VN maken aanmaak gifgas door Irak moeilijk

NEW YORK, 25 JUNI. “Nu er nog sancties tegen Irak zijn moeten we alle tijd benutten om zeker te stellen dat er geen nieuwe chemische wapens worden aangemaakt.” Dat zegt de Nederlandse overste Cees Wolterbeek, die enkele dagen geleden uit Irak is teruggekeerd op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties. “We hebben met succes de gigantische voorraden zenuw- en mosterdgas vernietigd en ook de halffabrikaten. Nu komt het erop aan om toezicht te houden op fabrieken, machines en grondstoffen”.

In Irak was Wolterbeek meer dan een jaar chef-inspecteur van de vernietiging van chemische wapens. Nu moet hij met een kleine staf in Irak zodanige maatregelen nemen dat de aanmaak van gifgas in de toekomst uiterst moeilijk zal worden. “De medewerking is de laatste maanden veel verbeterd, want de Irakezen willen een premie krijgen op hun goede gedrag. Er is voor hen nog maar één doel: zorgen dat de sancties worden opgeheven”, zegt Wolterbeek.

“Sinds een groot team van de Verenigde Naties samen met 300 Irakezen anderhalf jaar geleden in de woestijn van Muthanna begon met de opruiming van de voorraden chemische wapens zijn 23.000 bommen en granaten onschadelijk gemaakt. Daarnaast is 100 ton zenuwgas chemisch bewerkt en afgebroken en 500 ton mosterdgas verbrand. Ook hebben teams van de VN samen met Iraakse militairen 250 ton halffabrikaten vernietigd en 2.200 ton chemicaliën die voor de aanmaak van gifgassen worden gebruikt. Fabrieken zijn ontmanteld, sommige chemische installaties afgebroken en afvalstoffen in grote bunkers opgeborgen. De bunkers zijn nu afgesloten met gewapend beton en op het terrein hebben internationale firma's monsters genomen waaruit blijkt dat de woestijn nagenoeg schoon is. Wat de regering heeft opgegeven aan voorraden is volgens de VN nu vernietigd.

Bij het opruimen van de giftige stoffen zijn weinig ongelukken gebeurd. Wolterbeek weet dat er aan Iraakse zijde enkele doden zijn gevallen “maar daar gaan ze nu eenmaal wat gemakkelijker naar Allah”. Officieel zegt de Iraakse regering dat niemand is omgekomen.

In de tweede fase van deze VN-operatie willen de speciale teams kunnen nagaan wat er precies in de chemische fabrieken gebeurt. Machines die èn voor de aanmaak van chemische wapens geschikt zijn èn voor het produceren van bij voorbeeld landbouwbestrijdingsmiddelen worden in de komende maanden van ponsplaten voorzien en in kaart gebracht. Ook zullen alle chemische produkten die gebruikt kunnen worden voor de aanmaak van chemische wapens worden geregistreerd. Wolterbeek zegt dat in het verleden veel firma's uit West-Europa, Nederland niet uitgesloten, aan Irak produkten hebben geleverd die voor de aanmaak van wapens konden dienen.

Met de registratie hopen de VN een beter inzicht te krijgen waar geproduceerd wordt. Met verrassingsbezoeken willen de teams nagaan wat er met de grondstoffen gebeurt. Bij fabrieken zullen de monitors van de VN snuffelpalen opstellen, zodat luchtmonsters kunnen worden genomen. Met satellietfoto's en observaties vanuit helikopters kan worden nagegaan of chemische complexen worden uitgebreid of aangepast voor andere chemische processen dan waarvoor ze eerst dienden.

Overste Wolterbeek heeft goede hoop dat door het volgen van de produktie de aanmaak van nieuwe gifgassen niet gemakkelijk zal worden. De teams van de VN (60 man sterk) hebben in twee jaar tijd geholpen om fabrieken enopslagplaatsen van voorraden te ontmantelen, waarin Irak voor 500 miljoen dollar had geïnvesteerd. “Zo'n complex bouw je niet weer snel op, zeker niet nu de leveranciers gewaarschuwd zijn en we de mogelijkheid hebben om goed na te gaan wat er in die chemische complexen gebeurt.”

Wolterbeek is ervan overtuigd dat het grootste gedeelte van de chemische wapens in Irak uit de weg is geruimd. “Misschien zijn er nog kleine hoeveelheden ondergronds achtergebleven, maar door grotere controle uit te oefenen zal het moeilijk zijn voor Irak om nieuwe munitie aan te maken”, zegt hij.

De inspectieteams van de Verenigde Naties krijgen alle medewerking om de chemische installaties in kaart te brengen, invoer van grondstoffen en computers te registreren en delen van oude chemische fabrieken aan inspectie te onderwerpen en te fotograferen. Op 15 juli zal de Veiligheidsraad opnieuw beslissen in hoeverre de sancties tegen Irak van kracht blijven. “Zolang die bestaan”, zegt Wolterbeek, “kunnen wij ons karwei afmaken. Na het opheffen van sancties kan het natuurlijk een heel ander verhaal zijn”.