Na vertrek van de Romeinen gingen de Bataven in rook op

Tentoonstelling: Bataven: Boeren en bondgenoten. Brabants Museum, Verwersstraat 41, Den Bosch. T/m 17 juli. Di-vr 10-17u, za-zo 12-17u.

Omstreeks het begin van de jaartelling vestigde zich in het gebied van de grote rivieren en de Maaskant, in het noordoosten van het tegenwoordige Noord-Brabant, een Keltische stam die door Tacitus Batavi werd genoemd. In dezelfde tijd zaten hier ook de Romeinen, wier rijk zich tot het begin van de vijfde eeuw na Christus uitstrekte tot aan de Rijn. De Romeinen sloten een verbond met de Bataven. Die samenwerking leidde voor de inheemse bevolking tot een periode van voorspoed, vooral in de eerste twee eeuwen.

Recente bodemvondsten hebben veel duidelijk gemaakt over de Bataven en hun relatie tot de Romeinen. De resultaten van het archeologisch onderzoek van de afgelopen twintig jaar in voornamelijk de Maaskant zijn samengevat in de tentoonstelling Bataven: boeren & bondgenoten, De Maaskant in de Romeinse tijd in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Daar zijn honderden vondsten, waaronder bouwfragmenten, beeldjes, wapens, sieraden, huisraad, amforen en munten te zien in een ruime opstelling die een goed beeld geeft van het dagelijks leven van de Bataven.

Vondsten die op de tentoonstelling veel aandacht krijgen zijn die van de 'Tempel van Empel', de Romeinse Maasbrug bij Cuijk en het complex Oss-Ussen, een van de grootste opgravingslocaties van Noordwest-Europa. Maquettes en computeranimaties helpen de bezoeker het verleden te reconstrueren. Op een groot aantal beeldschermen kan men zelf, per helikopter, op zoek gaan naar vindplaatsen en een grote hoeveelheid informatie opvragen. Zo is het mogelijk met de computer een wandeling te maken rondom het Bataafse tempelcomplex van Empel. Ook is driedimensiaal de bouw te volgen van de brug bij Cuijk, die 369 na Chr. is aangelegd door Romeinse militairen en waarvan in 1989 de resten zijn teruggevonden: een aantal zware houten palen en grote steenblokken. Op het beeldscherm ziet men de brug langzaam uit het water verrijzen, een versnelde weergave van wat zich ooit voor Bataafse ogen moet hebben afgespeeld. Een film toont hoe hedendaagse onderwaterarcheologen in het troebele Maaswater te werk zijn gegaan.

Interessant materiaal hebben de vele grafvelden geleverd die in het gebied zijn gevonden. De Bataven cremeerden hun doden en hielden die traditie tot ver in de tweede eeuw in stand. Op de expositie zijn zowel de graven van eenvoudige boeren als van rijke inwoners te zien. Een gewone boer kreeg een enkele pot of kruik met voedsel of drank mee. Maar belangrijke personen, die waarschijnlijk hadden kunnen profiteren van de goede relaties met de Romeinen, gingen het graf in vergezeld van kostbare, Romeinse voorwerpen. Het rijkste graf, dat bij Esch is aangetroffen, is van een vrouw en dateert uit omstreeks 225 na Chr. Het bevatte ongeveer veertig voorwerpen, waaronder glaswerk, mooi bewerkte sieraden en vaten gevuld met wijn en voedsel. Bijzonder is vooral een kunstig gebeeldhouwd barnstenen Bacchusbeeldje. Het stelt de god van de wijn voor, ondersteund door een sater. De achtergrond bestaat uit wijnranken met goed gevulde druiventrossen. Het beeldje zou symbool staan voor de toestand van zorgeloosheid in het hiernamaals.

De Bataven leefden van landbouw en veeteelt en stonden ook bekend als goede ruiters en paardefokkers. Ze onderhielden nauwe contacten met het Romeinse leger. Duizenden Bataafse soldaten hielpen de Romeinse legioenen bij de verdediging van het rijk. In het tempelcomplex bij Empel aan de Maas bij Den Bosch offerden Bataafse veteranen delen van hun wapenrusting aan hun oppergod Hercules Magusanus. Bij de in 1989 begonnen opgraving kwamen honderden offergaven tevoorschijn, waarvan een groot deel op de expositie te zien is. Er zijn kleine voorwerpen onder zoals munten en fibulae, maar ook amforen, wapens, schilden en delen van paardetuig. Uit die vondsten heeft men vrij nauwkeurig kunnen afleiden hoe de Bataafse soldaten eruit zagen. Ze droegen Romeinse uitrustingsstukken en hun paarden waren opgetuigd als die van de Romeinen. Een van de blikvangers van de expositie is een goed bewaard gebleven cavaleriehelm van ijzer met bronsbeslag.

Vanaf de derde eeuw vertrokken steeds meer Romeinse troepen uit het rivierengebied - een klap voor de plaatselijke economie. In 406 verlieten de laatste Romeinen het gebied en met hen verdwenen ook de Bataven. Misschien gingen ze op in andere stammen, of ze vertrokken. In de brochure wordt nog herinnerd aan de herleving van de naam, tijdens de 80-jarige oorlog en in de periode van 1793 tot 1806, toen ons land de naam 'Bataafse Republiek' droeg, maar de Bataven zelf gingen na het vertrek van de Romeinen als in rook op.