Spanje; Spanje verzot op waar gebeurd tv-amusement

MADRID, 25 JUNI. In Spanje, waar het leven zich traditioneel nu eenmaal voor het grootste deel op straat afspeelt, is privacy een relatief begrip. Zou dat misschien een verklaring zijn waarom de reality-shows die op televisie worden vertoond zich in een ongekende populariteit mogen verheugen? Neem het programma La máquina de la verdad (de Waarheidsmachine). Bekende personen worden aan de leugendetector gelegd of voor een panel aan een kruisverhoor onderworpen.

Daarbij kan het er hard aan toegaan. Zo werd de Amerikaan John Wayne Bobbit - wiens geslacht min of meer werd afgesneden door zijn vrouw - naar een Spaanse studio getransporteerd om daar andermaal over de kwestie doorgezaagd te worden. Een panel van Spaanse intellectuelen had zichtbaar plezier in de operatie. En het waren niet de minsten: de schrijver Federico Jemínez Losantos, journalist Raul del Pozo, feministisch advocate Carmen Pujol, regisseur Fernando Arrabal en nog wat serieuze cultureel-politieke zwaargewichten.

De doopceel van Bobbit werd minitieus onderzocht, waarbij het slachtoffer ten prooi viel aan een toenemende onrust. Of hij zijn lichamelijke capaciteiten weer volledig kon benutten na de chirurgische ingreep waar de hele zaak weer kunstig bijeen werd genaaid? Er waren nog wat problemen, aarzelde Bobbit, maar hij toonde zich tevreden met het resultaat. “En is het waar dat uw moeder u een keer bij het masturberen betrapte en dat dit een blijvende frustratie met zich heeft meegebracht”, vroeg Del Pozo - in het dagelijks leven gevreesd columnist bij de krant El Mundo. De Amerikaanse ex-marinier luisterde ongelovig naar de Engelse vertaling in zijn oordopje en stamelde vervolgens dat hij niet goed wist wat hij op deze vraag moest antwoorden. Gegrinnik bij het panel, tijd voor een reclameblokje waarin een voortreffelijke Spaanse ham in fijne plakjes werd gesneden.

De kroon in de sector 'waar gebeurd' tv-amusement wordt gespannen door het populaire programma Quién sabe dónde (Wie weet waar) dat wekelijks wordt uitgezonden door de staatstelevisiezender TVE 1. Onder een dreigend suspense-muziekje roept de besnorde presentator Paco Lobatón de kijkers op mee te speuren naar een onafzienbare reeks zoekgeraakte personen. In zijn meest simpele vorm betreft het portretjes met enkele gegevens over de vermisten. Maar om de vaart er in te houden wordt het programma voorts afgewisseld met reportages en directe studio-uitzendingen waarbij de complete familie van de vermiste optreedt.

Er wordt veel gehuild in 'Quién sabe donde'. Zoals deze week door de moeder en vader van Enrique, een Portugese puber die enige weken geleden met de noorderzon was vertrokken zonder een bericht achter te laten. Of door de Tsjechische immigranten-familie Vaculik die hun veertienjarige dochter misten. Het best hield zich nog de Argentijnse gitaarmaker uit Andalusië, wiens twee zoons werden vermist. Maar zijn vermoedens dat de twee bengels in een avontuurlijke bui richting Madrid waren vertrokken werd dan ook tijdens de uitzending met een telefoontje bevestigd. Ook de Portugese Enrique meldde zich telefonisch, althans een vriend van Enrique, want zelf had hij om een of andere reden geen zin om zijn ouders in een direct uitgezonden gesprek te woord te staan.

Datzelfde gold ook voor de 16-jarige Angela die deze week niet meer kwam opdagen nadat ze haar examens op school had afgelegd. Vader en moeder - in de studio, volledig kapot - hadden haar opgeroepen in godsnaam iets van zich te laten horen. Nee, thuis waren er geen problemen, zo had de vader nog geantwoord op een van de met nauw onderdrukte gretigheid gestelde vragen van Lobatón. Maar Angela wilde niet praten, “om redenen die haar vader wel weet”, zo was de boodschap die het voltallige kijkerspubliek even later vernam.

En zo gaat het door, ruim twee uur lang een bonte stroom van spoorloos verdwenen mensen, door de oude burgeroorlog versplinterde gezinnen, broeierig familieleed en hartverscheurende oproepen. Bij voorkeur rechtstreeks, bij voorkeur huilend en bij voorkeur met enige saillante details, waarbij het zalvende begrip van de presentator nauwelijks zijn gretige nieuwsgierigheid bedekt. Maar het werkt: dankzij het miljoenenpubliek worden er regelmatig mensen teruggevonden die vaak al volledig waren opgegeven.

Bijzaak is dat bij de kijker niet zelden het donkere vermoeden rijst dat de vermiste in kwestie niet in alle gevallen even gelukkig is met zijn opsporing. Wie er in ieder geval weinig gelukkig mee is is de Spaanse associatie van televisiekijkers en radioluisteraars. Deze riep de televisiemakers op enige terughoudendheid te betrachten bij het uitbuiten van persoonlijke tragedies, omdat “de kijkers er genoeg van krijgen”. De cijfers lijken dat niet te bevestigen: een laatste peiling wijst uit dat bijna de helft de 'reality shows' weet te waarderen, terwijl 39 procent het toestel uitzet.