Verkiezingen in de Oekraïne wijzigen machtsverdeling niet

De Oekraïeners kiezen zondag een nieuwe president - en misschien kiezen ze de oude wel: Leonid Kravtsjoek is bij de verkiezingen weliswaar niet de grote favoriet, maar kansloos is hij ook niet.

Kravtsjoek, ooit de nummer twee van de Oekraïense communistische partij, heeft heel wat meer moeite de kiezers van zijn merites te overtuigen dan drie jaar geleden, toen hij op een nationalistisch programma tot eerste president van de nieuwe onafhankelijke republiek werd gekozen. Hij heeft de afgelopen weken zelfs een draai van 180 graden gemaakt in een poging de Russische minderheid - twaalf miljoen op een bevolking van 52 miljoen - en de communisten onder het electoraat voor zich te winnen. Hij heeft Vitali Masol, een voormalige apparatsjik die al ten tijde van het Sovjet-communisme premier was, tot regeringsleider benoemd en beloofd Russisch naast het Oekraïens tot officiële taal van de Oekraïne te maken.

Of het hem zondag aan de zege helpt, is de vraag. De Oekraïne, een van die ex-Sovjet-republieken waar de heersende elite nog volledig wordt gedomineerd door de vroegere communistische nomenklatoera, bevindt zich in een slepende economische crisis, die van de toch al betrekkelijke vreugde waarmee ooit de onafhankelijkheid werd begroet niets heeft overgelaten: de Oekraïne is vrij maar hongerig. Het gemiddelde maandloon, omgerekend tien tot vijftien dollar, ligt onder het officiële bestaansminimum: de nationale munt, de karbovanets, is het papier niet meer waard waarop zij is gedrukt. De inflatie bedroeg vorig jaar 9.800 procent. In het eerste kwartaal van dit jaar daalde de industriële produktie met 38 procent, het nationaal inkomen met 36 procent en de arbeidsproduktiviteit met 34 procent in vergelijking met dezelfde periode van vorig jaar. Aan belasting werd slechts 53 procent opgehaald van wat werd verwacht en de regering heeft inmiddels een eind gemaakt aan vrijwel alle betalingen, met uitzondering van die voor pensioenen, lonen en de gezondheidszorg. In december vorig jaar werd de uitzendtijd van de Oekraïense televisie gehalveerd om energie te sparen. In Dnjepopetrovsk is zelfs de eeuwige vlam ter herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog gedoofd: die kostte te veel energie.

Kravtsjoek was in het eerste jaar van de Oekraïense onafhankelijkheid nog een dapper hervormer. Maar in juli 1992 zette hij, bang voor de sociale consequenties van de hervormingen en de volledige desintegratie van de economie, chef-hervormer Vladimir Lanovoj aan de kant en in de herfst van vorig jaar maakte hij een eind aan de geleidelijke ontmanteling van de staatscontrole op de economie. Van hervormingen is sindsdien nauwelijks nog sprake. De privatisering is beperkt gebleven tot winkels, restaurants en bars en zowel de landbouw als de industrie is staatsdomein gebleven.

Bij die economische malaise komen andere crises van formaat, zoals de ruzie over de Krim, de moeizame verhouding met Rusland over thema's als de Zwarte-Zeevloot en de Oekraïense kernwapens, en de spanningen tussen de Russische minderheid in het oosten en de Oekraïense nationalisten in het westen van het land. Volgens een opiniepeiling ziet de helft van de bevolking van het zuiden en oosten van de Oekraïne geen heil meer in de onafhankelijkheid. In maart kwam Jane's Intelligence Review tot de conclusie dat in de Oekraïne alle ingrediënten voor een 'joegoslavisering' en een burgeroorlog aanwezig zijn en ook Westerse inlichtingendiensten hebben gewaarschuwd voor het gevaar van een gewelddadige desintegratie van het land. Als het zover komt, zo waarschuwde onlangs het Londense Research Institute for the Study of Conflict and Terrorism, zal sprake zijn van een explosie waarbij vergeleken het geweld in Joegoslavië in het niet zinkt.

De recente parlementsverkiezingen, die uitliepen op een zege van de communisten, hebben aangetoond dat geen van de democraten bij de verkiezingen van zondag een kans maakt, reden voor de meeste partijen van de nationalistische en democratische oppositie om zich, met tegenzin weliswaar, achter de kandidatuur van Kravtsjoek op te stellen: twee van de andere kanshebbers, ex-premier Leonid Koetsjma en de huidige parlementsvoorzitter, Aleksander Moroz, worden door de nationalistische en democratische oppositie gezien als nog krachtiger tegenstanders van economische hervormingen dan Kravtsjoek. Moroz, leider van de socialisten, is bovendien tegen de Oekraïense onafhankelijkheid en Koetsjma, voormalig directeur van een fabriek voor raketten en vertegenwoordiger van het militair-industriële complex - populair bij de Russische minderheid - plaatst er vraagtekens bij. Vjatsjeslav Tsjornovil, de leider van de gematigde nationalisten, noemde Koetsjma “een vijand, gevaarlijker dan de communisten”. Zijn partij, Roech, steunt zondag ex-parlementsvoorzitter Ivan Pljoesjtsj, de vierde kandidaat die kans maakt op de zege.

Van dit viertal hebben Kravtsjoek en Koetsjma de beste kaarten, al is waarschijnlijk een tweede ronde nodig om de beslissing te brengen. Volgens de jongste peilingen kan Kravtsjoek zondag rekenen op ongeveer 27 procent van de stemmen en Koetsjma op 20 procent. Een maand eerder lag Koetsjma nog duidelijk op kop.

In reële termen zullen de presidentsverkiezingen van zondag niet zoveel uitmaken voor de machtsverhoudingen zoals die zich in de Oekraïne hebben uitgekristalliseerd sinds het land onafhankelijk werd. Het Oekraïens Informatiecentrum in Amsterdam concludeerde onlangs in een analyse dat de Oekraïense politiek drie polen kent die door de belangrijkste kandidaten worden vertegenwoordigd: Kravtsjoek en Pljoesjtsj vertegenwoordigen de staatsnomenklatoera, Koetsjma de economische nomenklatoera en Moroz de socialistisch-communistische pool. Die drie polen houden elkaar in evenwicht: geen ervan domineert in de samenleving. De democraten spelen geen rol: zij zijn er de afgelopen jaren niet in geslaagd een coherent en begrijpelijk alternatief programma te formuleren.

De winnaar van zondag, wie het ook zal zijn, wordt lid van wat het Informatiecentrum de 'machtspartij' noemt: de structuur die de voormalige nomenklatoera in staat stelt aanspraak te maken op “democratische respectabiliteit” en die tegelijkertijd in de president een potentiële zondebok heeft voor het geval de zaken mislopen. Niet voor niets worden er pogingen ondernomen de macht van de president drastisch te beperken: in zijn allereerste toespraak tot het parlement in Kiev eiste vorige week de door Kravtsjoek zelf voorgedragen premier Masol een uitbreiding van zijn bevoegdheden ten koste van die van de president - wie het ook wordt.