'Openheid is niet mogelijk in paarse pogingen'

DEN HAAG, 25 JUNI. Doorgaans staat hij na afloop van de besprekingen beminnelijk glimlachend in de buurt van zijn collega-onderhandelaars. En als hij het woord voert, is dat louter sfinxen-proza, waarvan niemand met zekerheid kan zeggen wat de strekking is. Maar donderdagavond ontstak D66-leider Van Mierlo onverwacht in toorn. Aanleiding was een journalist die argeloos vroeg “waar nou die openheid van D66” was gebleven. Van Mierlo hapte naar adem. Of hij er ooit op betrapt was dat hij gezegd had dat het in het Nederlandse staatkundige bestel mogelijk is in openheid een kabinet te formeren? Had hij dat niet 28 jaar lang ontkend? En juist daarom gepleit voor verandering van het bestel? Bij hem moet men niet aankomen over openheid. “Want ik beschuldig degenen die dit bestel overeind houden van een systeem dat gewoon niet kan funcioneren met openheid,” brieste Van Mierlo, “Als je probeert na tachtig jaar een keer een door iedereen onmogelijk geachte combinatie in de steigers te krijgen dan kan dat niet in openheid met fracties met verschillende stromingen die iedere gedachtenontwikkeling in een bepaalde richting onmiddellijk zouden kapotmaken.”

Nu was het ook wel een enerverende week. Of, zoals men het in politieke kring noemt: de “hobbelfase” was aangebroken. Feit is dat de “informatie” raadselachtiger is dan ooit. Slechts één ding lijkt zeker: het is nu binnen een paar dagen bekeken. Daarop wijzen twee signalen. Het eerste is dat er morgen, op zondag, wordt vergaderd. Plaatsvervangend woordvoerder der informateurs J. van der Ploeg zei gistermiddag dat het daarbij gaat om een “informele” bijeenkomst. VVD-leider Bolkestein zei gisteren veelbetekenend dat “een informeel gesprek het beste is om tot elkaar te komen”. Maar goed: een informatie die informeel wordt, dat moet wel de nieuwe overtreffende trap zijn van voorzichtig opereren.

Een nog duidelijker signaal voor het naderend einde van deze informatiepoging, is het gegeven dat voor het eerst geen vergaderschema is verstrekt voor de volgende week. Slechts één agendapunt staat vast: vanaf maandagochtend tien uur wordt voor de laatste keer het financieel-sociaal-economisch blok “doorgeakkerd”. Dan moet blijken of de partijen het paarse avontuur aandurven - of niet. Want ondanks het feit dat alles lijkt te wijzen op het succes van deze coalitiebesprekingen kan alles ook nog gewoon mislukken.

Hoe zoiets in zijn werk gaat, bleek de afgelopen dagen. De spanning begon eigenlijk maandag al op te lopen. De voorafgaande week was optimistisch afgesloten door Bolkestein die had aangekondigd dat PvdA-leider Kok de volgende premier van Nederland zou worden. Maar de nieuwe koopkrachtplaatjes van de computers van het Planbureau, die vorige week vrijdag waren gepresenteerd, leidden maandag tot een impasse met name tussen Bolkestein en Kok. Voor de buitenwereld was alleen waarneembaar dat een voor de avonduren belegde bespreking tussen informateurs en onderhandelaars was geschrapt. De onderhandelaars nuttigden in de plaats daarvan bami in de Amsterdamse Binnen-Bantammerstraat. Maandag, bami-dag? Sinds het beruchte bami-akkoord, begin vorig jaar tussen CDA en PvdA over de WAO, is bekend dat men moet oppassen wanneer Nederlandse politici zeggen dat zij bami met elkaar hebben gegeten. Maar de suggestie dat de Chinese maaltijd noodzakelijk was, omdat een der onderhandelaars maandag reeds met de klink in de hand stond, wordt door kringen rond de informateurs heftig ontkend. De bami zou veeleer moeten worden beschouwd als bewijs voor de onverminderd goede sfeer tussen de hoofdpersonen. Er was alleen dat vervelende bedrag van vijf miljard gulden dat volgens de PvdA het beste kan worden besteed om de koopkracht van de minima te beschermen, maar waarvan de VVD nu juist vindt dat daar banen mee moeten worden geschapen.

Woensdag vond Bolkestein de tijd rijp voor een kloek geluid: alsof er niet reeds zes weken was onderhandeld citeerde hij weer uit het verkiezingsprogram van zijn partij. Werk gaat boven inkomen en bescherming van de koopkracht van de minima is een leuk idee, maar niet als de VVD meeregeert. De uitspraken van de liberale leider ontketenden een golf van onrust onder politici en Binnenhof-vorsers. Wilde de VVD op deze wijze van een ongelukkig verband met de socialisten af? Of hoorde de harde taal eenvoudig bij het onderhandelen?

Donderdagavond speelde Bolkestein de vermoorde onschuld. Hij had nooit iets gezegd om de onderhandelingen onder druk te zetten, en passent relativeerde hij zijn uitspraken van de avond ervoor. Gevraagd of hij dan niet verrast was door alle opwinding in de media, antwoordde Bolkestein laconiek dat hij “daar op zichzelf blij mee was”. Want: “Het is natuurlijk teleurstellend voor een politicus om woorden uit te spreken die geen enkel effect hebben.” Waarmee de liberale voorman er eerlijk voor uitkwam dat effectbejag zijn primaire doelstelling was geweest.

Inmiddels is, zoals dat heet, het tij verlopen. De “korte termijn” die de koningin de informateurs verleende om te onderzoeken of een paarse coalitie mogelijk is, lijkt definitief verstreken. Bovendien moet half juli begonnen worden met het opstellen van een rijksbegroting voor het volgend jaar. Voor die tijd zouden de fracties nog in de gelegenheid moeten worden gesteld verbeteringen aan te brengen in een paars concept-regeerakkoord. Bovendien moet er ook nog bepaald worden welke personen welke posten gaan bemannen. Wat dat betreft kan er nog genoeg mislopen, zelfs al besluit men begin komende week om dan maar door te gaan.