorghotel

In het Streekziekenhuis Midden-Twente is deze maand het zorghotel of Zotel in gebruik genomen: een aan het ziekenhuis gekoppeld hotel voor patiënten die slechts minimale zorg nodig hebben.

HENGELO, 25 JUNI. Twee dagen geleden werd mevrouw Mastwijk geopereerd. De ingreep zou haar gewoonlijk drie of vier dagen ziekenhuis hebben gekost. “Vreselijk”, zegt ze, “de hele dag die drukte om je heen.” Dit keer hoefde ze slechts een dag 'op zaal' te blijven, daarna mocht ze verhuizen naar het Zotel, de speciale vleugel in het ziekenhuis. Daar geniet ze nu met drie eveneens pas geopereerde medepatiëntes in 'de lounge' van een door een hostess geserveerd kopje cappuccino. “Heerlijk is het hier”, zegt ze tevreden, “niets herinnert aan een ziekenhuis.” Een van de andere vrouwen vult aan: “Je voelt je geen patiënt meer, je bent hier echt gast.”

Als ze daar behoefte aan hebben kunnen de dames zich terugtrekken op hun eigen kamers, waar ze de beschikking hebben over radio, tv, telefoon, ligbad en minibar. Ze mogen daar ook visite ontvangen, eventueel kan er zelfs iemand blijven slapen. Tegen betaling van 75 gulden, 'vol pension' wel te verstaan.

De kosten van de patiëntes zelf worden voldaan door hun verzekeringsmaatschappijen, of ze nu particulier of ziekenfonds verzekerd zijn. Tweehonderd gulden per dag kost het Zotel. Een vergelijkbaar midden-klasse hotel is goedkoper, maar een ziekenhuisdag kost aanzienlijk meer: 650 gulden per dag.

Dat is ook precies de reden om het Zotel op te richten, vertelt A.H. Hilbers, directeur beheer van het Streekziekenhuis Midden-Twente (SMT) en bestuurslid van de Stichting SMT Services, de speciaal opgerichte 'commerciële poot' van het ziekenhuis, die het Zotel beheert. “We zijn constant op zoek naar nieuwe dingen om de kosten in de gezondheidszorg omlaag te brengen. Dit Zotel is er een van.” Het zorghotel moet patiënten die eigenlijk nauwelijks medische zorg nodig hebben uit de veel te dure ziekenhuisbedden halen. Het gaat om mensen als mevrouw Mastwijk die na een operatie nog slechts 'wondverzorging' nodig hebben, patiënten die vanwege observatie enkele dagen moeten worden opgenomen, of die bijvoorbeeld wachten op opname in een verzorgingshuis. De norm voor 'opname' in het Zotel is maximaal een half uur medische zorg per dag. Die wordt overdag verleend door een op de afdeling aanwezige verpleegkundige, 's avonds en in noodgevallen kunnen de patiënten terugvallen op het ziekenhuis en zijn specialisten. Ook het eten in het Zotel komt uit de keuken van het streekziekenhuis.

Het zorghotel heeft achttien kamers en het functioneert voorlopig experimenteel. Als het na twee jaar succesvol blijkt kan er nog een vleugel van het ziekenhuis worden bijgetrokken. Het initiatief wordt gesteund door het ziekenfonds Oost-Nederland, maar heeft tevens warme belangstelling van de particuliere ziektekostenverzekeraars. Het ziekenfonds moet vooralsnog geld bijleggen voor haar verzekerden die gebruik maken van het Zotel, omdat de ingewikkelde structuur van de Nederlandse ziekenzorg deze vorm van zorg voor fondspatienten nog niet toestaat. Voor de particuliere ziektekostenverzekeraars is de som echter eenvoudig, rekent Hilbers voor. Men gaat ervan uit dat 6 dagen ziekenhuis vervangen kunnen worden door 4 dagen ziekenhuis en 3 dagen Zotel. Per patiënt levert dat een besparing van 700 gulden op. Dat men een dag langer kwijt is aan de nieuwe zorg komt volgens Hilbers niet omdat de Zotel-patiënt slechter af is, maar omdat patiënten tegenwoordig juist vanwege de hoge kosten “erg abrupt” uit een ziekenhuis ontslagen worden en dat in het nieuwe geval niet meer hoeft.

Volgens Hilbers is het Zotel, uniek in Nederland, een logisch antwoord van de gevestigde medische instellingen op de commercialisering van de gezondheidzorg. “We proberen hierdoor allereerst de ziekenhuiscapaciteit beter te benutten en wachtlijsten en wachttijden te bestrijden. Maar als ziekenhuizen moeten we ons ook realiseren dat ons produkt concurrerend moet zijn. Zo weerhouden we wellicht cliënten en verzekeraars ervan om naar elders gaan”, stelt hij, doelend op de privé-klinieken die in Nederland steeds meer mogelijkheden tot ontplooiing krijgen.